Punt van overlap

Ik zei dus dat ik een boek aan het schrijven was. ?Net als een miljoen andere Nederlanders,? moet je daar tegenwoordig achteraan zeggen ? maar mijn vader kent dit getal niet, dus indekken was niet nodig.
?Kijk, er zit hier een ophaalbrug in de snelweg. Da?s raar,? zei mijn vader.
We reden over de ophaalbrug in de snelweg.
In de weilanden rechts van ons lag een frietfabriek.

Mijn vader vroeg of dit hetzelfde boek was waar ik in Berlijn aan had geschreven.
Ik zei dat het een ander boek was. In Berlijn had ik aan een wetenschappelijk boek geschreven, maar nu was ik aan een roman begonnen.
?O ja?? zei mijn vader.
En toen: ?Hm.?
Mijn moeder vroeg vanaf de achterbank of iemand nog een broodje wilde.

?Waar gaat het boek over? Het romantische boek, bedoel ik.?
    Ik dacht even na en zei toen dat ik een autobiografisch gegeven als uitgangspunt had genomen. ?Net als alle andere Nederlandse debuutromans,? moet je daar tegenwoordig achteraan zeggen ? maar mijn vader leest nooit debuutromans, dus indekken was niet nodig.
    De enige twee boeken in het huis van mijn ouders gaan over fietsreparaties en tropische aquariumvissen. Dat eerste boek heb ik ooit gegeven met Sinterklaas. Vroeger stond er in de kast nog een encyclopedie van onduidelijke makelij ? hemelblauw met vaalgouden opdruk. Maar ook die is verdwenen. Er staat nu een extra servies. Van een tante die zelf een nieuw servies had gekocht.

Ik vertelde welk autobiografisch gegeven ik had gebruikt.
?O ja?? zei mijn vader.
En toen: ?Wat grappig.?
Mijn moeder zweeg vanaf de achterbank.

?Even kijken,? zei mijn vader.
Hij keek even en nam toen de juiste afslag.

?Is het klaar?? vroeg hij even later.
Ik zei dat het voorlopig nog niet klaar was. Dat ik ongeveer op de helft zat.
?Hoe lang duurt het dan nog voor het klaar is??
Ik zei dat het er van af hing.
?Ja,? verzuchtte hij medelevend.
Dat is een punt van overlap tussen onze levens. Dat dingen van andere dingen afhangen.

Ik dacht er aan dat ik het blog moest stilleggen, anders zou het niet opschieten.
Maar een roman èn een blog, dat leek me wat veel voor een conversatie.
Ik heb zo mijn beperkingen.




Kwestie van voorbereiding

De meneer van het ministerie feliciteerde me met ?de dochter.? Ik ben er voor om bezittelijke voornaamwoorden weg te laten, maar wat overbleef klonk als een stuk tuingereedschap dat ?s nachts via Tel Sell verkocht wordt.

?Nu gaan we voorlopig niet naar ADO,? concludeerde hij zelf.
Ik zei dat ik hoopte dat we binnenkort weer eens zouden gaan.
Hij vroeg of dat wel kon, zo snel.
?Een kwestie van voorbereiding,? zei ik.




Het nieuwe kozen

Mijn koosnaampjes zijn op.
Eén vrouw kon ik nog net bolwerken.
Maar nu zeg ik ook tegen Vera ?meis.?
Koosnamen delen, dat is vragen om problemen.
Het schijnt belangrijk te zijn om je vrouw en je kind uiteen te kunnen houden.
De VIHB klaagt niet. Nu zijn we nog een heilige drie-eenheid, maar ik durf nergens op te rekenen.
Dat is mijn antwoord op alle vragen.
?Hoe gaat het met Vera??
?Nachtrust??
?Vermoeidheid??
?De VIHB??
En dan zeg ik: ?Goed, maar ik durf nergens op te rekenen.?
Misschien lees ik teveel Grunberg.

De laatste paar dagen zeg ik ?poepie.? Tegen Vera, ja.
Dat is zoiets als ?helikopterpilootje? zeggen tegen een helikopterpiloot.
Bovendien is het scatologische genre niet helemaal geoptimaliseerd, liefde-expressietechnisch gezien.
In de trein stond ik naast een binnensmonds reppende Marokkaan. Ik verstond alleen de rijmwoorden, die hij benadrukte. Weetje, spleetje, scheetje.
Dat dus.

