Een uit talloos veel miljoenen

Voor wie het nog niet wist, Arnon Grunberg blogt ongeveer wekelijks. In het Engels, want betaald met subsidie van de Amerikaanse overheid. Wie kwaad wil, zou hem een blogger kunnen noemen. Terloopse stukjes, dagelijkse zaken. Maar regelmatig is er zo?n zin die hem ongeschikt maakt als kandidaat voor een Bloggie. Zoals: Like Darwinism, intellectual property is just a theory.

Men zou hem moeten inhuren als tekstschrijver voor een chatbot die automatische bijdragen levert aan gesprekken via MSN. Ergens zit iemand te slapen met haar hand in een subsidiepotje waarop staat: Jeugd en Literatuur.

Mijn Arische gebit

De halfjaarlijkse tandartscontrole was ingevoerd door de Nazi?s, zei W.
Of met medewerking van de Nazi?s, dat kon ook.
Nou ja, in ieder geval tijdens het bewind van de Nazi?s.
In 1942.
Dat had een fysiotherapeut hem verteld.
Naar het schijnt zijn de fysiotherapeuten erg jaloers op dat kunstje van de tandartsen. Dat mensen elk half jaar vrijwillig langskomen, ook al hebben ze nergens last van. Een goudmijn, onder het mom van preventie.
?Kijk,? zei W. ?Dat idee van preventie is oplichterij.?

Een minuut eerder dacht ik dat hij ging opstaan van de eettafel om naar huis te gaan.
Toen herinnerde hij zich de naakte, bleke mannen die ons omringd hadden tijdens het douchen na de squashwedstrijd. Ze wisselden tips uit over zorgverzekeringen. Het ging er ruig aan toe. Iemand zei dat je per definitie moest wisselen van verzekeraar, dat was altijd beter. Een ander zei dat je altijd het middelste pakket moest kiezen. Als je een gezin had tenminste. Maar een derde man vond dat het afhing van het collectieve contract van je werkgever. Maar de eerste twee mannen vonden collectieve contracten slap. Je kon in je eentje meer voordeel behalen.
Ze waren begonnen bij het uittrekken van hun onderbroeken. Maar ze hadden zoveel tips dat ze bij het afdrogen van hun geslacht elkaar nog in de rede vielen.

W. vroeg of wij nog verzekeringstips moesten uitwisselen.
Ik zei dat ik geen tips had. Maar dat ik wel eindelijk eens mijn tandartsverzekering moest terugschroeven, want ik ging nooit naar de tandarts.
En toen was W. over een stokpaardje gestruikeld.
?Onmiddellijk stopzetten,? zei hij.
?O?? zei ik.
?Ja sorry, dit is een stokpaardje van me. De macht van het tandartskartel stoort me mateloos.?
Toen ging het snel. Binnen een minuut waren we bij de Nazi?s.
Ik vond het een beetje flauw. Altijd maar dat stigmatiseren van de Nazi?s. Misschien hadden de tandartsen betoogd dat het voortbestaan van het Arische Gebit bedreigd werd door allerlei geïmporteerde zoetigheden. Dat klonk toch alleszins redelijk.

?Ja kijk,? zei W. ?Als jij graag een mooie jacht van een tandarts wil helpen financieren, als dat je doel is, dan moet je vooral die tandartsverzekering afsluiten en op controle blijven gaan.?
De kern van zijn redenering was dat tandartsen niet echt aan preventie deden. Bij kanker of zo slaat preventie ergens op. Maar tandartsen krabben tijdens de controle wat aan je tanden en als je een gaatje hebt gaan ze boren. Dan is het al te laat. Dan kun je net zo goed pas gaan als je ergens last van hebt. Zoals we met alle andere ziektes doen.

Ik zei dat zijn redenering hout sneed. Dat hij dit aan de kaak moest stellen. Die woordspeling bleef gelukkig onopgemerkt. Misschien moest hij een kamerlid bellen of een ingezonden brief schrijven.
?Ja,? zei W. Hij stond op om naar huis te gaan.
Ik liet hem uit en nam me voor om mijn tandartsverzekering stop te zetten. Er ging bij voorbaat al een zekere voldoening van die beslissing uit.

De dag erna rende ik de trap af, aan de late kant voor mijn trein.
Met grote sprongen nam ik de treden. Halverwege de trap voelde ik bij elke sprong de vullingen in mijn kiezen. Een stekende pijn die ik niet eerder had gevoeld.
Ik dacht eerst even aan de medische experimenten van de Nazi?s.
En toen aan hoe lang ik al niet meer op controle was geweest.

Vijf maanden

Het is mijn kind niet. Reproductietechnisch gezien wel, maar verder niet. Ze staat los van mij.  Een vreemde. Om verliefd op te worden, dat wel. Alleen op een vreemde kan ik verliefd worden.

Ik ging er impliciet van uit dat ze nog niet af was, als pasgeborene. Dat pas langzaam het koddige lijfje bewoond zou gaan worden door een personage. Zo zou ik haar leren kennen. En ergens daarin zou de frase ?van mij? vanzelfsprekend gaan klinken.

Maar vanaf het begin was ze helemaal af. Volwassen, bijna. Ze had genoeg aan zichzelf. Soms keek ze welwillend naar de vreemden om haar heen die pogingen tot amusement aanboden. Soms volgde ze hen wantrouwend. Ze was alleen niet zo?n prater. Het stille meisje op een schoolfeest. Autonoom. Onpeilbaar. Verrassend.

