Onheil is een product

In een recent verschenen boek wordt beweerd dat de Verenigde Staten in ongeveer 15 minuten geheel ontregeld kan worden. Via internetaanvallen. Er zijn al vele van zulke boeken verschenen. De enige reden waarom dit boek  aandacht kreeg is omdat de auteur ooit een  hooggeplaatst bestuurder was.

Onheil is een product. Er is een bepaald type deskundige dat zich specialiseert in dit product. Voorspellingen van onheil kunnen tegen lage kosten worden geproduceerd en de vraag ernaar is redelijk conjunctuurbestendig. Vroeger dacht ik dat het gedragen werd door angst – indien niet bij de deskundigen zelf, dan toch bij de afnemers van dat onderzoek. Maar bij de mensen die dat onderzoek inkochten, zeg de overheidsdiensten die met de openbare veiligheid zijn belast, zag ik geen angst. Ze waren vooral gefascineerd, soms geamuseerd.

Naast de bedrijfstak die onheil produceert, bestaat een iets kleinere, maar ook levensvatbare sector die relativering van onheil levert. Daar werk ik. Afgelopen vrijdag gaven een collega en ik les aan ambtenaren. Een van de ambtenaren zei: “Het valt me op dat er nogal wat relativisten langskomen in deze opleiding.” Het is geen goedkope opleiding, dus we kunnen vaststellen dat ook relativering economische waarde heeft.

Zelf vind ik relativering een iets sympathieker product dan onheil. Maar zoals bekend is verkoop gebaat bij een zeker geloof in het eigen product.
     Soms fantaseer ik dat ik me specialiseer in de verkoop van apathie. Daarvoor heb ik echter nog weinig afnemers kunnen vinden. Misschien geloof ik er zelf onvoldoende in.




Hartstochtelijk staren

Op het terras aan de achterkant van het ministerie stonden vier ambtenaren zwijgzaam te roken. De zon scheen, maar verder was er niemand. In dit gebouw werken enkele duizenden mensen, maar ze lieten het terras bij de koffiehoek aan de rokers.

De rokers hadden zich verdeeld over de vier hoeken van het terras en keken allemaal naar de groen uitgelopen bomen van het Haagse bos, aan de andere kant van de sloot die achter het ministerie liep. Vogels kwetterden. Een fietser kwam voorbij, de banden knerpend over het grind.

Als roken een band schept, dan bestond hij in dit geval uit de afspraak te zwijgen en te staren. Mooiere banden worden er niet geschapen tussen mensen. Niemand keek op zijn Blackberry, niemand las een vergaderstuk. Er werd hartstochtelijk gestaard en teder aan sigarettenuiteinden gezogen.

Een oude man die niet meer goed ter been was, slofte zich vooruit door het grind. Als je je ogen dichtdeed, klonken zijn slepende voetzolen als tientallen legerlaarzen die in de verte voorbij marcheerden. De ambtenaren staarden naar de man en langs hem heen, het groen in. Een van hen zuchtte hoorbaar. Een ander kuchte.

Uiteindelijk doofden ze een voor een hun sigarettenstompje in de asbak naast de deur en gingen ze weer naar binnen, zodat ik alleen achterbleef.

Kort daarna kwamen twee vrouwen naar buiten, de een met een flesje water en de andere met een kop cappuccino. ‘Jeutje, het is nog best wel koud, hé,’ zei een van hen. ‘Zullen we weer naar binnen?’




Een kwestie van onderhoud

‘Hoor ik een haan?’ vroeg onze dinergast, toen we in de opening van de tuindeuren stonden. Ik zei dat het inderdaad een haan was. Ergens, in een van de achtertuinen van onze straat, is een haan gehuisvest.
    De middenklasse koestert allerlei verlangens. Sommige daarvan nemen de vorm van een haan. Anderen verlangen een lege schoorsteen. Er was een brief in de bus gedaan door twee buurmannen waarin werd gesteld dat er nogal wat overlast was van een of andere vogelsoort met een voorliefde voor onze schoorstenen. Of we ook geïnteresseerd waren in deskundig advies en een offerte voor een beschermkap. Er waren ook straatgenoten die de daklozen uit de buurt wilden weren. Ook daarvoor werd deskundig advies ingeroepen.
    Volgens de kranten brokkelt het gezag van deskundigheid af. Zie de ophef rond klimaatonderzoek en griepvaccinatie. De kranten constateerden het met enige opluchting. Eerst was de politiek zijn gezag verloren, toen de media en nu was de wetenschap aan de beurt. Als overal het gezag afbrokkelde, dan kon men zichzelf niets verwijten. Maar het gezag van deskundigheid brokkelt alleen maar af op triviale terreinen. Griep, de zoveelste aangekondigde zondvloed, dat soort zaken. De zondvloed komt of hij komt niet, net als de griep. Maar als het gaat om eigen huis en straat, daar waar de burger zelf het heft in handen heeft, gebeurt er niets zonder deskundig advies. Aan de schoorsteenbeschermingsdeskundigheid is in het geheel geen gebrokkel te herkennen, om maar eens iets te noemen.

