Hagedis

lizard-2708667_960_720.jpg

Ik moet je toch even iets zeggen, zei vriend W. We zaten in een verlaten brasserie net voorbij de slagboom van wat een vakantiepark scheen te zijn, een uur of twee lopen vanaf Venlo. Vriend D. was even naar het toilet.
Oké, zei ik
Als je praat, dan zwelt er hier in je hals een enorme ader op. Echt enorm. Vooral als je opgewonden praat.
Oké, zei ik. Ik had net opgewonden gepraat. Mijn vingertoppen betasten de aangewezen plek. Ik voelde iets met de substantie van een blaar. Huid over vocht.
W. had mij om advies gevraagd over een frustrerende kwestie in zijn loopbaan en het advies was nogal met mij aan de haal gegaan. Vriend D. had opgemerkt dat W. in tranen zat. Ik had de tranen niet gezien, omdat ik zijdelings naast W. zat. Maar je kon er ook minder geruststellende redenen voor aanvoeren.
Nu verdwijnt ‘ie, zei W. Wacht, ik maak snel een foto.
Ik keek ongemakkelijk naar buiten, terwijl hij zijn telefoon met gestrekte arm in mijn richting hield.
Toen toonde hij me de foto. Links in mijn hals zat een hagedis onder mijn huid. Met rare knobbels en vertakkingen. Ik werd acuut misselijk en gaf hem de telefoon terug. Ik slikte een paar keer en onderdrukte de neiging om opnieuw de plek te betasten, een deel van mijn lichaam waartegen ik ineens een grote weerzin voelde.
Wat moet ik met die informatie? vroeg ik, deels aan mezelf.
Misschien moet je er toch even een dokter naar laten kijken, zei W. glimlachend. Die rechtvaardiging kwam er iets te monter uit, naar mijn smaak.
Wie had er nog meer naar de opgezwollen hagedis zitten kijken? Keek mijn vrouw hier al jaren naar? Ik praat niet vaak opgewonden thuis, maar tijdens seks was de hagedis er wellicht ook en je moest al zoveel dingen vergeten om seks te hebben. Daarna dacht ik aan mijn manier van praten tegenover collega’s en studenten. Het woord bevlogen, waar ik evaluaties gretig op uitpluis, was zijn charme enigszins kwijt.
Waarom had W. me met deze kennis opgescheept? Werd hier iets verrekend? Hij was ook de eerste die ooit opmerkte dat ik een kale plek kreeg op mijn kruin, herinnerde ik me ineens. Aan de andere kant: het is een bewierookt ingrediënt van goede vriendschap dat de ander bereid is je een ongemakkelijke waarheid te vertellen, een spiegel voor te houden. Of in dit geval een foto.
D. kwam terug van het toilet. We betaalden de lunch en gingen weer op weg. We spendeerden een aangenaam etmaal met elkaar. Ergens in dat etmaal was ik de hagedis weer vergeten.
Gisteravond vroeg ik W. of hij de foto’s van het weekeinde wilde delen. Toen ik door de collectie bladerde, bleek dat hij ook de weerzinwekkende foto van mijn hals had meegestuurd. O ja, dat. Ik merkte dat het voor acceptatie nog te vroeg was, dus moet ik de hagedis opnieuw proberen te vergeten. De tweede keer lijkt me dat een stuk lastiger.