De koosnaampjes die me wel bevallen, zijn te weinig specifiek.
Ik zeg graag ?liefje,? maar dan zou ik dat exclusief moeten toewijzen aan een van beide. En consequent alleen nog maar voor haar gebruiken.
Het kan best. Een kwestie van concentratie en gewenning.
Ik zal mijn liefde uiten met de spontaniteit van gewapend beton.




Chocolade boeket

Ik schreef: ?Een soort chocolade droogboeket.? Gelukkig vroeg Irene wat dat is, want de we zijn nog steeds een beetje van in de war van dit, euh, ding.
?Is het de bedoeling dat we dit opeten?? vroeg de VIHB.
Het congreslogo, dat ik om mij moverende redenen bepixeld heb, helpt ook al niet.

Er moet een beter benaming voor dit, euh, ding te bedenken zijn dan chocolade droogboeket. Iets dat meer de ontreddering uitdrukt die over je komt als je oog in oog met dit, euh, ding staat.

Ik reken op u.




Het Grote Omhoogvallen (slot)

Eerder: zie gisteren.
 
Binnen een minuut kwam er een antwoord. ?Specifieke kennis van dingen is niet nodig,? stelde de meneer van de organisatie. Die zin liet ik even tot me doordringen.

Ik zag mezelf in mijn slechtst zittende colbertje achter een tafel.
    De voorzitter: ?De laatste jaren horen we steeds meer alarmerende berichten over de hoeveelheid ondingen op rijksniveau. Is er sprake van een crisis? Of is dit een overschat probleem?
    Ik: ?Een interessante vraag, voorzitter. De toonzetting van de berichten over de hoeveelheid ondingen is aan het verschuiven de afgelopen twee, drie jaren, maar ook al daarvoor. De berichten zijn duidelijk zorgelijker ? of om het preciezer te zeggen: alarmerender. Dat roept natuurlijk de vraag op hoe erg het nou werkelijk is. Voorzitter, afgaande op de berichten zou ik haast zeggen, we hebben met een crisis te maken. Maar aan de andere kant moet we ook oppassen de zaak niet te overschatten.?

Ik zou praten en praten en een slokje water nemen en verder praten. Mijn stem zou iets te hoog zijn. Mijn ogen zouden de zaal vragen van me te houden. Af en toe zou ik mijn wenkbrauwen verontschuldigend optrekken. ?Specifieke kennis van dingen was niet nodig.?

Toen de huivering was weggetrokken, zag ik dat de mail van de meneer van de organisatie nog verder ging. Hij noemde de drie andere panelleden. Hele Grote Namen.

Terwijl ik me vastklamp aan anonimiteit en onkunde belijd, probeert iemand me uit alle macht omhoog te trekken. Een mysterie. Omhoog komen betekent ellebogen, bruinwerken ? of als alles tegen zit: iets presteren. Zegt men. Ik had helaas nog geen kans gehad om mezelf bruin te werken. En toch begon ik omhoog te vallen. Ik voelde het. Een mysterieuze kracht trok aan me. Alsof ik het kleine meisje was uit Poltergeist, zoog het licht aan me. Go into the light, klonk het.

Ik zei ja.
Ze zouden me van te voren de stellingen van het debat sturen. Dat was geruststellend. Een van mijn talenten is het parasiteren op de ideeën van anderen.

Vanochtend zat ik met drie Hele Grote Namen achter een te kleine tafel tegenover tweehonderdvijftig rijksambtenaren die belast zijn met dingen. Ik had mijn trouwpak aangetrokken, maar geen tijd meer gehad om mijn haar te wassen.

Toen ik ergens halverwege het uitzuigen van de eerste stelling was, keek ik opzij. Aan weerzijden van het podium stonden grote projectieschermen met een powerpointslide waarop de stelling stond.

Alleen stond de stelling er niet meer. Ik zag een enorm hoofd van een meneer met warrig haar die opzij keek.

Na afloop kreeg ik, samen met de Grote Namen, een soort chocolade droogboeket. Het was nauwelijks te bevatten.




Het Grote Omhoogvallen

Het Grote Omhoogvallen is begonnen.
Er kwam een mail binnen met een logo van een Rijksdienst met een gewichtige naam. Waar ik nog nooit van had gehoord. Laten we zeggen dat het de Rijksdienst voor Dingen was. Zonder dingen komt alles tot stilstand, dus het is duidelijk dat hier een overheidstaak ligt.

