Fietstrommel (slot)

Voorafgaand: zie hier.

    De eerste les van het ambtelijke bestaan is: er bestaan geen eenvoudige problemen.
    Zo ook in dit geval.
    De wethouder zat in zijn maag met het fietstrommelbeleid. Er werden te weinig fietstrommels gebouwd. Alles waarmee de wethouder in zijn maag zit, daar plooit de ambtelijke organisatie zich loyaal omheen.
    Het zat zo. Burgers kunnen fietstrommels aanvragen. Tot zover geen probleem.
    Dan volgen er welstandstoetsingen, verkeerseffectrapportages en draagvlakpeilingen. Uiteraard.
    Het cynische publiek wil dit soort procedures nog wel eens schamper benaderen. Dat is het lot waarin de bureaucraten zich schikken. Ook zij verliezen wel eens uit het oog dat het publiek de procedures zelf heeft afgedwongen. Of ze zijn te beleefd om het publiek daaraan te herinneren.
    Ik ken iemand die gesneuveld is op de inkoop van koffieautomaten. Dat zou niet zorgvuldig genoeg gebeurd zijn. De kranten stonden er vol met verhalen over wanbeleid. Voortaan moet er dus een brede doelmatigheidstoetsing worden uitgevoerd.
    Afijn.
    Door alle zorgvuldigheid kan het meer dan vijf jaar duren voor een fietstrommel wordt geplaatst. Of hij wordt helemaal niet geplaatst. In de gemeenteraad was de wethouder hierover kritisch onderhouden. De fietstrommeldoelstellingen stonden op de tocht.
    De jonge ambtenaar glimlachte deemoedig en vroeg of ik nog tips had.
    Ik had geen tips, alleen nederigheid. Dit leek me de apotheose van beschaving. Bestuur als geïnstitutionaliseerde hypocrisie.

Zijn verhaal bleef nog dagen bij me. Er zijn mensen die troost vinden in literatuur of muziek. Ik vind troost in de fietstrommel.

Fietstrommel

Toen ik de jonge gemeenteambtenaar vroeg waar hij zich mee bezig hield, zei hij: ‘De fietstrommel.’
    ‘De fietstrommel,’ herhaalde ik, iets te nadrukkelijk. Ik had zelden een mooier antwoord op die vraag gehoord. Even voelde ik de behoefte hem te omhelzen en tegen me aan te drukken.
    De ambtenaar glimlachte behoedzaam, alsof hij wachtte tot ik een grap ging maken.
    ‘Fietstrommel als in: broodtrommel?’ vroeg ik.
    Hij knikte.

Ineens zag ik ze voor me, de halfronde plexiglazen stallingen met plaats voor een handvol fietsen. Een kaasstolp, daar dacht ik aan als ik er langs fietste. Maar nu begreep ik dat het uit de kluiten gewassen broodtrommels waren. Je opende ze door met een handvat een deel van de zijwand omhoog te schuiven in de rest van de constructie.
    Tot dan toe verkeerde ik in de veronderstelling dat mensen die zelf voor hun deur hadden neergezet. Dat was naïef. Er is een fietstrommelbeleid. De gemeente wil graag fietsbezit stimuleren, vanwege milieu, gezondheid, verkeer, waarvoor niet eigenlijk. Er zijn burgers die graag hun steentje bijdragen, maar die geen plek blijken te hebben om hun fiets te stallen.
    Veel maatschappelijke problemen zijn onoplosbaar, maar het bouwen van een plek om een fiets te parkeren, dat moet toch mogelijk zijn. En zo kan het gebeuren dat een jonge verkeerskundige ineens de baas is van het gemeentelijke fietstrommelbeleid.
    Maar de eerste les van het ambtelijke leven is: er bestaan geen eenvoudige problemen.

(Wordt vervolgd.)

Emoticons

Een dag lang keek ik tentamens na. Dit jaar stonden er voor het eerst emoticons tussen de antwoorden. Het zijn handgeschreven antwoorden, maar toch waren sommige emoticons een kwartslag gekanteld, alsof ze getikt waren op een toetsenbord.
    Ik keek er een moment naar en vroeg me af wat een cultuurpessimist hierover zou melden. Maar ik kon mijn aandacht er niet bij houden. Cultuurpessimisme zal zo nu en dan best gerechtvaardigd zijn, maar het is onveranderlijk saai. Het verkleint de werkelijkheid tot wat luie extrapolaties vanuit het verleden.

