Blauwe belegering

De demonstratie van vier agenten keek even naar de langsrijdende tram 1 ? de overvolle tram naar het strand.

Ze stonden niet bij elkaar, de vier agenten, maar willekeurig verdeeld. Even verderop stond een tentje met een leeg podium. Door de luidsprekers schalde Je loog tegen mij. Het geluid kaatste hol heen en weer tussen het stadhuis en het ministerie.

Ik heb een zwak voor mislukte demonstraties. Mislukte demonstraties zijn de enig verteerbare demonstraties. Stiekem hoop ik altijd dat ze mislukken. Lonen die nog verder worden ingekort. Pensioenen die op de lange baan worden geschoven. Vakantiegeldregelingen die uitgekleed worden. Misschien hebben mijn ouders niet genoeg geklaagd, vroeger, waardoor ik nu geen tolerantie heb voor klagen.

Iemand die bij het ministerie werkte zei dat ze geen last had van de demonstratie. Ze kon best begrijpen dat agenten demonstreerden. Bovendien deden ze het in hun vrije tijd.
Toen ik dat laatste hoorde, was de pret een beetje uit het verhaal.

Aan het einde van de middag kwamen we terug van het strand met tram 1. Er waren meer agenten. Twintig of daaromtrent. De meesten hingen keuvelend tegen de balustrade of rond hoge witte tafeltjes. Geef Nederlanders een paar hoge witte tafels om rond te hangen en ze hebben het gezellig.

Twee agenten tennisten met een stuiterballetje. De muziek stond een stuk zachter.




Gemiste kans (slot)

Eerder: 1.

We geloven er dus niet in, het romantische ideaal, maar helemaal zeker weten doen we het niet. Misschien ligt het aan ons, hebben wij een handicap ? een soort kleurenblindheid voor romantiek.

Ik bedoel: ik zat naast twee van mijn beste vrienden ? weldenkende mensen, beide hebben tien jaar wetenschappelijke opleiding op staatskosten achter de rug. En juist die mensen vonden het klatergoud uit 1 Korintiërs mooi. ?De liefde zal nooit vergaan.?
Ja, de liefde zal nooit vergaan, allemaal tot je dienst, maar van het concert des levens krijgt niemand een program. Nou jij weer.

Misschien zit het anders. Misschien doen ze alleen maar alsof ze romantisch zijn ? zijn het, net als wij, acteurs in een tweederangsfilm met een te klein budget voor special effects. Misschien volgen ze Grunbergs redenering. Ik citeer:

Verliefd spelen is beter dan verliefd zijn. Dood spelen is vaak te verkiezen boven dood zijn, en voor het leven geldt net zoiets.

Misschien is dat het. Misschien zijn wij slechte acteurs, die er niet in slagen te geloven in hun eigen rol.

Maar ook slechte acteurs zijn soms per ongeluk toch geloofwaardig. Gestuntel dat toevallig goed uitpakt ? een kwestie van kansberekening.

Misschien is dat wat er bij ons gebeurt. Want ik voel me soms per ongeluk romantisch bij jou. Je zou ook kunnen zeggen: Bij ons zijn de ongelukjes het meest romantisch.

Romantiek is dat we op Madeira zijn en dat ik je ten huwelijk wil vragen, maar niet weet waar ik dat moet doen. En de allerlaatste plek waar ik het kan doen, vlak voor dat we naar huis gaan, is: op de rand van een afgrond. Dat is romantiek.
Romantiek is dat ik op één knie wil gaan zitten om je te vragen, want ik wil het goed doen, en dat ik per ongeluk op twee knieën voor je ga zitten, omdat ik het spoor inmiddels bijster ben. Dat is romantiek.
Romantiek is dat ik je wil vragen om met me te trouwen, maar dat ik vervolgens zeg: ?Ik wil je vragen om met me te trouwen.? Ik wil je vragen om met me te trouwen ? dat is dus geen vraag. Maar wel romantiek.
Romantiek is dat jij daarop zegt: ?Ja.? Ook al was het geen vraag. En dat het dan even stil is. En dat je na die stilte zegt: ?Heel graag.?
Romantiek is dat we elkaar vervolgens omhelzen en er in mijn buikholte een knaagdier lijkt te zitten dat zich een weg naar buiten aan het banen is. Dat is romantiek.

