Het amusement dat verontwaardiging heet

Mijn ouders waren gisteravond op bezoek. Dat betekent televisiekijken. Zo zag ik in korte tijd in vijf programma’s het voorval langskomen van de ADO-speler die zong “We gaan op Jodenjacht”. Met opvallende gretigheid werd schande werd gesproken van deze actie. Het beschavingsoffensief boekte aanzienlijke terreinwinst. De hoeveelheid zendtijd die het voorval kreeg, overtrof met gemak de doden in Libië en ander wereldnieuws.

Ik kan deze volstrekte overreactie maar op een manier begrijpen: er is een grote groep mensen die aanzienlijk genot ontleent aan het verontwaardigd zijn. De verveling in de middenklasse is groter dan gedacht. Er wordt wel eens geklaagd dat veel burgers apathisch voor de buis zouden zitten, maar dat lijkt een vorm van wensdenken te zijn. Was het maar waar. Verontwaardiging is een tak van de amusementsindustrie geworden. Afgezien van de bankiersachtige salarissen van producenten als Pauw en Witteman, kan verontwaardigingstelevisie tegen lage kosten worden vervaardigd, terwijl het toch voorziet in een behoefte. Dat heeft het gemeen met talentenjachten en realityseries.

De kwalificatie antisemitisme speelde een centrale rol in de opwinding. Ik kan me vergissen, maar een voorwaarde voor antisemitisme lijkt me toch dat het gericht moet zijn tegen de Semieten. Niemand lijkt echter te bestrijden dat Immers, de betreffende ADO-speler, alleen verwees naar de aanhangers van voetbalclub Ajax, niet naar de Joodse medemens of cultuur. Deze kleinigheid wordt opgelost met het argument: sommige Joden namen toch aanstoot. Als dat de norm is, dan wil ik graag dat de KNVB ook de aanstoot van dierenvrienden serieus neemt. Week in, week uit wordt het geslacht van de mannetjeshond beledigd.

De redactie van Voetbal International leek ook nattigheid te voelen. In de eerste artikelen sprak men van “antisemitische liederen”. Vandaag hanteerde men ineens het weinig vlotte “anti-Ajax-liederen die een antisemitische strekking hadden”.

Waarom staan sommige Joodse organisaties in de rij om zich over een akkefietje op te winden dat niets met Joden te maken heeft? Het enige dat ik daarvan begrijp is het beledigd zijn een manier is om je eigen bestaan wat glans te geven. Wel is het een gemiste kans dat ze tot nu toe nooit hun gekwetstheid hebben geuit wanneer het drugskartel dat ook wel wordt aangeduid als de Ajax-aanhang zichzelf identificeert als Joods.

In de Volkskrant mocht de zelfverklaarde Joodse schrijver Robert Vuisje uitleggen dat “weldenkende mensen” niet roepen dat ze op Jodenjacht gaan. Ik dacht dat de aanduiding “weldenkende mensen” alleen nog in ironische zin werd gebruikt, maar dat bleek een misvatting. Robert Vuijsje werpt zichzelf hier op als weldenkend mens. Dat biedt houvast. Laten we zijn denken eens nader bekijken.

Hij erkent volmondig dat Immers’ zang over de Jodenjacht niet over Joden gaat, maar over de aanhangers van Ajax. Dan presenteert hij drie argumenten waarom het toch “niet los gezien kan worden” van antisemitisme.
    Nu even opletten.
    Ten eerste, zegt Vuijsje, is hij als Joodse Ajax-aanhanger niet blij met het feit dat Ajax-aanhangers zichzelf als Joden aanduiden. Waarvan akte. Het ontgaat me waarom dit een argument is voor zijn stelling.
    Het tweede argument is nog merkwaardiger. Hij insinueert dat Immers een aanhanger is van Geert Wilders. De lezer moet zelf invullen waarom dat een bewijs is voor het verband tussen haat jegens Ajax en antisemitisme. Mij is dat niet gelukt. Als Immers GroenLinks zou stemmen, mag hij blijkbaar wel op Jodenjacht.
    Het derde argument is dat voetballers een voorbeeldfunctie zouden hebben. Het begrip ‘voorbeeldfunctie’ is een geliefde stok om de medemens mee te slaan. Het maakt het mogelijk – moreel hoogstaand zelfs – om de medemens te veroordelen op basis van een moraal waar je zelf niet aan hoeft te voldoen. Moraal is de uitoefening van macht zonder van macht te reppen – ik parafraseer de socioloog Goudsblom.
    Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze argumenten niet of nauwelijk verband houden met de stelling van Vuijsje. Wellicht hecht de redactie van de opiniepagina van de Volkskrant bij de selectie van stukken aan een correcte spelling. Aan zindelijk redeneren hecht men blijkbaar minder belang.