Er wordt wel eens gesteld dat de middenklasse een ingeslapen klasse is die geen verlangens meer zou kennen, anders dan het handhaven van de hypotheekrenteaftrek. Dat is een misverstand. De middenklasse is heel goed in het articuleren van vervulbare verlangens, meer dan welke klasse dan ook. Een haan, een lege schoorsteen, een daklozenvrije buurt, het ligt allemaal binnen handbereik. Soms is een ritje naar de dierenwinkel voldoende, een andere keer het indienen van een bezwaarschrift. Als ik afga op de stille toewijding waarmee in de achtertuinen alhier wordt gewerkt, dan vermoed ik dat het geluk tegen hele redelijke prijzen op voorraad ligt in de bouwmarkt. En waarom ook niet. Een samenleving waarin de bouwmarkten groeien, is een samenleving die de toekomst monter tegemoet treedt. De middenklasse weet als geen ander: geluk is geen kwestie van zoeken, maar van onderhoud.




Bijna dood

De eenzame aanvang van mijn verjaardag had zijn charme. De lege minibar, het zappen langs de televisiekanalen, het begon vanzelf, maar op een gegeven moment zocht ik het een beetje op. De volgende ochtend zongen mijn collega’s Happy Birthday voor me. Daarna bespraken we de financiële prognoses voor onze groep en de wetenswaardigheden rondom het berekenen van overhead. Tijdens de lunch bracht een medewerker van het hotel een gebakje met slagroom en een kaarsje.

Voor het diner belde ik met thuis. Mijn dochter van vier zei dat ze me miste. Alleen al daarom was het fijn om van huis te zijn. Ze vroeg hoe oud ik ook alweer was geworden. Veertig, zei ik.  ‘O, ik dacht vijftig,’ zei ze. ‘Gelukkig niet,’ zei ik. ‘Nee, gelukkig niet,’ antwoordde ze. ‘Anders ging je al bijna dood.’

Vanmiddag kwam ik thuis. Op tafel lag een lief kaartje van mijn vrouw. Daarnaast lag een tekening van mijn dochter – ‘een eiland met water er om heen,’ luidde de omschrijving.




Jarig in Domburg

Een paar minuten geleden werd ik veertig. De grote vier nul. Ik had besloten er niets aan te doen.
    Het was stil in de hotelkamer. Ik schoof de gordijnen een stukje opzij, maar ik zag alleen het licht van het bushokje tegenover het hotel. Domburg sliep.
    Mijn vrouw stuurde een sms’je.
    Ik sms’te meteen terug.
    Op de televisie was golf. Tiger Woods stond op de vijfde plaats. Dat leek me alleszins respectabel, maar ik weet verder niets van golf. Langs de golfbaan stonden cohorten witte Amerikaanse mannen in korte kaki broeken. Het blijkt dat er bij golfwedstrijden veel en langdurig wordt geapplaudisseerd.
    Er kwam geen antwoord meer van mijn vrouw. Ik zag dat haar felicitatie een klein half uur onderweg was geweest. Ze was vast gaan slapen voor ik had geantwoord.
    De minibar dan maar. Een biertje en dan slapen. Of toch een wijntje.
    Ik trok het vierkante deurtje open. Een golf koude lucht gleed over mijn blote voeten.
    Het felle licht van de koelkast verlichte iets dat ik afrondend toch wel als leegte mocht samenvatten.
    Op de bodem van de minibar lag een geplastificeerd briefje. Ik pakte het op. Als ik iets wilde drinken, dan moest ik nummer zus en zo bellen en dan zouden ze mijn bestelling komen langsbrengen.
    Daarnaast stond een fles mineraalwater.
    Ik legde het briefje op de bodem en deed het deurtje weer dicht.
    In het kastje ernaast lag poeder voor warme chocolademelk.
    Ik opende opnieuw de minibar en pakte de fles mineraalwater.
    Nadat ik mijn pyjama had aangetrokken schonk ik mezelf een glas water in.
    Het golfen was afgelopen. Ik zocht de herhaling van de Studio Sport. ADO had eindelijk weer eens gewonnen, maar ik had de samenvatting gemist.
    Ik nam een slok water. Het was verrassend smakelijk. Licht bruisend, een tikje zout. Het merk Taunusquelle, ik kan het iedereen aanraden.