Laatst werd me een cultuurpessimistisch boek aangeraden. Volgens de Guardian was de auteur “one of the heroic few”, zo beweerde de achterflap. Ik kwam niet eens door de flaptekst heen.
    Het boek werd ook geprezen om zijn bijtende humor. Maar in dit genre is humor doorgaans kunstig geformuleerd geklaag.
    Ik kan niet tegen geklaag. Het roept een fysieke reactie op. Misselijkheid bij mensen die ik mag. Irritatie of woede bij anderen.
    Het geldt ook voor mezelf. Mijn vrouw probeert me op een onbewaakt ogenblik wel eens tot klagen te verleiden, maar na een paar woorden snijdt mijn lichaam me altijd de pas af.
    Het gaat te snel om vast te stellen of het misselijkheid of irritatie is. Of woede.
    Het achterwege laten van geklaag heb ik lange tijd als een verdienste gezien.
    Ik vind het nog steeds een vriendelijke eigenschap, vooral in gezelschap.
    Wel vermoed ik dat het minder een verdienste is dan een noodzaak. Als ik de onvrede heb uitgesproken is het een feit geworden waar ik niet meer omheen kan.
    Er zijn al genoeg feiten in mijn leven waar ik niet omheen kan, ik weiger die verzameling groter te maken dan strikt noodzakelijk is.

Ik geloof niet dat ik eigenlijk wilde klagen over de emoticons op het tentamen, al is zo’n vraag natuurlijk onbeantwoordbaar als je een beetje talent hebt voor onderdrukking.
    Ze riepen zelfs een zekere intimiteit op, de knipoogjes en lachebekjes. Nabijheid begint met grensoverschrijding.
    Overigens bestond er geen verband tussen het gebruik van emoticons en de kwaliteit van de antwoorden.

Varia

De zwerfboeken zijn verstuurd. Via Google Maps zal ik bijhouden waar ze zijn en wat er over gemeld wordt.  Coert heeft de leiding genomen door vals te spelen en een bespreking te plaatsen van een exemplaar dat hij al had gekocht. Ik zie het kopen van boeken voor deze keer door de vingers.

Verder verscheen er deze week een interview in de Intermediair. Met een hoofdrol voor het broodjesassortiment van ons cateringbedrijf. 

[[popup file="intermediair1.jpg" description="(thumbnail)" ]] [[popup file="intermediair2.jpg" description="(thumbnail)" ]] [[popup file="intermediair3.jpg" description="(thumbnail)" ]]

Wie niet graag naar groezelige scans kijkt, kan het interview hier lezen.

Mijn spaargeld

Het lukt me maar niet ongerust te worden over de economische crisis. Ik voel eerder opluchting. Ondernemingszin, zelfs. Al het aangekondigde onheil heeft me doen beseffen dat veel van mijn handelen samen te vatten is in een woord: voorzichtig.
    Het gevolg is inertie. Stilzitten. Zo werk ik inmiddels ruim vijftien jaar bij dezelfde organisatie. Er is een groep mensen bij wie dat gegeven medelijden opwekt.
    Overigens vind ik medelijden een sympathiek fenomeen. Zij die klagen dat de menselijke verhoudingen verkillen, kan ik aanraden zichzelf wat meelijwekkender te gedragen.
    Maar goed.
    Stel dat het waar is dat het hele bouwwerk binnenkort in elkaar kan donderen. Dat de hardwerkende en oppassende middenklasse langzaam naar de slachtbank schuifelt. Dan gaat het om de vraag hoe je die gang wilt vormgeven. Voorzichtigheid is geen antwoord.
    Een paar dagen geleden  las ik dat Nassim Nicholas Taleb, een van de nieuwe profeten van de Totale Ontwrichting, vond dat je goedgekleed en gladgeschoren naar je eigen executie diende te gaan. Dat is een bruikbare suggestie, maar met het uitvoeren daarvan ben je na een minuut of vijf wel klaar – zeven minuten als ik rustiger scheer om voor een keer geen snijwonden te veroorzaken. Blijft de vraag wat je de rest van de tijd doet.