De liefde zal nooit vergaan ? dat is onzin. En slecht geschreven onzin, dat is nog het ergste. Nee, dan liever dit gedichtje van Hans Teeuwen, waarin hij een geliefde toespreekt:

Je wilt samensmelten
- een onnozel idee -
maar ik ben romantisch
ik ga d?r in mee...
Kneed me en knecht me
wees lief en gemeen
gun me de plek
van het blok aan je been

En dat is het, Meis. Ik kan niet wachten tot je me de plek gunt van het blok aan je been. Een blok dat je gaat koesteren, zoals je gewend raakt een klein gebrek van jezelf, aan een onhebbelijkheid. Als je ja zegt, dan klamp ik me vast en laat ik niet meer los.




Gemiste kans

Voor de VIHB vond ik het niet goed genoeg. Voor u wel. De gemiste kans, uitgesmeerd over twee dagen.

Het was afgelopen dinsdagavond. We hadden net besloten dat de bruiloft toch door zou gaan. We waren er nog een beetje beduusd van. Jij keek als iemand die in de rij stond bij de slager, zag dat haar nummertje aan de beurt was en zich ineens niet meer kon herinneren voor welk vlees ze gekomen was. Toen hadden we het volgende gesprek.

Jij zei: ?Dit weekend, hè??
?Ja?? zei ik. ?Na de bruiloft bedoel je??
?Ja. Zullen we dan iets romantisch gaan doen??

Ik schoot in de lach. Jij keek me wantrouwig aan. Wat was er zo grappig? Nou, wij gaan trouwen en jij vraagt of we dit weekend nog iets romantisch gaan doen.

Er schuilt een prachtig soort onbeholpenheid in. Een onbeholpenheid die we allebei hebben. Ik zou het zelf zo onhandig gevraagd kunnen hebben.
?Nee,? denk jij nu. ?Dat zou je helemaal niet zelf gevraagd kunnen hebben, want jij vraagt nooit of we iets romantisch gaan doen.?
Dan zou ik moeten zeggen: je hebt gelijk.

Wat ik probeer duidelijk te maken is dit: Meis, wij hebben geen aanleg voor romantiek.

Als we anderen mensen romantische dingen zien doen, worden we ongemakkelijk. Een tikje zenuwachtig zelfs.

Wanneer wij zelf iets romantisch doen, voelen we ons acteurs in een B-film die een slecht geschreven dialoog moeten oplepelen. Hoe romantischer, hoe slechter geschreven ? met die vuistregel zit je er zelden naast.

Een voorbeeld.
Een paar weken geleden zat ik te eten met M., W. en D. Het was gezellig. Jij lag thuis te wanhopen over ons kindje, ik zat bij vrienden. Dat was alvast niet romantisch. Een keer of vier werd me gevraagd of ik niet thuis moest zijn. Ik antwoordde dan steeds dat jij had gezegd dat het goed was, dat ik moest gaan. Dat antwoord werd ontvangen met een meewarige blik. Hij begrijpt nog steeds niks van de liefde ? zo?n blik.

Vraag me niet hoe we er op kwamen, maar W. en D. gingen elkaar een bijbeltekst voorlezen over de liefde. Uit 1 Korintiërs 13 kwam het. De heren vonden het prachtig. Och, och, het was zo mooi. Ik citeer:

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. De liefde zal nooit vergaan.

Zoals ik al zei, hoe romantischer, hoe slechter geschreven. ?De liefde zal nooit vergaan.? Kijk. Je hebt van die plastic zakjes die nooit vergaan. Daar raken dan weer hertjes in verstrikt. Maar verder vergaat alles. Ook de liefde. Hoe snel weet ik ook niet precies. Je hebt die plastic zakjes, dan komt radioactief afval en de hamburgerbakjes van McDonalds, dan een hele tijd niks, en dan komt de liefde. En nog wat andere dagelijkse zaken zoals antidepressiva en karnemelk.

Het punt is: het klopt gewoon niet. En wij, wij worden er ongemakkelijk van. ?Verstikkend romantisch,? noemde jij de achttiende-eeuwse trouwzaal in het oude stadhuis. Daar gingen we dus niet trouwen. Nee, wij trouwen in het IJspaleis ? zoals de Hagenezen dit gebouw liefkozend noemen.

