Vrijwilligers gezocht voor humane exploitatie

Het boek is nu negen weken oud en nog steeds heb ik geen antwoord op de vraag: Waar gaat het over?
In het begin vond ik dat een probleem.
Inmiddels begrijp ik dat het een hooghartige vergissing is te denken dat ik onmisbaar zou zijn. Mijn antwoord op die vraag is niet bijster relevant. Anderen vertellen me waar het over gaat en ze blijken het boek beter te kennen dan ik.

Iemand schreef bijvoorbeeld: “Dit boek [...] gaat over de verhoudingen tussen mensen en hun gammele bouwwerk van verlangens, beleefdheden, manipulatie, grensbewaking en schuldbesef dat piept en knarst maar toch niet omvalt.”

Of: “...de bizarre werkelijkheid van het Californische waterbeheer [is de] achtergrond voor een verhaal over iemand die krampachtig probeert drama’s te vermijden. Wat uiteraard niet lukt.”

Het enige dat ontbreekt om mezelf geheel overbodig te maken is kwantiteit.
Dat is gelukkig eenvoudig op te lossen.
We gaan het lezen van Tegennatuur uitbesteden.
Consultants noemen dat: crowdsourcen. “The act of taking a job traditionally performed by a designated agent and outsourcing it to an undefined, generally large group of people in the form of an open call.”

Ik stuur gratis exemplaren de wereld in.
Wie er een wil ontvangen, meldt zich hier of stuurt me een e-mail.
De enige spelregel is dat je vertelt waar het boek over gaat – op Bijzinnen, je eigen website, waar dan ook – en daarna het exemplaar aan iemand anders doorgeeft.

Het gaat niet om recensies. Een foto van een brandend exemplaar zou voldoende zijn, mits adequaat belicht en gevrijwaard van een al te artistiek cameraperspectief. Liegen is ook een mogelijkheid, stel dat de inhoud een onoverkomelijk obstakel blijkt te zijn. Zolang het onderhoudender is dan de waarheid.

Marxisten hebben crowdsourcing ontmaskerd als het zonder vergoeding exploiteren van arbeiders. Die kritiek onderschrijf ik. Ik zal dan ook exploiteren tegen een vergoeding. Degenen die het eerste een keten van tien lezers hebben opgebouwd, krijgen een boek naar keuze toegestuurd uit het fonds van Atlas.

Als u toch geëxploiteerd moet worden, en voor de meesten van ons is dat een gegeven, dan is dit een relatief humane oplossing. Biedt uw arbeid aan in de commentaren of via blog@bijzinnen.com.

Update: We hebben voor nu voldoende arbeiders, we staken de recrutering.

Miesepies | Donderdag 29 Januari 2009 - 11:08 pm | | Tekst | Negentien reacties

Inni

In de tram naar Den Haag Holland Spoor staat een lange, stevige conducteur omringd door drie jonge conducteurs die naar hem opkijken. Hun jassen, voorzien van het HTM logo, zijn smetteloos. Ze klagen tegen de lange man over iemand die Inni heet en kennelijk met hen de opleiding tot conducteur volgt.
    ‘Inni, die irriteert me,’ zegt een van hen.
    ‘Mij ook. Gek word ik van dat mens. Zo kun je toch niet met klanten omgaan,’ zegt een ander.
    ‘Och,’ zegt de lange man. ‘Maken jullie je daar maar niet druk over. Die krijgt vanzelf een keer klappen.’

Miesepies | Donderdag 29 Januari 2009 - 12:17 am | | Tekst | Vijf reacties

De artiest

Aan het einde van de middag stond ik in een kleine koeienstal op het erf van de familie Arkesteijn. Meneer Arkesteijn vroeg me of ik de artiest was.
    Ik was de artiest.
    De artiest had op weg van de auto naar de koeienstal een klein flesje witte wijn gekocht bij de lokale supermarkt en daaruit, al lopend, gulzig gedronken.
    Mijn vrouw was hiervan getuige.
    Ik kan me niet herinneren ooit eerder lopend een fles wijn genoten te hebben, maar toch had ik het gevoel haar deelgenoot gemaakt te hebben van een verborgen deel van mijn leven.

Meneer Arkesteijn wees me op de thermoskan met koffie die op de schroefbank stond. Daarna liet hij mijn vrouw en mij achter in de schuur.
    Langs de balken van het plafond slingerde een lichtslang.
    De elektrische kachel stond uit.
    ‘Die zet ik straks nog even aan,’ had meneer Arkesteijn gezegd toen hij de schuur verliet.
    De strekking was duidelijk: voor de bezoekers ging hij aan, niet voor de artiest.
    Ik had onmiddellijk een zwak voor meneer Arkesteijn.

