De helderziende

Toen ik vertelde dat ik naar een helderziende ging, maande mijn vrouw me aan wel eerlijk te zijn tegen de man.
    Maar het mooie van deze helderziende bleek dat je niet tegen hem kon liegen. Niet doelgericht, in ieder geval.

De helderziende heet Joost. Na afloop van onze sessie vroeg ik hem hoe hij zijn beroep benoemde. Hij zei: ‘Energie-reader.’ Dat lijkt me een geschikte naam voor een relatiegeschenk van Nuon. Of misschien voor de meteropnemer, wanneer managers besluiten dat de functieomschrijving ‘meteropnemer’ in al zijn nauwkeurigheid iets te weinig allure uitstraalt. Ik vond het enigszins ontsierend, misschien omdat ik die voorliefde niet begrijp voor het rondstrooien van brokjes Engels.

In het afgelopen jaar heeft Joost een kleine schare webloggers en schrijvers op bezoek gehad. Hij nodigt ze uit. De afspraak is: hij leest je energie en jij schrijft er een stukje over. Die stukjes plaatst Joost vervolgens op de site van zijn praktijk. Een van de sympathiekere vormen van marketing.

Op zijn eerste uitnodiging antwoordde ik terughoudend. Ik heb me vroeger door verschillende geliefdes laten overhalen me ‘open te stellen’ voor esoterische praktijken en die ervaringen hebben mijn nieuwsgierigheid tamelijk vakkundig uitgeroeid.

Na zijn tweede uitnodiging realiseerde ik me ineens dat ik mijn eigen scepsis niet meer interessant vond. Ik geloof er niet in, prima. Dat is nog geen reden je energie niet te laten readen.

En zo zat ik gistermiddag op een stoel in een bovenkamertje aan een Utrechts woonerf. Op zo’n stoel die je dwingt rechtop te zitten.
    Joost zat op een identieke stoel recht tegenover me, op een meter afstand.
    Terwijl hij zich concentreerde bekeek ik het interieur. Er lagen allerlei stenen op tafeltjes en plankjes, het soort stenen dat, om mij onbekende redenen, mensen in het alternatieve circuit tot een grote verzamelwoede weet te brengen.
    Toen zag ik, tussen de stenen, een kleine bandiet.
    Een zwart playmobielpoppetje met een zwarte cowboyhoed, een zwarte zakdoek over zijn neus en mond, twee kogelriemen om het bovenlijf en in elke hand een pistool. Alleen al dat bandietje maakte de reis naar Utrecht de moeite waard. Ik probeerde te bedenken wat het verhaal was van het bandietje. Dat er een verhaal was, leek me duidelijk.

Joost keek me recht in de ogen en zei dat hij af en toe zijn ogen dicht zou gaan doen. Dat vond ik een geruststellende mededeling. Ik kan niemand langer dan enkele seconden in de ogen kijken. Dan krijg ik het gevoel dat er stoppen op het punt staan door te slaan, ergens vlak achter mijn ogen. Met een uiterste wilsinspanning kan ik die tijdspanne soms oprekken, bijvoorbeeld als ik het idee heb dat wegkijken mijn zojuist gedane bewering leugenachtig doet voorkomen. Overigens zegt mijn vrouw dat ik dan gekweld kijk, hetgeen mijn waarachtigheid evenmin bevordert.

De sessie duurde anderhalf uur. Ik zei niets, op de mededeling na dat ik niets te zeggen had. Joost vroeg me alleen af en toe mijn naam uit te spreken.
    ‘Hallo, Michel van Eeten,’ antwoordde hij dan. Glimlachend. Met zijn ogen dicht.

Tijdens de sessie vertelde hij wat hij in mijn energie zag. Ik had niet verwacht iets nieuws te horen en hoorde dat dan ook niet.  Wat niet wil zeggen dat het onjuist was of oninteressant. Maar ik vermoed dat een trouwe lezer van dit weblog me even accuraat zou kunnen ontleden.

Wat me voor Joost innam is dat hij zeer zorgvuldig en helder formuleerde. Dat hield hij anderhalf uur lang vol, ook als hij toch alleszins vage observaties probeerde te articuleren. Ik dacht: esoterie zou een stuk verdraaglijker zijn als andere beoefenaren dezelfde taalbeheersing als Joost zouden hebben.