(Morgen verder.)




Voltrekking (slot)

Eerder: 1, 2.

De trouwambtenaar zei dat hij begrepen had dat nu de bruid en bruidegom iets zouden zeggen. Ik haalde drie blaadjes uit mijn binnenzak. Dit was het moment dat ik accepteerde dat het ging tegenvallen. Er was nog maar een richting ? verder de fuik in.
    ?Vooraf klonk het eenvoudig, iets voorlezen op je eigen huwelijk,? zei ik.
    Toen rende er een huilend kind voorbij. En een ouder in een soort kippenpas er achteraan.
    ?Euh,? zei ik.
    We keken even naar de achtervolging. De vader nam zijn kind mee naar buiten.

Ik begon voor te lezen. De hand die de blaadjes vasthad trilde. Na de eerste alinea wist ik zeker dat ik het verkeerde stukje had geschreven. Die zekerheid gaf enige berusting.
    Er werd af en toe gegniffeld tijdens het voorlezen.
    Tegen het einde van het stukje zat een woordspeling op ?ongelukje.? Ik hield zelfs even stil na de woordspeling.
    ?Aah,? zei een vrouwenstem vertederd. Het was niet de VIHB.
    Ik maak nooit woordspelingen. Een bruiloft is niet het geëigende moment om daarmee te beginnen.

Toen was ik klaar. Een gemiste kans ? een non-entiteit voelde niet eerder zo tastbaar.

We luisterden naar de VIHB. Die had een serieus stukje, zoals aangekondigd. Ze zei dat ze het nog één keer zou zeggen: ze hield heel veel van me. De VIHB maakt van zuinigheid iets moois. Hier en daar klonk een snik. Ik durfde niet te kijken, maar ik vermoed dat er handen elkaar zochten, in het publiek.

De trouwambtenaar zei dat het nu tijd was voor het formele gedeelte.
We zeiden ja.
We zoenden.
We zoenden nog een keer, omdat W. naar onze zoen had gekeken, in plaats van een foto te maken.
De tweede zoen was het beste.
De VIHB had tevoren gevraagd wat ik per se wilde voorkomen tijdens de ceremonie.
?Een zuinig kusje,? had ik gezegd.
Ze was het niet vergeten.

Toen waren we klaar. De mevrouw met een soort politie-uniform leidde ons naar een ander zaaltje. We werden gefeliciteerd. Ik vroeg me af of ik uit mijn matige trouwstukje in ieder geval nog een blogje kon halen.

De VIHB en ik gingen even naar huis, voordat het grote diner zou beginnen. De VIHB probeerde een slaapje te doen. Ik speelde een paar rondjes Search and Destroy in Call of Duty.  
?I just got married,? schreef ik aan Flave, een van mijn medespelers. We waren allebei dood en dan kun je een gesprekje voeren tot de ronde voorbij is en je weer een nieuwe kans krijgt.
?You?re bullshitting me,? tikte Flave.
?Yeah, that too,? tikte ik.
Toen startte de nieuwe ronde.




Huh?

Klik: http://filmladder.nl/
Euh.
Deze dan?
Ben ik de enige die bij voorkeur www weglaat?

Overigens: het slot van de Voltrekking laat nog een dagje op zich wachten.

Naschrift: De link is schijnbaar gerepareerd.




Voltrekking 2

Eerder: 1.

Bovenaan de trap was het drukker. Ik glimlachte wat om me heen. Af en toe zei ik hallo tegen een kind. Als ik zenuwachtig ben, zoek ik contact met kinderen. Het is geen feilloze strategie. Ze keken verlegen weg, zonder iets terug te zeggen.

De mensen glimlachten terug en deinsden wat achteruit. Niemand zei iets. We waren de onaanspreekbaren.

Vlak bij de ingang van de trouwzaal zag ik eindelijk mijn ouders.
?Enne?? zei mijn vader.
?Daahaag,? zei mijn moeder.
Ze bleven op een afstandje staan.
Zo stonden we daar even. Toen kwam een vriendin van de VIHB naar ons toe en kuste ons.
?Ik dacht, ik ga gewoon even gedag zoenen,? zei ze. In de loop van de dag zou ze ons nog drie keer zoenen.