‘Geachte heer Mies,’ stond er onder het logo. ‘Binnenkort organiseren wij ons jaarlijks congres Over De Dingen (RDIO-ODD). Op ODD 2005 komen de mensen uit de rijksoverheid bijeen die belast zijn met Dingen. Na de toespraak van de minister en de staatssecretaris, organiseren we een debat tussen Top-Dingologen. Daarin zullen vragen centraal staan als: Wat is het optimale aantal dingen op rijksniveau? Hoe bewaken we de balans tussen dingen en ondingen? Dingbeheersystemen: Een achterhaalde modegril?’

Er volgde een witregel. En toen: ‘Wij willen u vragen of u zou willen participeren in dit debat.’

Gelukkig was ik net naar de kapper geweest.
Maar misschien was dat niet genoeg.
Ik dacht even na.
Na vijf minuten had ik nog steeds geen mening over dingen.
Dat kon liggen aan het feit dat ik verder niks weet over dingen.
Ik doe nooit onderzoek naar dingen.
Meer naar, euh, iets anders.

Ik mailde terug dat ik vereerd was met de uitnodiging.
En verrast, omdat ik geen enkele track record had op het gebied van dingen. Een track record is het overzicht van de ballast die aan je blijft kleven gedurende je loopbaan.
‘Diverse vakgenoten verkeren in een betere positie om een substantiële bijdrage te leveren aan uw debat,’ mailde ik.
‘De meest professionele afweging lijkt me dan ook om u te bedanken voor de uitnodiging, maar deze niet aan te nemen.’

Maar dat feest ging mooi niet door.

(Vervolg.)




Een hele bevalling

Ik zei dat ik nog onverwerkte emoties had.
Toen ik hoorde wat ik had zojuist gezegd, grijnsde ik voor de zekerheid.
D. en W. knikten ernstig.
Als je net vader bent geworden, is niemand geïnteresseerd in ironie.
Bovendien had ik echt onverwerkte emoties. Al weet ik niet precies wat onverwerkt betekent. Laten we zeggen dat ik emoties had. Ik bedoel maar.
Mijn wijsvinger krabde even aan het logo op het bierglas. Het liet niet los.

De eerste keer was nadat de VIHB een uur of zes hevige weeën had doorgeslikt. Ze zei niets, maar haar blik zakte weg. Ze keek me aan alsof ze onder water glipte en niemand haar vasthield. Er verzamelde zich vocht in mijn ogen. Ik keek naar de VIHB. Ze huilde niet. Dus ik ook niet. We kunnen niet huilen als het er op aan komt.
    Gelukkig zijn er drugs.
    In de zes uur weeën die volgde na de drugs, keek ik een stuk of tien afleveringen van Friends op de laptop. De VIHB wilde niet meekijken.
    ?Nee, bedankt,? zei ze. Ze staarde dromerig naar de witte muur tegenover het bed.
    Op de achtergrond tokte zachtjes de hartslag van Vera ? 150 bpm.

De tweede keer was toen ik door een smal raampje keek hoe de VIHB werd opgebaard op een operatietafel. Er kwamen acht draden uit diverse delen van haar lijf. Een mevrouw in een groen pakje en een monddoekje was bezig een stukje schaamhaar weg te scheren. Een andere mevrouw in een groen pakje en een monddoekje stond een groot deel van het onderlijf in te soppen met jodium.
    Er waren tien mensen in groene pakjes. Plus ik. Plus een mevrouw van de kraamafdeling die zich speciaal met mij bezighield. Ze stond naast me achter het raampje en vertelde wat iedereen deed. Een van de groenepakjesdragers heette de Achtervang. Ik vergat te vragen welke opleiding je daar voor moest doen.
    Het was een angstaanjagend mooi gezicht ? tien mensen in groene pakjes rondom het helverlichte lijf waar ik van hou.
    Een man zette met een viltstift een paar kruisjes en een streep op de buik van de VIHB.

De derde keer was toen ik met Vera terugkwam in de operatiekamer. Ik was meegelopen met de verpleegster die Vera naar de kinderarts bracht in het kamertje ernaast.
    Ik had de navelstreng doorgeknipt. Dat kwam zo: Er werd me een schaar in de handen gedrukt.
    De kinderarts keurde alles goed en ik mocht met Vera terug naar de VIHB.
    Ik boog voorover en toonde het pakketje aan het hoofdeinde van de operatietafel.
    ?Hier is ze,? zei ik.
    ?Ja,? zei de VIHB.
    Het zou een goed moment zijn geweest om te huilen.
    Maar ja.