Als je kijkt naar de verontwaardigingsindustrie, dan kijk je ook naar de kruiperigheid van degene die moet proberen de verontwaardiging te dempen. De eerste reactie van Lex Immers en ADO was nog ter zake en oprecht: dit heeft niets met antisemitisme te maken. Die reactie hield niet lang stand. In de plaats daarvan kwamen kruiperige zelfbeschuldigingen. Op een gegeven moment twijfelde ik wie ik weerzinwekkender vond: de verontwaardigden of degene die aan de verontwaardiging probeerden te ontkomen.

Vandaag werd bekend dat Lex Immers en ADO de straffen van de KNVB accepteren. Immers is voor vijf wedstrijden geschorst, waarvan een voorwaardelijk. Ook trainer Van den Brom en speler Vicento kregen straf. Een schande. Ik kan niet ontkennen dat ik nu verontwaardiging koester en daar enig genot aan onttrek. Maar ik heb nog geen televisieprogramma of opiniestuk gevonden dat in mij hierin bedient.




Maand zesenzestig

Lieve Vera,

Sinds kort draag je een roze bril. ’s Ochtends is ook nog je linkeroog afgeplakt. Dan zie je er uit als een onvoltooid robotje uit een oude sciencefictionserie. Ik weet niet waar liefde eindigt en medelijden begint, maar ik kan niet ontkennen dat het me aantrekt. Nietzsche heeft ooit het medelijden doorgrond als een vorm van begeerte.
   Ondertussen draag jij je oogparafernalia met trots. Dat je trots het gevolg is van zorgvuldig gechoreografeerde oplichting door de volwassenen om je heen, versterkt mijn begeerte alleen maar.
    Vorige week sneuvelde je bril op het schoolplein. Hij is nog niet gemaakt. Daardoor is je schoonheid tijdelijk hersteld. Je schoonheid schept afstand, ik kan er niets anders van maken. Het doet me haast verlangen naar meer gebreken in je leven.

Verder hebben we het beschavingsproject onverdund voortgezet. We corrigeren jou en je zus dat het een aard heeft. Ik mag er in ironische termen over spreken, de praktijk is ondubbelzinnig. Dat heeft weinig met opvoedkundige doelen te maken en alles met eigenbelang. Jouw beschaving is de uitbesteding van mijn ouderschap. Hoe beschaafder je bent, hoe minder ik ouder hoef te zijn. Zoals bekend levert uitbesteding, mits correct uitgevoerd, efficiëntiewinsten op. Die winsten komen ten goede van mijn eigen activiteiten.
    Laatst waren in iets dat een indoor speelparadijs heet. Dat is een bedrijfsmatige oplossing om opvoeding uit te besteden. In het indoor speelparadijs is alles verpakt in schuim. Men zou het kunnen verhuren aan psychiatrische patiënten met een voorliefde voor zelfdestructie, maar kinderen zijn waarschijnlijk een rendabelere markt. Ik had ook de buurmeisjes meegenomen. Dat was gezellig. Door hun aanwezigheid was ik niet langer noodzakelijk als bron van amusement.
     Er waren meer ouders die even niet amusant wilden zijn. Naast me zat een man met een laptop zijn boekhouding bij te werken. Hij bekeek spreadsheets. Af en toe krabbelde hij iets op een papiertje. Hij zag er gelukkig uit. Werk in uren dat je geacht wordt van je kinderen te houden, dat is het mooiste werk.

Een tijdje terug dacht ik dat het toevallig was, de timing, het samenvallen van mijn opzwellende ambities en de periode dat jij en je zus het meeste tijd vergen. Een ongeplande, wat ongelukkige samenloop van omstandigheden. Maar de waarheid dat ik juist door jullie bestaan het egoïsme heb ontdekt. Het egoïsme smaakte me beter dan ooit, ik kan niet anders zeggen. Niet dat ik vroeger geen eigenbelang kende, maar als je min of meer in een vacuüm opereert, dan is egoïsme toch een gratuite, grotendeels theoretische aangelegenheid. Nu gaat het tenminste ten koste van anderen.

Laatst werd je vader geëvalueerd door een groep ambtenaren aan wie hij les had gegeven. Op een van de evaluatieformulieren stond de tekst: ‘Mag meer tegenspraak dulden.’ Ik moest onwillekeurig aan jou denken, schatteboutje.

(Eerdere brieven zijn hier te vinden.)