De hoer die ik vermoed te zijn

Een redacteur van het programma Nieuwsuur wilde bellen om mijn visie te krijgen op het conflict onder de vakbonden.
    Ik weet nagenoeg niets over vakbonden. Toch had een van de betrokkenen mijn naam genoemd. Dat bleek hij ook al in de uitzending van Buitenhof te hebben gedaan, hoorde ik later.
    Er staan heel veel karretjes te wachten op iemand die ervoor gespannen kan worden. Liefst een professor. Onder mannen met karretjes heeft de wetenschap niets aan gezag ingeboet.
    Omdat ik dus nagenoeg niets weet over vakbonden, is het eenvoudig om te zeggen: Nee, dank u. Geen interesse.
    Behalve dat het niet eenvoudig is. Ik wil ook wel eens aanschuiven bij Nieuwsuur. Een verlangen dat even simpel als beschamend is.
    Het staat helaas niet op zichzelf. Ik ben iemand geworden die zichzelf graag hoort praten, zo ontdekte ik recent. Een vloek is het, zij het een van de meer draaglijke. Voor mijzelf dan.

Om te bewijzen dat ik niet de hoer ben die ik vermoed te zijn, nam ik me voor Nieuwsuur niet terug te bellen. Met een beleefde e-mail zou ik het verzoek van de redacteur afwijzen.
    Na dat besluit, stuurde ik niet meteen de e-mail.

Een uur later belde ik alsnog de redacteur. Op de achtergrond lag mijn zelfrespect omstandig te creperen.
    De vrouw nam op en ik noemde mijn naam.
    ‘Met wie spreek ik?’ vroeg ze.
    Ik noemde nogmaals mijn naam.
    ‘Met wie?’
    Toen hield ik een ogenblik mijn mond.
    ‘Sorry, maar u moet me even helpen. Waar belt u voor?’

Enkele seconden later vatte ze de situatie als volgt samen: ‘Ik moet dus iemand anders hebben.’
    Ik zei: ‘Inderdaad.’
    Behalve dat ik dat niet zei.
    Wel zei ik: ‘Dat hangt er van af wat u precies wilt weten.’
 
Veertig minuten later, na een woedende ontleding van het conflict onder de vakbonden, besloot de redacteur dat mijn analyse bijzonder interessant was. Dat dacht ik ook.
    Toen kwam de vraag: ‘Zou u dit in de uitzending willen komen vertellen?’
    Ik haalde opgelucht adem en zei: ‘Het lijkt me beter van niet.’

Miesepies | Donderdag 29 September 2011 - 5:09 pm | | Tekst | Vijf reacties

Seks met vrouwen die kinderen hebben gekregen

Ik had een poosje voor me uit gestaard in het stille huis, toen mijn vrouw belde. Ze stond op de stoep van het restaurant waar ze met een jonge collega was gaan eten. De man had beweerd dat seks minder aangenaam was met vrouwen die kinderen hadden gekregen.
    ‘Zo hoor je nog eens wat,’ zei ze.
    Toen kwam de vraag: ‘Is het echt waar?’
    Ik zei dat zijn steekproef vermoedelijk niet deugde.
    Ondertussen probeerde ik me de collega voor de geest te halen. Ik zag de gezichten voor me van twee beleefde jongemannen die ooit op kraambezoek waren geweest: een slungelige bestuurskundige en een aantrekkelijke veganist. Een van hen moest het zijn. In beide gevallen leek het me aannemelijk dat hun steekproef onder moeders van gebrekkige kwaliteit was.
    Mijn vrouw zei dat de midlifecrisis acuut was uitgebroken. Aan het einde van het telefoongesprek begreep ik dat de midlifecrisis naar het café werd meegenomen om aldaar verder behandeld te worden met alcohol. Misschien hoopte de collega nog wat bewijs tegen zijn eigen stelling te verzamelen. Zelfkritiek is een nobele onderneming.

Hoe het daar ging, vroeg ze. Het ging goed, zei ik.
    Er viel een korte stilte. Misschien wachtte ze op een detail, op iets dat deze dag had gebracht.
    Er was veel en niets.
    In de groentetas had spitskool gezeten. Het is het beste om dat maar meteen achter de rug te hebben. Dus aten we spitskool.
    Ik had de bordjes van de kinderen opgeschept, het water in de glazen geschonken, mijn eigen bord opgeschept en toen ik mijn stoel had aangeschoven meldde Jules laconiek dat ze klaar was met eten. ‘Ik ook,’ zei Vera.
    Normaal volgt dan een decreet over een paar hapjes proeven en op de billen blijven zitten. Maar in plaats daarvan zei ik dat het goed was.
    Er drongen zich rekensommen aan me op. Hoeveel eten was er nog over en wanneer zouden we wat en hoeveel eten. Een eerste schatting suggereerde dat ik zo rond zondag de spitskool weer uit de koelkast zou halen en de gang naar de GFT-container zou maken.

Na het eten vroeg Vera: ‘Kunnen we nu op de webs, pappa?’
    Tijdens een aflevering van Sesamstraat had ze gezien dat er een wedstrijd was. Ze wilde meedoen. Samen keken we naar de opgave: nieuwe kleren verzinnen voor Ienemienie, Tommie en Pino. Je mocht tekenen of zelf achter de naaimachine. De vrouw die de wedstrijd introduceerde stond in een ruimte boordevol met kleren. De strekking was duidelijk: deze wedstrijd zou uitgevochten worden tussen een paar creatieve overachievers.
    Vera ging meteen aan de slag met het waskrijt.
    Toen ze de tekening van het truitje voor Ieniemienie in de lucht hield, zei ik dat het prachtig was. ‘Misschien mag ik dan ook wel langskomen bij Sesamstraat,’ zei ze met grote ogen, alsof de gedachte haar overweldigde.
    Terwijl ze zich op het volgende vel stortte, haatte ik een ogenblik de mevrouw in de ruimte vol met kleren en verder iedereen die creatief was en haar kansloos zou laten.
    Daarna schreef ze een verjaardagskaart voor een vriendje. Livu Anne, guveeriziteert. Dat maakte zoveel indruk op me, dat ik er van schrok. Alsof ik haar achter het stuur van een auto had aangetroffen. Ze is pas vier weken op de basisschool. Wat doen ze in hemelsnaam de rest van die zes jaar nog?

Toen ik mijn vrouw een fijne avond had gewenst, ging ik naar bed. Op weg naar de slaapkamer keek ik bij de kinderen. Jules had het dekentje tot in haar oksel opgetrokken. Ook dat maakte indruk. Ze is bijna tweeënhalf en de deken is niet langer een willekeurig object dat ze tegenkomt tijdens haar nachtelijke kruipgang langs alle hoeken van het bed.

Vanochtend zei mijn vrouw, vlak voor ze met Vera het huis verliet, dat de collega was blijven slapen.
    Een kwartiertje na haar vertrek meldde de collega zich frisgewassen in de keuken. Het bleek de slungel te zijn. Van de slungeligheid was weinig meer te zien.
    Hij stelde zich aan me voor en vroeg: ‘Heb je misschien wat gel voor me?’

De ene dag bracht spitskool, de andere een seksueel kieskeurige man die gel nodig had. Toen hij het huis had verlaten, was ik zeker een uur lang verlost van het verlangen naar meer dan een doordeweekse dag.

Miesepies | Woensdag 21 September 2011 - 10:49 am | | Tekst | Drie reacties