Samenvatting

Ik keek voetbal. Mijn vrouw kwam even naast me zitten. Ze komt graag naast me zitten als ik voetbal kijk, want dan zit ik stil en kan ze op mijn schoot slapen.
    Vroeger wilde ze nog wel eens vragen welke competitie het was. Het antwoord beklijfde niet, dus die vraag hebben we achter ons gelaten.

De bal werd wat breed gespeeld, onderschept en weer breed gespeeld. Het soort voetbal dat veel mannen in mijn omgeving deed klagen dat de samenvattingen van RTL te lang waren.
    Alleen mensen die niet van voetbal houden zeggen zoiets. There is no such thing als een te lange samenvatting.
    Een korte samenvatting kijken is alsof je van de Tour alleen alle eindsprints bekijkt, van Idols alleen het winnende lied luistert, van een boek alleen de, nou ja, samenvatting leest.
    Maar ik ben alleen in die mening, schijnt.
    Ik mis evenzeer de analyses van Jan van Halst. Ook dat is een vrij eenzaam soort missen. Gelukkig kan ik bij Match of the Day nog wel fijne ontledingen zien van verdedigers die precies op tijd inschuiven of falende zonedekking op het middenveld of hoe het toch mogelijk is om tussen de linies te spelen terwijl je tegenstanders dat proberen te beletten.

Een rood poppetje wierp in, waarna het eindeloze zoeken naar de vrije man op het middenveld weer verder ging. Ondertussen werd er jolig gezongen op de tribunes.

Toen zei mijn vrouw ineens: Zo is het veel spannender dan een samenvatting.
    Ik keek naar haar hoofd in mijn schoot. Ze wil nog wel eens praten in haar slaap, al ging dat tot dusver nooit over voetbal. Maar ze sliep niet.
    En ik dacht: het huwelijk is een mooie uitvinding.

Synchronisatie

Het linker toilethokje was vrij.
Het rechter ook, maar daarin is het licht al maanden stuk. Voorafgaand aan het overlijden heeft de spaarlamp dagenlang onregelmatig geknipperd, waardoor de stoelgang een nogal surrealistische aangelegenheid werd.

Ik ging het linker hokje binnen. Hier is de toiletbril stuk. Een van de klemmen is verdwenen. Bij een onvoorzichtige beweging komt de gehele bril los van de pot.

Al maanden lang ga ik er van uit dat de reparaties nu elk moment kunnen plaatsvinden. Ik heb zelf de defecten niet gemeld aan het gebouwbeheer. Enkele tientallen mannen maken gebruik van dit toilet en een van hen zal bellen. Dat was de aanname, in ieder geval. Zo werkt het ook bij defecte kopieerapparaten.
Maar er is een verschil.
Kopieerapparaten worden ook door vrouwen gebruikt.
Ik heb geen kennis uit eerste hand van de staat van onderhoud van de vrouwentoiletten, maar ik maak me sterk dat een defect binnen een dag aan gebouwbeheer zou zijn gemeld. Als het de volgende dag nog niet verholpen zou zijn, zou er opnieuw gebeld worden.

Nee, dan de mannen. Enkele tientallen mannen, mezelf incluis, blijken al maandenlang in een soort chicken game verwikkeld zijn: Welke sukkel gaat er bellen.
Ondertussen draperen we voorzichtig onze billen op de loszittende toiletbril. En zuchten we als we onnadenkend het andere hokje inlopen, de deur op slot doen en dan vervolgens merken dat het licht het niet doet. Wat we al wisten. Het mooiste is het moment dat dan volgt: de zojuist ingesloten man drukt nog een keer of drie op de lichtknop. Dat kun je goed horen vanuit het linker hokje. Klik klik klik. Dan de zucht, dan het slot dat wordt opengedraaid, dan de deur die zich opent, dan het wegbenen uit de toiletruimte.
O ja, en dan het niet bellen.

Vandaag besloot ik, voorzichtig zittend in het linkerhokje, dat ik ging bellen.
Of nee, dat ik de secretaresse ging vragen om te bellen.
De enige vraag was nog of ik dat per email ging doen of dat ik de vijf meter zou lopen naar haar kamer. Het liefst natuurlijk per email, maar het respect van secretaresses is niet iets om lichtvaardig te verspelen.

Tijdens het handenwassen had ik mijn besluit genomen.
Net voor ik naar buiten liep, opende ik de deur van het rechterhokje. Ik drukte op de knop. Er gebeurde niks. Net toen ik de deur weer wilde sluiten, sprong de lamp aan. De spaarlamp, moet ik zeggen.

Verbluft verliet ik de toiletruimte.