Een mevrouw van de gemeente kwam bij ons staan. Ze droeg een soort politie-uniform.
?Alles komt helemaal goed,? zei ze.
Ze zou ons komen halen, als alle gasten hun plaatsen hadden gevonden. De deuren gingen open en mensen schuifelden naar binnen, langs ons. Wij glimlachten, zij glimlachten. Af en toe trok iemand een wenkbrauw op ? een soort knipoog met haar.

De meneer die de voltrekking zou doen, kwam onze hand schudden en ging toen ook naar binnen.
We bleven alleen achter.
?Ja, meis,? zei ik.
?Ja,? zei de VIHB.
?Ze komt zo terug, hoor,? zei een andere mevrouw in een soort politie-uniform. Ze bedoelde haar collega.

Ik keek even naar de grote hal van het stadhuis. De Hagenezen noemen het moderne witte gebouw ?t IJspaleis. Halverwege de hal stonden enkele mensen in de rij om iets af te rekenen ? een paspoort of een uittreksel van het bevolkingsregister.

De mevrouw kwam terug en vroeg of we haar wilden volgen. We liepen het zaaltje binnen. Allemaal ogen. Ik probeerde te glimlachen. Ineens riep de mevrouw: ?Dames en heren, mag ik een hartelijk applaus voor het bruidspaar!? Dat deed even pijn. Gelukkig waren we bijna bij ons bankje.

De meneer die de voltrekking zou doen, had gezegd dat we onder een baldakijn zouden zitten. Dat woord kende ik niet. Het bleek een soort hemelbed, zonder het bed. Op een bankje lagen twee kussentjes. We zaten heel dicht op iedereen, de trouwambtenaar zat nog het verst. De zaal voelde warm. Mijn getuige zat wat voorovergebogen en keek erg nerveus. Dat bood enig houvast.

De eerste vijf minuten was ik vooral bezig met recht te zitten. De trouwambtenaar heette enkele mensen specifiek welkom, vertelde iets over het gebouw en had een paar grapjes paraat voor de kinderen. Het kon niet lang duren voor we zelf aan de beurt waren. Ik nam me voor om te zeggen dat het vooraf eenvoudig had geleken, iets voorlezen op je eigen huwelijk, maar dat het nu minder eenvoudig voelde.

(Morgen verder)




Voltrekking

Er zat schoensmeer op het manchet van mijn huwelijksoverhemd, toen de getuige aanbelde. Hij kwam binnen en vroeg of ik klaar was. Ik begon de schoenen glanzend te wrijven. ?Bijna,? zei ik. ?Alleen nog even mijn stukje afmaken en printen.?

De VIHB en ik hadden afgesproken dat we iets tegen elkaar zouden zeggen. Het begon als idee om een toespraak van de dienstdoende ambtenaar te omzeilen. Bij sommige vrienden lopen de rillingen nog steeds over de rug als ze terugdenken aan de toespraak die zij van staatswege ontvingen bij hun huwelijksvoltrekking. Veel metaforen over zeereizen ? woelige baren, in hetzelfde schuitje zitten, koers houden; dat werk. De VIHB vreesde vooral de ambtelijke humor ? kwinkslagen over ?moetjes? in het bijzonder.

Wij zouden dus zelf iets zeggen. De VIHB was eerst niet helemaal overtuigd, bang dat ze het na afloop bespottelijk zou vinden wat ze had gezegd. Maar zelf niets zeggen en ook geen ambtelijke toespraak toestaan, was geen optie. Zo?n half uur moet toch vol.

Ik verheugde me erop. Ik fantaseerde over opwellende tranen in de ogen van de VIHB en over ouders die elkaar zouden aankijken en over handen die elkaar zochten, overal in het publiek. Dat is de ijdelheid van het webloggen ? denken dat je naar believen emoties kan oproepen, omdat een paar mensen eens iets aardigs in de reacties hebben achtergelaten. Wat ik vergat, is dat emoties meestal een onverwacht bijproduct waren van een verhaal over iets anders. Fantaseren en vergeten zijn twee woorden voor hetzelfde.