In de New Yorker stond een artikel over een in Amerika woonachtige Rus die de zichzelf voorbereidde op de ineenstorting van de Westerse samenleving – al vond hij zijn maatregelen alleszins bescheiden. Hij zei: “I’ve never been a complete collapsitarian.”
    Dat lijkt me een mooi antwoord op de vraag welk sterrenbeeld je bent: “Collapsitarian.”
    De Rus zei ook: “When faced with a collapsing economy, one should stop thinking of wealth in terms of money.”

En zo begon ik te fantaseren over het opmaken van mijn spaargeld.
    Ik kan me niet herinneren eerder over mijn spaargeld gefantaseerd te hebben. Mijn spaargeld had altijd maar een doel: te bestaan. Niet om gebruikt te worden, want dan zou het niet meer bestaan en dat moest te allen tijde voorkomen worden.

De afgelopen dagen verzin ik bestemmingen voor mijn spaargeld. Frivole bestemmingen. Liefst wel milieuvriendelijk. Ook als iets geen zin meer heeft, wil dat niet zeggen dat je het achterwege kunt laten.

Toen ik mijn spaargeld ter sprake bracht, begon mijn vrouw zelf over de crisis. Ze was niet bang, maar ze had beredeneerd dat ze eigenlijk bang zou moeten zijn. Ze keek me aan alsof ze hoopte dat ik ter plekke de angst in haar zou weten te jagen.
    Net als ik werkt ze in de publieke sector. Misschien is dat wel de essentie van het ambtenarenschap: de onmogelijkheid om een wezenlijke breuk met de routine serieus te nemen. Alhoewel. Wellicht is het de essentie van de oppassende en hardwerkende middenklasse.

Terzijde: Toevallig had enkele dagen eerder een onbekende me een korte e-mail gestuurd met de mededeling dat een goede baan, een vrouw en een kind mooie dingen waren, maar niet wanneer je schrijver wilde zijn.
    Punt.
    Einde mededeling.
    Ik heb zelden een raadselachtiger bericht ontvangen. Zou de man gedacht hebben: ‘Iemand moet het hem vertellen?’ Alsof er deze wijsheid een gedroogd korstje van snot was dat onopgemerkt aan mijn neusgat bungelde.
    Mijn vrouw vroeg droog: Dus hij vond het geen goed boek?

Vooralsnog heb ik geen concrete plannen voor mijn spaargeld, maar de lichtzinnigheid waarmee ik het in gedachten uitgeef sijpelt langzaam door in andere delen van mijn leven. Een hele hoop vragen blijken overbodig. Behalve deze: Welke hobby’s heeft een collapsitarian?

Zwerfboeken

Negen weken nadat mijn roman verschenen was had ik nog steeds heb ik geen antwoord op de vraag: Waar gaat het over? In het begin vond ik dat een probleem. Daarna begreep ik dat het een hooghartige vergissing is te denken dat ik onmisbaar zou zijn. Mijn antwoord op die vraag was niet bijster relevant. Anderen vertelden me waar het over gaat en ze bleken het boek beter te kennen dan ik. Het enige dat ontbrak om mezelf geheel overbodig te maken was kwantiteit. Dat was eenvoudig op te lossen. Ik vroeg vrijwilligers die me wilden vertellen waar het boek over gaat en en stuurde hen een boek. De enige spelregel is dat de ontvanger vertelt waar het boek over gaat – hier, op de eigen website, waar dan ook – en daarna het exemplaar aan iemand anders doorgeeft. Het gaat niet om recensies. Een foto van een brandend exemplaar zou voldoende zijn, mits adequaat belicht en gevrijwaard van een al te artistiek cameraperspectief. Liegen is ook een mogelijkheid, stel dat de inhoud een onoverkomelijk obstakel blijkt te zijn. Zolang het onderhoudender is dan de waarheid. Als u op deze pagina belandt omdat u een van de zwerfboeken heeft gelezen, dan kun u hieronder uw antwoord kwijt of een link plaatsen naar de site waar dat antwoord te vinden is. Vermeld ook het nummer dat op het boek is aangegeven en uw locatie, voor zover u die wilt prijswegen. Zo kunnen we de route van de boeken volgen. (Klik hier voor een grotere versie van de kaart.) Alle lezers van de keten die als eerste tien besprekingen bereikt, krijgen als blijk van waardering boek naar keuze uit het fonds van Atlas.