Ooit heeft onderzoek beweerd dat menstruatiecycli synchroon gaan lopen bij samenwonende vrouwen. Misschien zijn wij, de tientallen mannen die dit toilet bezoeken, ook gesynchroniseerd geraakt. Ik kon een gevoel van verbondenheid niet onderdrukken.
Nu die toiletbril nog.

Centjes

Zaterdagmiddag arriveerde ik in Venlo voor een radio-uitzending. In de winkelstraten die het station verbonden met het café waar de uitzending zou plaatsvinden, was een rode loper uitgerold.
     Hoeveel gemeentelijk winkelplannen zullen niet de uitdrukking bevatten: de rode loper uitrollen voor het winkelende publiek. Om vervolgens iets op te merken over bloembakken en parkeerfaciliteiten. In Venlo neemt men beleidspoëzie aanzienlijk serieuzer.

Ik ga het café binnen. De uitzending, het cultuurprogramma van de Limburgse zender L1, is al enkele uren bezig. Een medewerker heet me welkom en wijst naar een oudere man, die met mij het laatste uur zal verzorgen.

De oudere man begroet me en verontschuldigt zich dat hij mijn boek niet heeft gelezen. 
     Ik knik. Het cynisme dat gearriveerde schrijvers verspreiden over de media maakt dat ik hier niet door verrast ben. Bovendien had de redactie me pas donderdag gebeld, omdat een andere gast was verhinderd.

Dan zegt de man iets waaruit blijkt dat hij niet de presentator is, maar eveneens een gast. Als hij begrijpt welke conclusie ik had getrokken, reageert hij geschokt. Hij deinst letterlijk achteruit bij de gedachte dat de presentatoren het boek niet gelezen zouden hebben. Dat zou een schande zijn.

Terwijl we wachten op het laatste uur van de uitzending wordt de man aangekondigd als ‘cultureel ondernemer’.
     Ik vind dat een sympathieke functieomschrijving.
     Hijzelf blijkt er minder gelukkig mee. 
     'Waarom?' vraag ik.
     Het doet hem teveel aan ‘centjes’ denken. Hij trekt een vies gezicht. Hij voegt er nog aan toe: ‘Ik ben altijd braaf in loondienst geweest.’
     Afstand houden tot ondernemers en centjes werd lang gezien als een relikwie uit een ander tijdperk. Innmiddels is het een stellingname waarmee je weer gezien mag worden.

We brengen samen een genoeglijk uur door met de presentatoren, die zich uitstekend voorbereid blijken te hebben.

(L1 heeft geen audio-archief, maar de uitzending wordt morgen, dinsdag, herhaald om 20:00u.)

Incontinentie (slot)

(Wat er voorafging.)

Toen de kookwekker de nul had bereikt, werd er fluisterend overlegd tussen de witte jassen. Het viel me nu pas op dat het drie jonge vrouwen waren. Twintigers, hooguit begin dertig.
    Een van hen, een vrouw met sproeten en pluizig rood haar, keek me aan en verkondigde het oordeel: ‘Ze komt wat moeilijk op gang.’
    De zorgvuldigheid waarmee ze dat medische eufemisme uitsprak, maakte dat er iets brak in mij. Ik knikte. Ik wist niets meer.
    Jules werd per couveuse afgevoerd. Ik liep er werktuiglijk achteraan. We sloegen linksaf, terug de kraamkamer in.
    De seconden die toen volgden ben ik kwijt. Het volgende moment wierp ik me huilend in de armen van mijn vrouw. Ik zag nog net haar geschrokken blik. Ze dacht dat er iets mis was gegaan met Jules. Met moeite wist ik dat misverstand te herstellen.
    Samen keken we een moment naar de couveuse.
    Ondertussen bestreed mijn lichaam uit alle macht de incontinentie van mijn ogen. Er werd gestaag terreinwinst geboekt.
    Ik voelde schaamte en tegelijkertijd iets van trots over mijn gejank. Ik huil ongeveer twee keer per decennium en dat lijkt hoe langer hoe meer op een tekortkoming. Het huilen heeft een enorme emancipatie doorgemaakt de laatste jaren. Niemand kijkt meer op van mensen die huilen om meeslepende boeken, stotterende kinderen, overleden bekende Nederlanders, onbeantwoorde liefde, beantwoorde liefde, middels siliconen herrezen borsten, onbeleefde helpdeskmedewerkers, winnaars van talentenjachten op televisie, verliezers van talentenjachten op televisie, en natuurlijk ook om een breed assortiment aan onrecht in de wereld.
    Na mijn gesnik in de kraamkamer koesterde ik me even in de warme boezem van de medemens.