De sessie begon met een sterk beeld dat mijn huidige preoccupaties zeer handzaam samenvatte. Gaandeweg de reading merkte ik dat mijn aandacht aan het verschuiven was. Ik begon Joost interessanter te vinden dan de mededelingen over mezelf. Na afloop probeerde ik hem te interviewen, maar hij moest zijn kinderen van school halen, dus dat was niet mogelijk. Ons schoolsysteem predikt tolerantie, zolang als iedereen maar tijdig zijn kinderen komt afhalen.

We namen afscheid bij zijn voordeur. Ik fietste twee keer verkeerd voor ik de uitgang van het woonerf had gevonden.

Miesepies | Donderdag 28 Mei 2009 - 01:04 am | | Tekst | Zeven reacties

Samenvatting

Ik keek voetbal. Mijn vrouw kwam even naast me zitten. Ze komt graag naast me zitten als ik voetbal kijk, want dan zit ik stil en kan ze op mijn schoot slapen.
    Vroeger wilde ze nog wel eens vragen welke competitie het was. Het antwoord beklijfde niet, dus die vraag hebben we achter ons gelaten.

De bal werd wat breed gespeeld, onderschept en weer breed gespeeld. Het soort voetbal dat veel mannen in mijn omgeving deed klagen dat de samenvattingen van RTL te lang waren.
    Alleen mensen die niet van voetbal houden zeggen zoiets. There is no such thing als een te lange samenvatting.
    Een korte samenvatting kijken is alsof je van de Tour alleen alle eindsprints bekijkt, van Idols alleen het winnende lied luistert, van een boek alleen de, nou ja, samenvatting leest.
    Maar ik ben alleen in die mening, schijnt.
    Ik mis evenzeer de analyses van Jan van Halst. Ook dat is een vrij eenzaam soort missen. Gelukkig kan ik bij Match of the Day nog wel fijne ontledingen zien van verdedigers die precies op tijd inschuiven of falende zonedekking op het middenveld of hoe het toch mogelijk is om tussen de linies te spelen terwijl je tegenstanders dat proberen te beletten.

Een rood poppetje wierp in, waarna het eindeloze zoeken naar de vrije man op het middenveld weer verder ging. Ondertussen werd er jolig gezongen op de tribunes.

Toen zei mijn vrouw ineens: Zo is het veel spannender dan een samenvatting.
    Ik keek naar haar hoofd in mijn schoot. Ze wil nog wel eens praten in haar slaap, al ging dat tot dusver nooit over voetbal. Maar ze sliep niet.
    En ik dacht: het huwelijk is een mooie uitvinding.

Miesepies | Woensdag 20 Mei 2009 - 11:52 am | | Tekst | Vijf reacties

Synchronisatie

Het linker toilethokje was vrij.
Het rechter ook, maar daarin is het licht al maanden stuk. Voorafgaand aan het overlijden heeft de spaarlamp dagenlang onregelmatig geknipperd, waardoor de stoelgang een nogal surrealistische aangelegenheid werd.

Ik ging het linker hokje binnen. Hier is de toiletbril stuk. Een van de klemmen is verdwenen. Bij een onvoorzichtige beweging komt de gehele bril los van de pot.

Al maanden lang ga ik er van uit dat de reparaties nu elk moment kunnen plaatsvinden. Ik heb zelf de defecten niet gemeld aan het gebouwbeheer. Enkele tientallen mannen maken gebruik van dit toilet en een van hen zal bellen. Dat was de aanname, in ieder geval. Zo werkt het ook bij defecte kopieerapparaten.
Maar er is een verschil.
Kopieerapparaten worden ook door vrouwen gebruikt.
Ik heb geen kennis uit eerste hand van de staat van onderhoud van de vrouwentoiletten, maar ik maak me sterk dat een defect binnen een dag aan gebouwbeheer zou zijn gemeld. Als het de volgende dag nog niet verholpen zou zijn, zou er opnieuw gebeld worden.

