Bagagedrager
turks-fruit-fiets-dam-04.jpg

Jules zat achterop mijn fiets. Ze zit eigenlijk nooit meer achterop, maar vanochtend waren we te laat voor een afspraak bij de oogarts en ze melkte dat handig uit. We gaan veel sneller als ik achterop zit, pappa. Dat is waar. Bovendien geef ik me op zo’n moment van logistieke falen graag over aan een blinde drift om mijn trappers rond te malen alsof die het tijdverloop in het universum kunnen terugdraaien.

Na de afspraak fietsten we in de ochtendzon naar haar school, omgeven door de glinstering van smeltend rijp in de groenstroken. Haar handen lagen teder op mijn heupen. Onder die aanraking voelde ik mijn beenspieren zwellen en slinken bij elke trap, terwijl mijn heupbeen soeverein zweeft boven het zadel, alsof het ontkoppeld is van mijn benen. Een intieme sensatie die me deed denken aan prille middelbareschoolliefdes. Heeft er daarna ooit nog eens iemand zo haar handen op mijn heupen gelegd? Op een gegeven moment wordt iedereen zelfvoorzienend, vervoerstechnisch. Eigenlijk was het al raar dat het tijdens de middelbare school gebeurde, waar iedereen ook al zelf een fiets heeft. Dus wanneer gebeurde dat? Wanneer ze een lekke band had?

Als een vriendje een lekke band had, dan hield hij je niet vast bij je heupen. Toen ik dat zelf wel een keer deed, achterop bij een jongen die zo hard fietste dat ik bang was eraf te kukelen, mompelde hij: je kunt je ook aan de bagagedrager vasthouden, hoor.

Michel van EetenComment
Bubbel
Оптимист_и_пессимист.jpg

Ik ben hier blijkbaar te dom voor, zei D. geagiteerd. Wat hij bedoelde was: jij praat abstracte onzin. En ik dacht: wat ben jij toch een ongelooflijk arrogante eikel. Ik ga nu naar huis en wil niks meer met jou te maken hebben.

Meteen daarna zag ik hoe onpraktisch dit voornemen was, omdat D. een van mijn beste vrienden is en ik dan een heel nieuw iemand moet gaan inwerken.

Het ging weer eens over nationalisme en integratie en andere begrippen die als hondenstront aan je schoenzolen blijven zitten. Voor de derde keer in een maand raakte ik van de kook. Daar klopt iets niet. Andere mensen raken van de kook, ik niet. Mijn zelfbeeld, een woord dat in toenemende mate klinkt als een grap, meent dat mijn gevoelshuishouding is overgereguleerd. Normaal moeten mijn emoties langs allemaal mannetjes met slagbomen voordat ze tot mij doordringen, laat staan uitgesproken worden. Elk van hen controleert de papieren en vroeg of laat blijft er een slagboom dicht. Nee, meneertje, uw lading irritatie voldoet niet aan de invoereisen. Hier mag alleen goed onderbouwde boosheid naar binnen. Ik zie geen onderbouwing op de vrachtbrief staan. U zult moeten omdraaien. Luister, ik doe u een plezier, want mijn collega verderop is nog strenger. Zelfs als u een pallet rechtvaardiging bij u had, gaat hij u vertellen dat uw boosheid niet functioneel is in deze situatie en dus niet door mag. En dan zit u met dure opslagkosten daar. Nee, u kunt het beter nu meteen afvoeren naar de stortplaats. Is voor iedereen beter.

Als ik D. zie, dan zijn die mannetjes met verlof en staan alle slagbomen open. Dat is fijn, vriendschapstechnisch gezien, behalve die ene keer per jaar, als ik te laat door heb dat er een brandende vrachtwagen mijn gemoedstoestand komt binnengereden.

Terwijl: we voerden zo’n keurig gesprek. Vier mannen van middelbare leeftijd bespraken een boek van een Nobelprijswinnares over de teloorgang van de Sovjet-Unie. Keuriger wordt het niet. We debiteerden observaties, af en toe een keurige mening, afgewisseld met een vriendelijk woord over de Italiaanse wijn.

Toen we daar heel tevreden zaten te soezen in onze geestelijke rijkdom, ging het gesprek ongemerkt naar nationalisme en integratie en vreemdelingen en allemaal woorden die inmiddels bij mij de alarmbellen doen afgaan. D. debiteerde meningen en ik dacht: jezus, jij ook al? Jij tuimelt ook al in deze valkuilen?

Heel even zag ik de toekomst vergaan. Ik begin te veranderen in een cultuurpessimist, een hobby waar ik altijd enorm op heb neergekeken.

Ineens had ik enorme behoefte aan een bubbel, aan een kleine kring van gelijkgestemden die je de illusie geven dat de buitenwereld langzaam aan het doordraaien is, maar dat er hier, rond de tafel, troost is te vinden. Sommige mensen zien de bubbel als de oorzaak van het probleem. Maar zelfs een racist gun ik een bubbel. Een racist zonder troost is gevaarlijker dan eentje met, speculeer ik.