Ik liet mijn vrouw achter en volgde de couveuse door de gangen. Mijn ogen bleven waterig, ook al wreef ik ze af en toe droog met mijn trui. ‘Kijk,’ zei ik in gedachten tegen het medisch personeel, ‘kijk, ik huil. Ik ben net als jullie.’
    Na een poosje viel me op dat het medisch personeel zorgelijk naar me keek. Ik begreep niet waarom. Huilende vaders zijn eerder regel dan uitzondering, neem ik aan. Het leek alsof ze het roken: hier is iets niet in de haak.

Later die avond liep ik van de kinderafdeling terug naar de kraamafdeling, waar mijn vrouw werd opgelapt. De neiging te huilen was nog niet helemaal weg. De lift naar beneden was leeg. Ik probeerde even toe te geven aan die neiging. Er gebeurde niets. Om het een handje te helpen begon ik hardop te snikken, als een soapsterretje. Maar mijn ogen waren droog en bleven droog.

Door de nachtelijke regen liep ik van het ziekenhuis naar het station. Dikke, warme druppels na een broeierige dag. In plaats van het drankenkabinet te openen, maakte ik thuis een bakje muesli met melk klaar.

~oOo~

(Inmiddels maakt iedereen het goed. Bijgevoegd enig bewijsmateriaal.)

[[popup file="IMG_8033.jpg" description="(thumbnail)" ]]

Incontinentie

Na de eerste bevalling van mijn vrouw, drieënhalf jaar geleden, was ik enkele weken lichtelijk drankzuchtig.
    Deze keer niet.
    Misschien omdat ik even heb gehuild, een paar minuten nadat Jules met grof geweld aan mijn vrouw was ontrukt. De vorige keer verzette mijn lichaam zich daartegen, alsof tranen een vorm van incontinentie zijn. Daar valt wat voor te zeggen.
    Deze keer werd het echter overrompeld.
    De bevalling was een slagveld. Of beter: een verkeersongeluk.
    Geschreeuw, getrek, hitte, zweet, bloed, kots, opgerolde mouwen, piepende alarmen, loodgietergereedschap, infusen en plakband. Heel veel plakband. Doorzichtig, wit, bruin, kilometers ervan. Genoeg voor alle seizoenen van MacGyver en de bevoorrading van een middelgrote doehetzelfketen.
    Plakband stond de hele dag centraal in het medische proces. Elke verpleegkundige en arts droeg minimaal één rol in een jaszak. Er ging geen bezoek aan het kraambed voorbij zonder dat de betreffende professional de rol tevoorschijn haalde en ergens nog een plakbandje toevoegde. De hand waarop het infuus was aangebracht groeide in de loop van de dag uit tot een bolvormige klomp die als een soort pacman de onderarm van mijn vrouw begon te verorberen.

Ik viel niet flauw. Wel keek ik af en toe achter me of er scherpe voorwerpen stonden. Tijdens het hoogtepunt van de uitdrijving voelde ik alleen nog maar de behoefte om iedereen van mijn vrouw af te duwen en haar mee naar huis te nemen, met de mededeling dat we bij nader inzien nog even moesten nadenken over de wenselijkheid van verdere voortplanting.

Op het moment dat Jules ter wereld kwam bestudeerde ik de oneffenheden op de witte muur achter het hoofdeinde van het kraambed. De hand van mijn vrouw was inmiddels zo heet dat ik bang was dat hij versmolten was met de mijne.

Jules bleek een wit bloederig spookje dat even aan mijn vrouw werd getoond, zoals je een bewijsstuk toont aan een sceptische jury, en toen meteen werd afgevoerd door drie witte jassen. Ik holde er achteraan.

De witte jassen verzamelden zich in een ruimte rondom iets dat een reanimatietafel bleek te heten. De naam deed geen recht aan de absurdistische installatie die niet zou misstaan in het Stedelijk Museum.

Jules werd op de tafel gelegd, waarna een witte jas een beademingspomp op haar gezichtje zette. De andere witte jassen deden niets. Of beter gezegd: ze observeerden in stilte.
    Het leek alsof ze mediteerden.
    De stilte werd alleen onderbroken door het geluid van apparaten. Ergens in de installatie telde een kookwekker af, elke minuut markerend met een opbeurend geluidje dat vooral probeerde uit te drukken dat het geen alarm was.
    Eindelijk klonk een zwak huilen van Jules, gedempt door de ademhalingspomp.
    De kookwekker telde ondertussen verder af en ik vreesde het moment dat hij bij nul zou arriveren, alsof het een quiz was en we nog maar even hadden om het juiste antwoord te roepen.

(Morgen het slot. Het loopt goed af, heus.)

Jules

Ze is woensdagavond geboren, na een lange dag waarin ik me verdiepte in winterbanden, nadacht over MacGyver, met washandjes depte en mijn vrouw wilde ontvoeren.

Moeder en dochter zijn nog in het ziekenhuis. Thuis tellen Vera en ik af.

[[popup file="IMG_7946.jpg" description="(thumbnail)" ]]