Het laatste stukje van 2009

Ik had bedacht dat ik afgelopen vrijdag mijn laatste stukje van 2009 zou plaatsen, om daarna met goed fatsoen tot 4 januari te kunnen pauzeren. Zo ging het niet. Het is een triviaal soort verlies dat je eenvoudig zou moeten kunnen incasseren. In mijn geval duurde het vijf dagen. Ik neem goed fatsoen serieus. Zonder tastbaar resultaat, overigens. Er komt geen plaatsvervangend stukje meer. Ik ga nu zwarte kousen, maat 39, voor mijn schoonzus kopen. Daarna nemen Jules en ik de trein naar Limburg. Tot 4 januari.

Hyena's

Op het besneeuwde schoolplein bekogelt een groep kinderen een leraar. Hij rent weg. De kinderen achtervolgen hem in jachtformatie. Gillend. Het zijn taferelen die ik ken van documentaires over hyena’s en voetbalhooligans.
    ‘En nu allemaal op meester Hans! Allemaal op meester Hans!’ roept de rennende leraar, zijn armen om zijn hoofd gevouwen.
    Het roedel handhaaft de achtervolging.
    Aan de andere kant van het plein staat een man te glimlachen.
    Meester Hans, vermoed ik.

Daar zat het nieuws

Ik ratelde. Anderhalf uur lang. De journalist stelde simpele vragen die tot wijd vertakte antwoorden leidden. Omdat ik geen boodschap had, holde ik langs alle takken. Mijn diepste angst is dat ik niets te melden heb. We spraken al snel niet meer over het rapport, maar over een ander deel van mijn onderzoek. Daar dat het nieuws. Na afloop had ik spijt. Het verhaal dat ik al hollend had weggegeven, had ik zelf publiek willen maken. Ik overweeg de journalist op te bellen, maar weet niet precies met welk voorstel.

De boodschap

Ik moet dringend een boodschap verzinnen. Rond de lunch komt een journalist me interviewen over een onderzoeksrapport dat vorige week is verschenen.

Tot voor kort dacht ik dat een interview een gesprek is waarin iemand vraagt naar informatie waarin hij of zij geïnteresseerd. Dat blijkt een misvatting. Tijdens een mediatraining werd me uitgelegd dat de journalist moet zien als een notulist die je boodschap voor de wereld mag optekenen.
    Mediatraining laat zich samenvatten in zeven woorden: Nieuws kun je niet overlaten aan journalisten.
    Met andere woorden: je moet zelf je boodschap bedenken.
    Maar ik heb geen boodschap.
    Ik heb een rapport geschreven over iets dat ik interessant vind. Tussen de begrippen ‘interessant’ en ‘nieuws’ heb ik echter zelden een relatie kunnen ontdekken. Het interessante is zelden nieuws, het nieuws is zelden interessant.
    Ik lees de krant en kijk af en toe een journaal. Dat doe ik ongeveer met hetzelfde genoegen als het scheiden van afval.
    Voor zover ik begrijp wat voor nieuws doorgaat, voel ik weinig aandrang het zelf te maken. Net zomin als ik de straten wil afschuimen op zoek naar composteerbare etensresten.

Als je geen antwoord hebt op de vraag wat nieuws , vallen mensen vaak terug op een andere strategie: verontwaardiging. Dat heet dan: een opinie. Ook dat blijkt weer nieuws te zijn. Opinieleiden laat zich samenvatten in vijf woorden: Het is niet goed genoeg. Wat er niet goed genoeg is, laat zich naar believen invullen. De wereld, de isolatie van gezinswoningen, de waarschuwingsborden voor gevaarlijke stromingen in zeewater, het fietstrommelbeleid – de lijst is zo eindeloos dat je niet hoeft te blozen als je niets weet te verzinnen dat wel goed genoeg is.
    Ik vind het vaak wel goed genoeg. In ieder geval zie ik niet hoe het beter kan. Die houding noemt men dan cynisch, verrassend genoeg. Ontevredenheid is beter, dat is de onderliggende boodschap van het nieuws. Ik ben regelmatig ontevreden, maar vind dat meer een aanleiding voor stilzwijgend alcoholgebruik dan voor het grootschalig verspreiden van bedrukt papier. Als ik al een boodschap heb, dan is het wellicht deze: deel uw opinie eens wat vaker met een fles whiskey.
    Die boodschap zou ik zelf als eerste ter harte moeten nemen. In plaats daarvan neem ik deel aan een interview. Ik wil maar zeggen: de kans is groot dat de journalist een interessantere boodschap weet te verzinnen.