Zazen (2)

Medical_X-Ray_imaging_ALP02_nevit.jpg

(Lees hier wat er aan voorafging.)

Elk half uur werd de meditatie onderbroken om een minuut of twee een soort polonaise te lopen in de rechthoekige ruimte tussen de matten. Daarna ging iedereen weer zitten om verder te mediteren. De onderbreking was te kort om mijn rugpijn te verlichten, maar lang genoeg om eens goed de afschuw te proeven voor het moment dat we weer zouden gaan zitten. Er leek een zenuw te worden afgekneld halverwege mijn rug.

Het moderne kantoor is een habitat waarin weekdieren goed gedijen. Mijn lijf heeft zich evolutionair aangepast. De functie van mijn ruggengraat is een jaar of vijftien geleden overgenomen door een arbotechnisch goedgekeurde bureaustoel. Nu, zittend op eigen kracht, schrompelde de wereld ineen tot twee elementen: pijn en ademhaling.

Tegen het einde van de avond was ik aan de beurt voor een persoonlijk onderhoud van twee minuten met een van de zenleraren, een vrouw met een innemende glimlach die me vagelijk aan koningin Juliana deed denken. Ik werd gehaald en vervoegde me bij een kamertje met de geur van wierook, een leeg matje en de vrouw. Naast haar matje lag een kookwekker.

Ze wilde weten of ik een vraag of een opmerking had. Ik vroeg hoe dat geacht werd te werken: mediteren en ondertussen nadenken over de vraag die centraal stond in het weekend (‘hoe zorg je goed voor jezelf’). Ik kon alleen maar aan pijn denken, bekende ik.

Goede vraag, zei ze. Als je uitademt, kun je in plaats van te tellen, ook een woord uit de vraag laten klinken in gedachten.

Aha. Zo ontdekte ik dat je geacht werd te tellen bij het ademhalen. Van 1 tot 10 en dan weer overnieuw. Het hielp een beetje, want ik moest af en toe mijn rugpijn negeren om te bedenken bij welk cijfer ik ook alweer was.

Met hangen en wurgen haalde ik het einde van zazen, het mediteren. Tussen mij en het gelukzalige idee van een bed stond alleen nog iets dat yaza heette. Voor de yaza hadden we een korte pauze. Mensen dronken thee en schreven in hun schriftjes. Iedereen had een schriftje gekregen om zijn of haar interessante inzichten te noteren. Ik had nog geen enkele interessant inzicht gehad, maar er schoot me wel te binnen dat ik vergeten was iemand te mailen over een werkdingetje. Dat schreef ik op. De andere minuten staarde ik voor me uit. Ik had enorm behoefte aan lezen, maar je mocht niet lezen. Overigens mocht je evenmin de andere mensen aankijken. Dus schuifelde iedereen langs elkaar heen als een stel zombies. Bange zombies die op school te vaak zijn gepest.

Dat er niet gelezen mocht worden, vond ik ronduit wreed. In een daad van subversie las ik vijf keer het evacuatieplan dat bij de deur aan de muur was bevestigd. Nu had ik toch een inzicht om te noteren in mijn schriftje: ik ben verslaafd aan lezen. Of eigenlijk aan ontsnapping uit het hier en nu. Het hier en nu bleek een enorm onherbergzame plaats. Een barre, uniforme vlakte die je gedwongen wordt te bingewatchen.

De zendoleidster ging midden in de ruimte staan en tikte twee keer haar houten blokjes op elkaar. De yaza zou gaan beginnen. Ik volgde de anderen en ontdekte dat yaza ook meditatie was, maar dan buiten. De andere deelnemers toverden allerlei kledingstukken tevoorschijn. Ik had verder niets meegenomen, behalve mijn regenbroek. Die trok ik aan. Zo mediteerde we nog een uur buiten, in het donker van een koude novemberavond. Daarna mochten we eindelijk naar bed. Nog voor ik kon genieten van het geluk dat liggen heet, besloot ik dat ik de volgende dag naar huis zou gaan.

(Morgen het slot.)

Michel van EetenKommentieren