Een journalist van een radiozender belde me. Hij wilde een uitzending maken over toekomstige cyberaanvallen die Nederland zouden gaan lamleggen. "Een licht filosofisch programma," noemde hij het.

19/11 - 0

Na een afspraak in Amsterdam Zuid hadden we zeven minuten om de eerstvolgende trein te halen. Ik stelde mijn Braziliaanse en Iraanse medewerkers voor om te rennen. Anders zouden we twintig minuten moeten wachten.
           We renden.
           Hijgend stonden we op het perron, net op tijd.
           ‘Waarom hebben we eigenlijk gerend?’ vroeg de Iraniër. Hij leek enigszins gedesoriënteerd.
           ‘Omdat we nu twintig minuten bespaard hebben,’ zei ik.
           ‘Bespaard voor wat?’
           ‘Voor de rest van onze levens.’
           Hij keek me nadenkend aan, maar zag af van verdere vragen.
           Toen de treindeuren opengingen, zei hij: ‘Ik kan me de afgelopen twee uur niet meer herinneren.’

30/10 - 1

Voor de liefhebber, de column voor L1 Radio van deze maand. Gebaseerd op onderstaand stukje, maar dan in de Originalfassung.

09/01 - 0

Ik was om vijf uur opgestaan om een lezing af te maken over mijn onderzoek naar internetcriminaliteit. Vlak voor ik naar de conferentie vertrok waar ik de lezing zou houden, deed ik een hazenslaapje van enkele minuten. Ik droomde over robots die opruimden en reparaties uitvoerden terwijl ze geruststellende geluidjes voortbrachten.
    Na afloop van de lezing zei een toehoorder: ‘Leuk verhaal. Een soort infotainment.’ Ik besloot het als een compliment op te vatten.

18/10 - 0

De zomerpauze is voorbij, ik heb een nieuwe column opgenomen voor L1 Radio. Ik begon met het stukje over Phantasialand, maar L1 had recht op iets beters.

20/09 - 0

Vanavond zit ik in een live-uitzending van Kassa. Mijn vrouw vroeg of ik opgemaakt zou worden. Ik zei dat ik het niet wist. ‘Ik hoop van wel,’ zei ze.

15/09 - 2

29/06 - 0

In de gang van de school stond een vader van een vriendinnetje van mijn dochter. ‘Was het weer niet goed allemaal?’ zei hij tegen me.
    Hij doelde op een uitzending van het NOS Journaal van afgelopen vrijdag. Ik had commentaar gegeven – ‘een stukje duiding,’ noemde de redacteur het – op de ontdekking van een slecht beveiligde database met medische informatie.
    De vader van het vriendinnetje bracht mijn commentaar terug tot zijn kern: het was weer niet goed allemaal. Ik heb nu een kleine tien keer in een nieuwsprogramma opgetreden. Inmiddels is duidelijk: het onderwerp maakt niet uit, de behoefte waarin ik voorzie is steeds dezelfde.
    Als nieuwsredacties zeggen dat ze deskundig commentaar nodig hebben, dan bedoelen ze: gediplomeerde afkeuring.

23/04 - 2

‘De dronken oliebol wil even knuffelen,’ zei mijn vrouw terwijl ze tegen me aankroop. Ze verwees naar een eerder stukje.
    Ik zei dat ze beter moest lezen. ‘Jij bent niet de oliebol, de activiteit van het knuffelen is de oliebol.’
    ‘Hm.’
    ‘Maar ik ben blij dat je je niet laat ontmoedigen.’
    ‘Wie zei dat ik me niet laat ontmoedigen?’ vroeg ze. Toen ging ze tandenpoetsen.

21/02 - 0

Vanavond ben ik in De Bonbonnière in Maastricht om deel te nemen aan een debat over "Het onbehagen in Limburg". Er is een bonte schare sprekers opgetrommeld, waaronder de verguisde Cor Bosman, met wie ik onlangs een boeiend interview las. De sprekers gaan in een strak format de discussie aan met elkaar en met de zaal. De toegang is gratis, maar ik heb geen idee of er nog kaarten zijn. Voor ik afreis, ga ik nog een rekwisiet kopen. Een debat is een vorm van theater, tenslotte.

16/02 - 0

Ik keek Margin Call, een film die losjes gebaseerd is op de ondergang van de Lehman Brothers. Halverwege viel ik in slaap, maar dat gebeurt me tegenwoordig bij elke film. Wat me intrigeerde was dat de personages eigenlijk geen keuzes maken, maar hun handelen zien als het eenvoudigweg afwikkelen van het onvermijdelijke. ‘We have no choice,’ was de diagnose. Ik vermoed dat die diagnose grotendeels klopt. Een onbehaaglijk vermoeden.

25/01 - 0

Toen ik de onderzoeksaanvraag had ingediend, voelde ik een beetje opluchting, maar vooral een enorme behoefte om boodschappen te doen. Alsof dat was wat de afgelopen weken aan mijn leven had ontbroken: boodschappen. In mijn hoofd had zich een rommelige verzameling goederen opgehoopt die nodig moesten worden aangeschaft. Het was geen lijst, dat veronderstelt overzicht. Bij het verlaten van een winkel herinnerde ik me steeds iets dat me weer naar een andere winkel voerde. Uiteindelijk moest Jules op het voorzitje, omdat de fietskar gevuld was met dozen wijn, pakken luiers, een voordeelverlpakking vochtige doekjes, dekens, al dan niet met dierenopdruk, en broden. De rest vervoerde ik in een rugzak en op het achterzitje. Op een gegeven moment viel Jules in het zitje in slaap. Toen brak ik de tocht af om haar naar huis te brengen. Op het laatste stuk typte ik al fietsend een email aan mezelf met het boodschappenlijstje dat ik aan mijn vrouw zou geven.

17/01 - 0