Ik trok mijn glanzende schoenen aan en ging achter de computer zitten. Mijn getuige merkte op dat ik mooi op tijd was. Ik zei dat we pas over twintig minuten in het stadhuis hoefden te zijn.

Ik liep nog eens door het stukje heen. Het zat me niet helemaal lekker. Vooral het slot miste iets. Een snik of een opwellende traan. De getuige zei dat we nu toch echt moesten gaan. Zijn auto stond voor. Ik zei dat hij even stil moest zijn, omdat ik me moest concentreren.

Meer dan wat woorden schuiven zat er niet in. Ik stuurde de tekst naar de printer en trok mijn colbert aan. De VIHB was al klaar. Haar tekst had ze ?s ochtends vroeg geprint. Ze had aangekondigd dat het een serieus verhaal zou worden ? omdat ze nou eenmaal serieus is. Zoals zij het uitspreekt klinkt het als een tekortkoming.

We stapten in de auto, een kwartier voordat de plechtigheid zou starten. Het is maar een klein eindje naar het stadhuis ? op de fiets, tenminste. Met de auto was het dankzij twee verkeersovertredingen ook een klein eindje. Bleek. De getuige bleef rustig, voor zijn doen.

Om vijf voor twee kwamen we het stadhuis binnen. Naast de ingang stond een Aziatische familie romantische trouwportretten te maken. De fotograaf had speciale doeken meegenomen waarvoor mensen moesten poseren.

Een handvol mensen stond bij de trap. Ik vroeg me af of ik iedereen moest groeten, maar besloot te glimlachen en af en toe hallo te zeggen. Mijn maag meldde dat er inmiddels sprake was van nervositeit. Halverwege de trap wilde ik iets tegen de VIHB zeggen, maar die bleek nog aan het begin van de trap te zijn. Ik liep weer terug naar beneden en verontschuldigde me. Langzaam schreden wij naar boven.

(Morgen verder.)




Ze zei ja

En ik ook.
Toen fluisterde ze: ?Welke hand was het ook alweer??
?Euh,? zei ik.

Mams had vantevoren uitgelegd dat het rechts was, omdat het in de kerk links was. Of andersom.
?Euh. Rechts,? zei ik.




Memento

Het ging dus toch mis, het embargo. Op kleine schaal. Ergens in de late uurtjes van de bruiloft kregen twee collega?s een introductie op het fenomeen weblog. En het adres van deze webzijde.

Er is nog niets aan de hand. Collega?s die tot in de kleine uurtjes op je feest blijven, zijn goede collega?s ? dat is een veilige aanname. Het betekent echter wel dat ik de controle kwijt ben over wie dit leest ? voor zover ik die ooit had. Dat is genoeg aanleiding om de knoop door te hakken: ik heb 664 stukjes offline gehaald ? dat is alles tussen 25 februari 2003 en vandaag. Voordat het een keer echt mis gaat.

Vanaf vandaag begin ik overnieuw. Met veel minder bewegingsruimte. Daarvan heb ik het meest genoten tijdens de eerste 664 stukjes: de bewegingsruimte. Vanaf stukje 666 zal blijken wat er overblijft.

O ja. De bruiloft was vreemd en mooi. Daarover morgen meer.




Aan mijn amoebe 5

Eerder: 1, 2, 3, 4.

Ze hadden je gemeten. Een grafiekje toonde drie dunne lijntjes. Op de onderste lijn stond een stipje. Dat was jij. Je stond op de rand van de afgrond ? precies waar je vader je moeder ten huwelijk vroeg.

Vijfennegentig procent van de amoebes groeit harder dan jij, zei het lijntje. Als je onder het lijntje zakt, word je officieel abnormaal verklaard. Dat is de wet van de normaalverdeling. De normaalverdeling is een statistische uitvinding die het gemiddelde tot norm verheft. De grap van het gemiddelde is dat het uiteindelijk iedereen naar zich toe zuigt ? regression toward the mean heet dat. Het is een gezellige drukte, daar rond het gemiddelde.