Michel van EetenComment
Symbiose
clownfish_sea_anemone-581b994d3df78cc2e879cc71.jpg

Ik heb een nieuwe profielfoto nodig, zei mijn vrouw. Voor op mijn werk. Op die ik nu heb, lijk ik wel 18.
    Wanneer was die foto dan gemaakt? vroeg ik.
    Tijdens een interview voor het bedrijfsblad, net nadat ik mijn proefschrift had verdedigd. Jules was nog niet geboren.
    Dan is het tijd voor een nieuwe foto, ja.
    Jij krijgt natuurlijk steeds leuke foto’s van je uitgever en zo. Maar hoe moet ik dat doen?
    Dan ga je bij een fotograaf langs.
    Nee, ik wil niet bij een fotograaf. Ik vind mezelf altijd zo stom uitzien op foto’s.
    Hoe doen je collega’s het dan?
    Sommige kiezen gewoon een vakantiefoto met een of ander Grieks eiland op de achtergrond. Of eentje met hun kinderen. Maar veel hebben ook iets professioneels, met zo’n studioachtergrond.
    Dat heet een fotograaf.
    Ja, oké.
    Dat zie je eigenlijk alleen bij vrouwen, profielfoto’s met kinderen. Bij mannen kom ik dat zelden of nooit tegen.
    Dat is omdat vrouwen meer symbiotisch zijn met hun kinderen dan mannen.
    Ik wilde meteen deze theorette tot de grond toe afbreken. Een van de voordelen van huissloof te zijn, is dat je dit soort folklore niet over je kant hoeft te laten gaan.
    Ik kan mensen niet te dicht bij me in de buurt hebben, vervolgde mijn vrouw. Maar bij de kinderen heb ik dat totaal niet. Vrouwen vinden het gewoon normaler om de kinderen als deel van zichzelf te zien. Mannen hebben dat minder.
    Hou toch op, dat heeft niets met normaal of symbiose te maken. Dit gaat om een profielfoto, de hele functie van dat ding is dat je eigen hoofd centraal staat. Dan staan er niet toevallig kinderen op die foto. Je weet ook hoe dit werkt, die vrouwen hebben tientallen foto’s doorgespit om een leuk exemplaar te vinden. En dan komen ze heel toevallig uit op eentje met de kinderen. Die waar ze alleen op staan, zijn gek genoeg allemaal niet zo leuk. Nee, die kinderen worden hier ge-appropriate voor eigen doeleinden. Ze worden gebruikt als een soort magische make-up.
    Pappa, waarom maak jij niet een leuke foto van mamma?
    Nee, schatje, dat is te gevaarlijk. Dat moet je aan professionals overlaten. 

Michel van EetenComment
Draaikolk
anp-66595772.jpg

Iemand die me een warm hart toedraagt, probeerde een interview te versieren bij een krant. Ter promotie van mijn roman. Hij vroeg of ik een link kon leggen tussen de roman en de actualiteit van de gele hesjes. Het enige denkbare antwoord op die vraag is Ja. Dat is het deel van het fenomeen boekverkoop dat ik praktiseer: op alles ja zeggen.

Toen moest ik dus die link gaan leggen. Ik las een paar artikelen over de gele hesjes. Onmiddellijk zat ik te oordelen. Het is moeilijk over boze mensen te lezen zonder eerst hun boosheid te wegen. Elke boosheid wil iets. Het is zelf een oordeel. En zo roept het ene oordeel het andere op. Een draaikolk. En onderin die kolk bevind zich de zuigende kracht die de draaiing gaande houdt: jezelf moreel hoger of lager te achten dan anderen.

Het deed me denken aan een mooie passage in My Name Is Lucy Barton: “It interests me how we find ways to feel superior to another person, another group of people. It happens everywhere, and all the time. Whatever we call it, I think it’s the lowest part of who we are, this need to find someone else to put down.

Terzijde: ik heb de laatste weken meer tijd op Twitter doorgebracht dan in de voorafgaande vijf jaar bij elkaar. Nu pas viel me op hoezeer Twitter een wereldomspannende beoordelingsmachine is. Nagenoeg alles kan worden weggelaten uit een tweet, maar niet het oordeel. Goed fout leuk stom schandalig grappig mooi ontroerend onrechtvaardig. Honderden miljoenen uren aan inspanning om de werkelijkheid te recenseren.

Als ik iets moet vinden van, zeg, gele hesjes, als ik niet opzij kan stappen, noem het apathie, noem het vluchten, noem het verstrooiing, als dat allemaal niet kan, dan is de melancholie niet ver meer weg. The lowest part of who we are. De link met mijn boek leggen zou ook het boek in de draaikolk zuigen.