Een half uurtje later zat ik alleen met Vera in een schemerig kamertje. De VIHB moest nog dichtgenaaid worden. En dan nog een keer dichtgenaaid. En dan nog een keer. Daarna ging ze naar de intensive care.
    Het was stil, in het kamertje waar Vera en ik zaten. Af en toe zei ik wat tegen haar. Het werd ter kennisgeving aangenomen.
    Ik bedacht dat het nu, zonder publiek, met goede afloop, een fijn moment zou zijn om eens wat oogvocht af te voeren. Maar ja.
    Een uur of twee, drie later werd de VIHB het kamertje ingereden waar Vera en ik zaten. Daarna moest ik naar huis. Ik had het gevoel door God en iedereen verlaten te zijn. Nou was God al een poosje weg, maar het werd nu pas vervelend.

De dag erna nam de logistiek alles over. Dat was fijn.
    De VIHB herstelde snel.
    Ze zei dat ik het goed had gedaan.
    ?Hm,? zei ik. ?Een paar massages en een paar seizoenen Friends.?
    ?Ja, het was heel goed dat je die bij je had.?
    ?Echt? Je hebt geen enkele aflevering gekeken.? Mijn plan om de VIHB suf te amuseren gedurende de eerste uren had ongeveer vijftien minuten stand gehouden. Nadat ze voor de vierde keer de zelfde vijf pagina?s van Harry Potter had gelezen, werd het amusementsprogramma voor onbepaalde tijd opgeschort.
    ?Nee, maar jij hebt ze gekeken,? zei ze. ?En dat was fijn. Jij zat daar rustig te kijken, ik hoefde me niet druk te maken om jou.?
    Dames en Heren, mijn bijdrage aan de bevalling van mijn Vrouw: ik keek tien afleveringen Friends.

W. en D. sms?ten vanuit de kroeg. Als ik wilde kon ik nog aanschuiven. In het ziekenhuis liep het bezoekuur voor partners ten einde. Ik zei tegen de VIHB dat ik nog even naar de kroeg wilde. Misschien dat alcohol zou helpen. Maar nee.




Vaderschap

Enfin. Zeventig reacties later moet ik constateren dat vaderschap een vorm van monomanie is ? en helaas geen onderhoudend soort monomanie. Tunnelvisie. Het maakt het leven klein en spannend. Maar het laat zich niet generaliseren. Voor toeschouwers blijft een tunnel een tunnel.

Ik had me voorgenomen om zo snel mogelijk weer over iets anders dan voortplanting te schrijven. Zo snel mogelijk blijkt langer dan een week.




Vera

Alles is goed.
Letterlijk: alles.

Vera - 9 augustus 2005 - 22.21u




Aan mijn amoebe (slot)

Eerder: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7.

Dit is de laatste dag van mijn leven dat ik niet vader ben. Of de een na laatste dag ? in het licht van de dertienduizend voorafgaande dagen wil ik daar vanaf wezen.

Wat ik bedoel is: dit is de tijd van onomkeerbaarheid. Jij bent de eerste mens die ons alleen zal kennen als vader en moeder. Drie vreemden, vastgeketend aan een idee. En een bloedband, zeggen sommige mensen dan ? maar dat is hetzelfde.

Soms ketenen milieuvrienden zich uit overtuiging vast aan een spoorlijn, bijvoorbeeld om een trein met radioactief afval tegen te houden. Maar even overtuigd gaat iedereen om vijf uur weer naar huis. Of iets later, als een van de milieuvrienden zich verslapen had of de cameraploeg niet op tijd was. Een overtuiging is mooi, maar het moet wel praktisch blijven.

Ik realiseer me nu pas dat wij drieën het domein van het praktische definitief hebben verlaten. Het is onwennig. Ik heb geen aanleg voor het onbekende.
    Mijn moeder, jouw oma, vertelt nog steeds het verhaal hoe ik als jongetje niet verder mocht dan de hoek van de straat. Ik ging nooit voorbij die hoek. Mijn iets jongere broer ging af en toe voorbij de hoek en moest dan teruggeroepen worden uit de volgende straat. En mijn jongste broer was regelmatig halve dagen zoek. Ze hebben hem wel eens in een ander dorp moeten ophalen.