Wij hebben onze hoop op die regressie gevestigd. Mocht je desondanks van het lijntje aflazeren, dan komt de medische machinerie in actie. Die machinerie is knap, onverschrokken en wat ruw ? zoiets als de Amerikaanse bezettingsmacht in Irak. Je vader wil niet teveel over het medische scenario nadenken. Je moeder kan niet anders dan teveel over dat scenario nadenken ? ze ligt gestrekt op bed.

We waren erg geschrokken, na de meting. Je vader schreef er een stukje over op zijn weblog. Een weblog, dat is zoiets als de monoloog van een van die verwarde personen die zich rond treinstations ophouden. Passanten luisteren er onwillekeurig toch naar. Er is iets geruststellends aan de waanzin van anderen ? en ook aan hun ijdelheid of domheid of aardigheid.

Het stukje was tamelijk vaag. Onbewust volgde je vader een oude weblogwet dat je dramatisch nieuws in vage termen moet introduceren. Achteraf las het een beetje als overacting. Toen kwamen de troostende woorden van vrienden.

Het was zo mooi, dat ik je haast een chronische ziekte zou toewensen. En dat heet dan weer: Munchausen by proxy. (Ja, het is mooi hoor, voor alles is al een naam bedacht. Je hoeft dus niet zo veel te doen in het leven, behalve je verzoenen met het einde ervan. Grunberg, een van onze Grote Schrijvers, zou wellicht iets zeggen in de trant van: Het leven is als een dinergerecht dat te koud arriveert ? als je maar genoeg honger hebt smaakt het heerlijk.)

Na een keer of vijf het verhaal over onze zorgen verteld te hebben, was de lol wel weer af van de Munchausen by proxy. Er is niet genoeg informatie om het interessant te houden. Op een gegeven moment voelde ik mezelf als de staatsomroep die verplicht urenlange televisie moest maken over een zojuist overleden hoogwaardigheidsbekleder.

Nu zitten we dus in een impasse. Te wachten op nieuwe informatie. Dan begint er weer een nieuwe ronde. Maandag word je weer gemeten en dinsdag gaat daar iemand iets deskundologisch over zeggen. Als je van het lijntje getuimeld bent, zal er geen bruiloft zijn. Iedereen vindt dat heel logisch.
    ?Ja, het is heel simpel, hè,? zei mijn paps. Hij was bij ons om te klussen aan jouw kamertje. ?Dit is belangrijker. En gewoon positief blijven denken. Verder kun je toch niks doen.?
    Toen stond hij op om de behangplaksel te mengen. Dat moest immers ook gebeuren.




Ernstige zaak (slot)

Eerder: 1.

Na de derde zonde was er even pauze. De loopbaanontwikkelingtrainer liep naar een tafeltje waarop een iPod stond, met twee boxen ernaast. Even later klonk er muziek van het type top-zoveel-aller-tijden. Ik hoopte op Stuck in the Middle with You (?Clowns to the left of me,
Jokers to the right, here I am?), maar het werd Baker Street.

?Draai je altijd muziek bij deze workshops?? vroeg een collega van me aan de loopbaanontwikkelingtrainer. De meeste van ons hebben ook wel eens getrainerd, dus we weten hoe het is om een pauze door te moeten komen. Ik maak zelf meestal een doelloos wandelingetje met een pseudo-vastberaden tempo en ditto blik. De organisaties die trainers inhuren hebben doorgaans voldoende ganglengte voor een paar loze rondjes.
    De trainer veerde op en zei dat hij altijd muziek draaide. Voor de sfeer. Meestal klassiek. O, en de tune van Radio Tour de France. Op dat laatste kwam geen toelichting en mijn collega vroeg niet door. Hij was alleen maar voor de aardigheid even bij de trainer komen staan.

In het toilet stond ik naast onze jongste promovendus. Het was me opgevallen dat de jongen oplettend had gekeken, aantekeningen had gemaakt, een vraag had gesteld en af en toe knikte of een wenkbrauw optrok ? iemand die reageert; de droom van elke trainer.
    ?Wat vind je ervan, tot dusver?? vroeg ik. Onze urine klaterde synchroon tegen het porselein.
    ?Ik vind de muziek het hoogtepunt van de ochtend,? antwoordde hij.