Langzaam verschoof mijn opdracht van het leggen van de link naar het niet ondankbaar willen zijn, het niet willen teleurstellen van de persoon die het interview voor mij wilde versieren. Ik stuurde hem een paar zinnen. Iets over de strijd tussen politiek over vijanden versus politiek over systemen. Als je je ogen een beetje dichtkneep en meteen daarna iemand je riep dat het eten klaar was, kon het doorgaan voor een inzichtje. ‘Super interessant,’ schreef hij terug. Zoals altijd bleef ik achter met het voornemen om me beter te verdiepen in zaken waarover ik iets had beweerd. Dat voornemen hinkt achter me aan als trouwe oude hond die er niets aan kan doen dat hij binnenkort een spuitje gaat krijgen.

Michel van EetenComment
Betrapt
green-tea-white-mug-1296x728.jpg

Ondanks mijn sabbatical fietste ik naar de universiteit, naar mijn kantoorkamer, voor een afspraak met iemand van een ministerie. Ik constateerde dat ik geen tegenzin voelde. Bijna opluchting, zelfs. De dag had nut, de dag werd door anderen ingevuld. Het is ongemakkelijk om voor je eigen nut verantwoordelijk te zijn. En blijkbaar kan ik moeilijk zonder nut.

Ik word geleefd, zei ik toen ik het erg druk had. Vandaag wilde ik graag geleefd worden.

De eerste die ik sprak was de Spaanse collega die ook bij afspraak zou aanschuiven. You suck at doing a sabbatical, zei hij. Daarna brandde hij los over kwesties die hij wilde bespreken.

Ik haalde thee. Tegenwoordig ben ik een theedrinker. Het kan raar lopen in een mensenleven. Bij de automaat zei iemand lachend: wat kom jij doen? Iemand anders zei: jij was toch met sabbatical? Er zat een ondertoon van leedvermaak in, dat ik faalde in mijn sabbatical. Leedvermaak is vorm van jaloezie. En ik lachte alsof ik betrapt was. Ik wilde de jaloezie koesteren.

Michel van EetenComment
Hagedis
lizard-2708667_960_720.jpg

Ik moet je toch even iets zeggen, zei vriend W. We zaten in een verlaten brasserie net voorbij de slagboom van wat een vakantiepark scheen te zijn, een uur of twee lopen vanaf Venlo. Vriend D. was even naar het toilet.
Oké, zei ik
Als je praat, dan zwelt er hier in je hals een enorme ader op. Echt enorm. Vooral als je opgewonden praat.
Oké, zei ik. Ik had net opgewonden gepraat. Mijn vingertoppen betasten de aangewezen plek. Ik voelde iets met de substantie van een blaar. Huid over vocht.
W. had mij om advies gevraagd over een frustrerende kwestie in zijn loopbaan en het advies was nogal met mij aan de haal gegaan. Vriend D. had opgemerkt dat W. in tranen zat. Ik had de tranen niet gezien, omdat ik zijdelings naast W. zat. Maar je kon er ook minder geruststellende redenen voor aanvoeren.
Nu verdwijnt ‘ie, zei W. Wacht, ik maak snel een foto.
Ik keek ongemakkelijk naar buiten, terwijl hij zijn telefoon met gestrekte arm in mijn richting hield.
Toen toonde hij me de foto. Links in mijn hals zat een hagedis onder mijn huid. Met rare knobbels en vertakkingen. Ik werd acuut misselijk en gaf hem de telefoon terug. Ik slikte een paar keer en onderdrukte de neiging om opnieuw de plek te betasten, een deel van mijn lichaam waartegen ik ineens een grote weerzin voelde.
Wat moet ik met die informatie? vroeg ik, deels aan mezelf.
Misschien moet je er toch even een dokter naar laten kijken, zei W. glimlachend. Die rechtvaardiging kwam er iets te monter uit, naar mijn smaak.
Wie had er nog meer naar de opgezwollen hagedis zitten kijken? Keek mijn vrouw hier al jaren naar? Ik praat niet vaak opgewonden thuis, maar tijdens seks was de hagedis er wellicht ook en je moest al zoveel dingen vergeten om seks te hebben. Daarna dacht ik aan mijn manier van praten tegenover collega’s en studenten. Het woord bevlogen, waar ik evaluaties gretig op uitpluis, was zijn charme enigszins kwijt.
Waarom had W. me met deze kennis opgescheept? Werd hier iets verrekend? Hij was ook de eerste die ooit opmerkte dat ik een kale plek kreeg op mijn kruin, herinnerde ik me ineens. Aan de andere kant: het is een bewierookt ingrediënt van goede vriendschap dat de ander bereid is je een ongemakkelijke waarheid te vertellen, een spiegel voor te houden. Of in dit geval een foto.
D. kwam terug van het toilet. We betaalden de lunch en gingen weer op weg. We spendeerden een aangenaam etmaal met elkaar. Ergens in dat etmaal was ik de hagedis weer vergeten.
Gisteravond vroeg ik W. of hij de foto’s van het weekeinde wilde delen. Toen ik door de collectie bladerde, bleek dat hij ook de weerzinwekkende foto van mijn hals had meegestuurd. O ja, dat. Ik merkte dat het voor acceptatie nog te vroeg was, dus moet ik de hagedis opnieuw proberen te vergeten. De tweede keer lijkt me dat een stuk lastiger.

Michel van EetenComment