Bokkensprongen

Ik ben humeurig. Humeurig is een eufemisme, waarvoor weet ik niet precies. Ik probeer wel eens een ander woord uit, maar dat is vaak schrijnender dan de kwaal zelf. Bovendien gaat het zo ongelooflijk goed met me. Niet overdrijven, dus.

Mijn vrouw en dochters zijn deze week op een zonnig eiland. In hun afwezigheid had ik tijd om me te constateren dat ik, ergens in de afgelopen jaren, mezelf te serieus ben gaan nemen. Hoe draai je zoiets terug?

Een vriend zei: Je speelt met vuur. Ik had wat rare bokkensprongen gemaakt en hij zag er weinig heil in.
    Hij had gelijk.
    Maar het ging niet om de bokkensprongen. Versiering is het, meer niet. Spelen met vuur is het werkelijke doel. Het gevoel te krijgen dat ik er toe in staat ben. Een keer iets op het spel te zetten.

Als kind deed ik altijd twee passen achteruit als mijn speelkameraadjes met vuur in de weer gingen. Ik begreep niet wat de aantrekkingskracht was. Waarom je het risico zou nemen. Met vuurwerk heb ik dat nog steeds. En talloze andere dingen.
   De eigenlijke doelen van je leven kies je niet, die constateer je achteraf. Mijn doel heet: oppassendheid. Je komt er een heel eind mee, blijkt. Maar niemand zet dat vooraf op z'n lijstje. Hoogstens als randvoorwaarde voor iets anders. Mijn god, ik gebruikte net het woord 'randvoorwaarde' als metafoor.  

De week bestond uit: voetbal, wijn, nog meer voetbal, het monteren van een moederbord in een laptop, de nieuwe versie van Windows installeren, een kastdeurtje repareren, een beetje schrijven. En een keer uit eten met een goede vriend. Hij vroeg hoe het ging en ik zei: Goed. Een beetje humeurig, maar niets om al te serieus te nemen.

Miesepies | Vrijdag 23 Oktober 2009 - 9:23 pm | | Tekst | Eén reactie

Rituelen

Vrijdagmiddag, na vijf maanden hoogleraarschap, trok ik voor het eerst een toga aan. De pedel, een kordate dame van weinig woorden, hielp me in het omvangrijke gewaad te stappen. Ze trok de schouders recht, streek de plooien uit het zwarte fluweel langs mijn armen en sloot af me de mededeling: ‘Zo.’
    Ik vergat in de spiegel te kijken.
    Door een deuropening keken enkele passerende collega’s grijnzend naar binnen.
    Iedereen verzamelde zich voor de verdediging van het proefschrift van een collega die ik jarenlang heb begeleid.
    In een ander deel van de ruimte hees de rest van promotiecommissie zich in hun toga’s. Zij hadden geen hulp meer nodig.
    Een professor uit Parijs droeg een toga waarin het sobere zwart werd teruggedrongen door allerlei opbollende en uitstekende gele en witte onderdelen. Het geheel oogde als een pronkende haan. Ik complimenteerde hem met zijn uitdossing.
    Het overleg van de commissie, voorafgaand aan de verdediging, was bijna geheel gewijd aan de verschillende looproutes die we moesten. Het ritueel vereiste een ingewikkeld patroon, met aftochten en opkomsten door verschillende deuren en steeds andere hoogleraren die moeten inhaken dan wel afhaken op cruciale momenten. De rector legde een speciaal geprepareerd kaartje op tafel en leidde de buitenlandse gasten door de instructies, met een kalme toewijding die suggereerde dat de verdediging zelf een bijzaak was.
    Ik was zelf nogal geconcentreerd op de kandidaat, hopend dat zijn wonderlijke persoonlijkheid de zaal zou betoveren. Maar gaandeweg de zitting zag ik dat de rector gelijk had. We kwamen op, gingen af, voegden in en sloegen af, aldoor vergezeld van de juiste titulatuur. Alsof de afloop niet allang bekend was. Vervoering is opgaan in een ernstig ritueel.
    ’s Avonds, na het feest, fietste ik dronken naar huis. Toen pas zag ik een berichtje dat de AKO-nominaties waren gekozen. Iemand schreef dat mijn boek bij jury-voorzitter Verhofstad op tafel had gelegen. Zoals verwacht had het niet de shortlist gehaald, maar het was toch een mooi moment.
    Later vertelde mijn redactrice dat ze zich na de bekendmaking aan de ‘troostwijn’ had vergrepen en de hele nacht van mij en een andere auteur had gedroomd.

Miesepies | Maandag 05 Oktober 2009 - 1:22 pm | | Tekst | Vier reacties