Nee, dan de mannen. Enkele tientallen mannen, mezelf incluis, blijken al maandenlang in een soort chicken game verwikkeld zijn: Welke sukkel gaat er bellen.
Ondertussen draperen we voorzichtig onze billen op de loszittende toiletbril. En zuchten we als we onnadenkend het andere hokje inlopen, de deur op slot doen en dan vervolgens merken dat het licht het niet doet. Wat we al wisten. Het mooiste is het moment dat dan volgt: de zojuist ingesloten man drukt nog een keer of drie op de lichtknop. Dat kun je goed horen vanuit het linker hokje. Klik klik klik. Dan de zucht, dan het slot dat wordt opengedraaid, dan de deur die zich opent, dan het wegbenen uit de toiletruimte.
O ja, en dan het niet bellen.

Vandaag besloot ik, voorzichtig zittend in het linkerhokje, dat ik ging bellen.
Of nee, dat ik de secretaresse ging vragen om te bellen.
De enige vraag was nog of ik dat per email ging doen of dat ik de vijf meter zou lopen naar haar kamer. Het liefst natuurlijk per email, maar het respect van secretaresses is niet iets om lichtvaardig te verspelen.

Tijdens het handenwassen had ik mijn besluit genomen.
Net voor ik naar buiten liep, opende ik de deur van het rechterhokje. Ik drukte op de knop. Er gebeurde niks. Net toen ik de deur weer wilde sluiten, sprong de lamp aan. De spaarlamp, moet ik zeggen.

Verbluft verliet ik de toiletruimte.

Ooit heeft onderzoek beweerd dat menstruatiecycli synchroon gaan lopen bij samenwonende vrouwen. Misschien zijn wij, de tientallen mannen die dit toilet bezoeken, ook gesynchroniseerd geraakt. Ik kon een gevoel van verbondenheid niet onderdrukken.
Nu die toiletbril nog.

Miesepies | Maandag 18 Mei 2009 - 3:41 pm | | Tekst | Zes reacties

Centjes

Zaterdagmiddag arriveerde ik in Venlo voor een radio-uitzending. In de winkelstraten die het station verbonden met het café waar de uitzending zou plaatsvinden, was een rode loper uitgerold.
     Hoeveel gemeentelijk winkelplannen zullen niet de uitdrukking bevatten: de rode loper uitrollen voor het winkelende publiek. Om vervolgens iets op te merken over bloembakken en parkeerfaciliteiten. In Venlo neemt men beleidspoëzie aanzienlijk serieuzer.

Ik ga het café binnen. De uitzending, het cultuurprogramma van de Limburgse zender L1, is al enkele uren bezig. Een medewerker heet me welkom en wijst naar een oudere man, die met mij het laatste uur zal verzorgen.

De oudere man begroet me en verontschuldigt zich dat hij mijn boek niet heeft gelezen. 
     Ik knik. Het cynisme dat gearriveerde schrijvers verspreiden over de media maakt dat ik hier niet door verrast ben. Bovendien had de redactie me pas donderdag gebeld, omdat een andere gast was verhinderd.

Dan zegt de man iets waaruit blijkt dat hij niet de presentator is, maar eveneens een gast. Als hij begrijpt welke conclusie ik had getrokken, reageert hij geschokt. Hij deinst letterlijk achteruit bij de gedachte dat de presentatoren het boek niet gelezen zouden hebben. Dat zou een schande zijn.

Terwijl we wachten op het laatste uur van de uitzending wordt de man aangekondigd als ‘cultureel ondernemer’.
     Ik vind dat een sympathieke functieomschrijving.
     Hijzelf blijkt er minder gelukkig mee. 
     'Waarom?' vraag ik.
     Het doet hem teveel aan ‘centjes’ denken. Hij trekt een vies gezicht. Hij voegt er nog aan toe: ‘Ik ben altijd braaf in loondienst geweest.’
     Afstand houden tot ondernemers en centjes werd lang gezien als een relikwie uit een ander tijdperk. Innmiddels is het een stellingname waarmee je weer gezien mag worden.

We brengen samen een genoeglijk uur door met de presentatoren, die zich uitstekend voorbereid blijken te hebben.

(L1 heeft geen audio-archief, maar de uitzending wordt morgen, dinsdag, herhaald om 20:00u.)

Miesepies | Maandag 04 Mei 2009 - 12:13 pm | | Tekst | Drie reacties