We gingen verder met Zonde 4: ?Wachten op de doorbraak.? Je kon natuurlijk wachten tot je een ons woog, je moest het zelf doen. Het duurde ongeveer een half uur om dat uit te leggen.
    Zonde 5 was: ?Doe niet waar je goed in bent.?
    ?Ja, dat klinkt misschien een beetje raar,? zei de loopbaanontwikkelingtrainer. ?Maar de meeste mensen doen wat ze goed kunnen, niet wat ze echt willen.?
    O ja. Wat we echt willen is heel belangrijk en daar moeten we nog meer over nadenken. Als we er nog iets harder over nadenken, kunnen we middelgrote voorwerpen laten zweven ? loopbanen, glijbanen, hondenbanen. Puur op concentratie.

De trainer flipte het blad over van de flipover. Daar stond Zonde 6 in viltstif geschreven: ?Er wordt voor mij gezorgd.? De onderste helft van het flipoverblad was met een stukje plakband dichtgevouwen.
    ?Nou, over deze zonde kan ik kort zijn,? zei de trainer. Hij wachtte even betekenisvol. Toen trok hij het plakbandje los. Op de onderste helft stonden ?Forget It!? in kleurige barbapapa-letters. Dat vereiste een toelichting van een kwartier ? relatief kort, inderdaad.

De laatste zonde was: ?Loopbaanontwikkeling is een ernstige zaak.? Ik las hem nog een keer. ?Loopbaanontwikkeling is een ernstige zaak.? Of de loopbaanontwikkelingtrainer nam ons allemaal te grazen met een paradox die onze gedweeë houding bekritiseerde; of hij kon niet formuleren.

Om half vijf was de pervertering van het zondebegrip compleet. We waren klaar. Iedereen ging weg met de indringende boodschap dat het zonde is als je niet genoeg aan jezelf en je loopbaan denkt. Het is een ernstige zaak, immers. Ik noteerde als zonde dat ik te laf was geweest om weg te gaan.




Ernstige zaak

Achterin het kleine boekje stond een copyright-tekentje gevolgd door acht puntjes.
     ?Op die puntjes kunnen jullie je eigen naam invullen,? zei de loopbaanontwikkelingtrainer. Hij knikte naar ons, als een vader die de sleutels van de BMW aan zijn zoon overhandigt. Toe maar.

Voorop het boekje stond: ?7 Zonden van je loopbaanontwikkeling TM?
De rest van het boekje was nagenoeg leeg. Op zeven pagina?s in het midden stond steeds het woord ?Zonde? met daaronder een groot cijfer. Op andere pagina?s waren kopjes gedrukt. ?De vraag.? Of: ?Het voornemen.? Of: ?De suggesties.?
Het zou een belangrijke dag worden.

We kregen een paar minuten om iets in te vullen onder het kopje: ?De vraag.? Iets waar we mee worstelden in onze loopbaan. Er schoot me geen vraag te binnen. Dat viel onder het kopje ?Weerstand,? vermoedde ik. Het was een beetje droevig. Ik vond mezelf te jong om geen vragen meer te hebben. Misschien was het toch te laat geworden, de voorafgaande nacht.

?Kijk,? zei de loopbaanontwikkelingtrainer. Hij hield zijn handen voor zijn borst, de vingertoppen tegen elkaar. ?Een deel van waar we het vandaag over gaan hebben, hebben jullie misschien al eens gehoord. Maar we staan er vaak niet bij stil. We nemen niet de tijd voor om eens rustig na te denken over waar we staan en wat we nu eigenlijk willen in onze loopbaan. Daarvoor is vandaag. Omdat het goed is om eens wat uitgebreider stil bij te staan bij dit soort vragen.?

Het grote zelfmedelijden was begonnen. We hebben het zo zwaar dat we niet eens meer aan onszelf denken.
Was het maar waar.
Iedereen die ik ken, mezelf incluis, doet niet anders dan nadenken over zichzelf en wat we nu eigenlijk willen. Lekker prevelen in de echoput van de eigen begeerte.

Ik zat nog steeds met mijn potloodje in de aanslag voor mijn vraag, in de hoop mezelf te verrassen. De loopbaantrainer zei dat we de eerste Zonde zouden gaan beginnen. Ik sloeg om naar het blaadje waarop stond Zonde 1.

Het klonk hoopvol. Met zonden kan ik beter uit de voeten.

(verder)