Soms zie je iets maandenlang, een leven lang, aankomen ? en ben je toch verrast als het zo ver is. Voor iemand die soms bang is nooit meer verrast te worden, is dat goed nieuws.

Tot zo.




Onderscheidend en herkenbaar

Op de hoek van de straat stond een groepje kaalgeschoren en gemillimeterde jongens. Zwarte bomberjacks, zwarte militaire broeken, zwart schoeisel. Op de rug van het jack was een witte slogan geborduurd, maar ik was nog te ver om ?m te lezen.

Eentje stond te gebaren ? de rest keek. Een paar hadden de handen in de zakken, de heupen schuin, op een been leunend. De gebarende jongen zwaaide van links naar rechts met een opengesperde hand ? daaro moest iets gebeuren. De anderen keken. Hij leek te zwaaien naar het conservatoriumgebouw. Veel geestdrift zat er niet in. Een donker meisje met een cello liep langs hen, geconcentreerd pratend in een mobieltje.

Ik remde vlak voor het groepje, om af te slaan naar het ministerie. Toen pas kon ik het borduursel op de rug van de aanvoerder lezen. In een zwierig lettertype stond: De Glazenwasser.

Ergens op kantoor had een marketingfiguur met behulp van powerpoint betoogd dat een huisstijl onderscheidend en toch herkenbaar moest zijn. Hij kon tevreden zijn.




Optimalisatievraagstuk

De wereld is een antwoordbaak, sinds de VIHB zwanger is. Mensen leveren zelf bijbehorende vraag.

?Waar jij naar ziekenhuis gaan?? vroeg onze Indiase schoonmaakster.
De VIHB zei dat we bij het Westeinde zaten.
?Waarom jij niet bij Bronovo? Veel beter. Westeinde is niet goed.?
?Wat is er mis met het Westeinde??
?Daar zijn viel te viel buitenlanders.?

Vrouwen leveren ervaringen en meningen, mannen leveren logistiek advies. Hoe je wanneer wat moet doen.
    Ooit dachten mensen dat de filosofie de grote levensvragen zou beantwoorden, maar het blijkt de logistiek te zijn. In ieder geval voor dertigers.

Logistiek is het antwoord op het grote zelfmedelijden. Een baan, een gezin, de matige prestaties van de favoriete voetbalclub. Wat moet ik, wat wil ik. Ik moet nog hinkstapspringen op de maan. En nog wat jatten van een Italiaan.
    Als er zoveel te doen is, wordt efficiëntie een synoniem voor zingeving. Ik zie vrienden opbloeien als ze kunnen vertellen hoe slim ze nu weer iets hebben geregeld.

Ik doe het zelf ook. Alles wordt een optimalisatievraagstuk. Aangeboden informatie wordt gescand en onmiddellijk van een advies of oplossing voorzien. Als de informatie te langzaam doorkomt of er herhaling in zit, dwaal ik af. Ga ik in gedachten andere dingen optimaliseren. Als je een hamer hebt, ziet de hele wereld er uit als een spijker ? dat is een van de nuttigste uitdrukkingen die ik van mijn studie heb overgehouden.

De VIHB was vandaag gedetineerd in het Westeinde. Ze belde op dat de medische staf overwoog om haar op te nemen en morgen de bevalling in te leiden. Het duurde even voor ik die informatie verwerkt had. Daarna begon ik uit te rekenen hoelang het zou duren om twee seizoenen van Friends op de laptop te zetten die meegaat naar het ziekenhuis. Ik heb me voorgenomen de VIHB ongans te amuseren gedurende de weeën. Tijdwinst is alles. Harry Potter deel zes zit ook al in de ziekenhuistas.

Maar het bleek loos alarm. Toen er na drie uur eindelijk een echte dokter aan te pas kwam ? die zijn schaars in het Westeinde, maar ik kan zo snel geen causaal verband leggen met het aantal buitenlanders ? vond deze dat we nog wel even konden wachten.

Daarover moesten we natuurlijk praten, na afloop. De VIHB zag me al afdwalen. De informatie was bekend, de benodigde handelingen bepaald. De optimalisatiemachine maalde verder over iets anders. Ik geloof op de bobbel die in de houten vloer was ontstaan.
De VIHB zei dat er na de geboorte wellicht een poos lang over de bevalling gepraat moest worden.
Ik knikte.
Ze zei dat het er dan niet toe zou doen of we het er al over hadden gehad.
Ik knikte en lachte en zuchtte.
Ze had het uitknopje gevonden.