Een neveneffect hiervan is dat ik het gevoel heb dat ze hier te logeren is en elk moment kan weggaan. Als ze het mooi geweest vindt. De VIHB en ik zijn best aardig, maar je moet het niet te gek maken. Vertrekken, nu het nog leuk is.

Aan de eettafel wordt elke avond operationeel overleg gevoerd tussen de ouderlijke instanties. Diverse logistieke details worden geplot tegen trendlijnen en voortschrijdende gemiddelden. Aan het slot van de vergadering volgen enige pogingen tot interpretatie van het fenomeen. Twee Dr. Clavans die het Kremlin proberen te duiden.

Meestal buigen we snel ons hoofd voor het onkenbare. Ons liefste black boxje. (Kijk, met ironie lukt het wel, bezittelijke voornaamwoorden gebruiken.)

Informatiemanagement

Licht duizelig liep ik naar buiten. In een uur had ik een stuk of vijftig artikelen en rapporten doorgekeken. Ik was bezig een onderzoeksaanvraag te schrijven. Dat vereist een literatuuroverzicht. Het probleem is: in mijn vakgebied leest bijna niemand meer de literatuur. Geen tijd. Alleen mensen die niet publiceren lezen nog. De rest ?kijkt door.?

Vorige week zat ik achter mijn bureau en las ik een boek. Na een uurtje of twee werd ik ongemakkelijk. Alsof ik spijbelde van mijn echte werk. Boeken lezen zit nu in dezelfde categorie als de icoontjes op je bureaublad sorteren.

Ik liep over straat met teveel informatie in mijn hoofd. Aan de overkant stond een blauwe vrachtwagen. Een meneer in een overall bestuurde een grijparm die een grote metalen bak ondersteboven keerde. Een papierlawine verdween in een donker gat. Op de zijkant van de vrachtwagen stond in grote gele letters: Pietersen Informatiemanagement.

Jaarbalans

Een jongen op het oudejaarsfeestje zei dat Daan en ik hetzelfde aan hadden. Ik keek naar Daans kleren en Daan keek naar mijn kleren. We hadden hetzelfde aan. Op de middag van oudjaar hadden we allebei in de kast gekeken en iets in oranje gepakt bij een donkere broek. Toeval natuurlijk.
    ?En jullie hebben ook nog ongeveer hetzelfde halflange haar,? zei de jongen.
    We keken even naar elkaars haar.
    Ik overwoog iets te zeggen. Dat Daan rood haar heeft bijvoorbeeld.
    ?O,? zei de jongen. Tot zijn eigen verrassing was hij nog niet klaar. ?En jullie vrouwen hebben hetzelfde aan.?
    Daan en ik keken naar onze vrouwen. Ze droegen allebei een zwarte trui, zwarte panty?s en een rokje dat bij navraag aangeduid bleek te worden met de term tweed.
    Vier mensen hadden zonder het te weten elkaar geïmiteerd.
    Op onzekere financiële markten blijkt niet winstmaximalisatie maar imitatie de meest voorkomende tactiek van handelaren. Imitatie garandeert dat je nooit in je eentje verliest. En als iedereen verliest, verliest niemand. Dan gelden andere beschrijvingen ? abstracter en veiliger, zoals ?de markt zakt in.? Slechts een enkeling vindt de kans om in je eentje te winnen opwegen tegen het risico in je eentje te verliezen.
    Ik keek naar de VIHB. Haar trouwring tikte tegen het wijnglas dat ze van tafel pakte. Ik dacht aan het wiegje in de kamer naast ons, waar op dat moment een zuigbaar duimpje van ongeveer een centimeter het meest geruststellende deel van het universum was.
    Ineens had ik het gevoel dat in het afgelopen jaar de balans is verschoven. Vanaf nu is er meer te verliezen dan te winnen. Het was een opwindend soort angst.
    De dag erna, op een winderig perron van Amsterdam Lelylaan, zei de VIHB melancholisch dat ze zich nu niet meer kon veroorloven om zelfmoord te plegen.
    Ik beurde haar op en zei dat als ze er echt voor zou gaan, het nog best zou kunnen.

Leermomentje

Meest gestelde vraag: Hoe is het nu om vader te zijn?
Moeilijke vraag. De enige vraag die me nog moeilijker lijkt is als je een touretappe wint en Mart Smeets wacht je op bij de finish met de klassieker: ?Wat gaat er nu door je heen??

Voordat we naar ADO-Feyenoord gingen, kwam de meneer van het ministerie nog even bij me langs.
?Naar de kleine kijken,? zei hij. ?Hebben we dat ook meteen gehad.?
Resultaatgerichtheid staat hoog in het vaandel op het ministerie.
Hij kneep even in de wang van Vera en vroeg mij hoe het ging verder, zo als vader.
Ik begon aan een antwoord. ?Ja, goed.?
Terwijl ik nadacht wat er op ?Ja, goed? kon volgen, stelde hij me gerust. ?Ja, nee, na een jaar wordt het wel leuk.?

Ik noteerde als leermomentje dat ik wellicht een cursus goednieuwsgesprekken moest overwegen.