Door het raampje zag ik de familie rond de eettafel zitten in het woonhuis.
    Ik legde mijn jas op de vriezer en zocht een stopcontact voor mijn laptop.
    Aan een van de muren was een bedlaken bevestigd als projectiescherm. Een kleine reeks geborduurde bloemen versierde de rechterrand.
    Mijn vrouw ging op een van de stoelen zitten en ik nam de laatste slokken van de witte wijn.

Om half zes zaten er zes mensen voor me. Mijn vrouw, drie mensen van de festivalorganisatie en twee bezoekers. Een echtpaar. Tijdens het voorlezen kwamen er wolkjes uit mijn mond die werden uitgelicht door de videoprojector. Achter me werden enkele foto’s geprojecteerd.

De man van het echtpaar stelde verschillende vragen die nogal beschouwelijk van aard waren. Toen het halfuur voorbij was, vroeg hij zachtjes aan zijn vrouw of ze mijn boek zouden kopen.
    Ik deed of ik niets hoorde.
    Ze kochten een boek.

Om zes uur aten we huzarensalade en een krentenbol in het gebouw van de plaatselijke scouting. Naast ons zaten andere artiesten en medewerkers van het festival. Mijn vrouw informeerde naar de huizenprijzen. Het dorp oefende een grote aantrekkingskracht op haar uit.

Om kwart voor tien las ik nog een keer voor.
    Nu zaten er vijftien mensen. Met dikke jassen en mutsen.
    Tijdens het voorlezen had ik grote moeite om het bibberen van mijn lichaam niet op mijn stem te laten overslaan. Mijn overjas had ik weer op de vriezer gelegd, ondanks de kou. Ik had ’s middags een pak aangetrokken en die keuze moest nu tot zijn logische consequentie worden uitgevoerd.
    Er kwamen diverse vragen, vooral over de verhouding tussen mens en natuur.
    Twee echtparen kochten elk een boek.

We eindigden in het enige café van het dorp. Iemand vertelde me dat hij op straat de volgende conversatie had gehoord:
    ‘Waar ga jij nu heen?’
    ‘Naar Michel van Eeten.’
    ‘O, die filosoof.’

Het was al met al een gedenkwaardige avond, tijdens het charmante Cult Royale in Schipluiden.

Miesepies | Maandag 26 Januari 2009 - 12:15 am | | Tekst | Zeven reacties

Die schoenen

Op het balkon van de trein zit een jonge vrouw te bellen. Haar benen zijn over elkaar geslagen en ze draait rondjes in de lucht met een schoen. Terwijl ze praat, buigt ze voorover en veegt ze iets van de schoen – een zwart open model met een hoge hak en een spitse neus. Ze zien er duur uit, al is damesschoeisel een terrein waarvan ik me afvraag of goedkoop wel bestaat.
    ‘Ik ben een pitbull, mannen vallen niet op pitbulls,’ zegt ze. ‘Ik was geen onderbroeken en dat zeg ik ze ook. Jij bent meer een meisje. Ik heb een grote bek, dat willen mannen niet.’
    Uit de telefoon klinkt gebrom. Ze zucht en luistert ongedurig naar haar gesprekspartner.
    ‘Nee, maar jij kan echt dingen zeggen, dat ik denk van, serieus’?
    Ze duwt een paar keer op het uiteinde van een leren riempje waarmee haar voet in de schoen wordt gehouden. Het riempje krult enigszins omhoog.
    ‘Nee, je moet even met me nadenken. Dus jij denkt zeker dat hij me leuk vindt.’
    Ze gaat recht zitten en kijkt uit het raam. Polderweilanden in schemerlicht.
    ‘Ik geef ‘m mijn telefoonnummer.’ Het klinkt als een capitulatie. Alsof ze de vuile onderbroeken al voor zich ziet.
    ‘Blijf je daar zitten?’
    Haar gesprekpartner blijkt een uitgebreid antwoord op die vraag te hebben. Misschien zijn daar ook nog wat principiële vraagstukken op te lossen. De vrouw gaat echter nergens op in.
    ‘Dan ga ik van hieruit naar die jongen toe. Ik zie er niet uit, maar ja.’
    Ze buigt haar voet in alle denkbare standen en bekijkt hem argwanend.
    ‘Die schoenen, ik weet het echt niet.’

Als ze heeft opgehangen, zucht ze nog een keer. Dan richt ze zich op. Ze woelt in haar handtas en haalt een spiegeltje tevoorschijn. Als ze het voor haar gezicht houdt, kijkt ze een ogenblik onbewogen en koel naar zichzelf.

Miesepies | Dinsdag 13 Januari 2009 - 5:17 pm | | Tekst | Zes reacties

Sein veilig

Het weblog was stuk, maar inmiddels werkt alles weer. Dankzij Bob, de maker van PivotX, de software waarop dit weblog draait.
    Bob is iemand die ik eens in de drie, vier jaar mail omdat ik iets heb stukgemaakt.
    Bob is iemand die mij vervolgens op maandagochtend 6:35u mailt met de mededeling: ‘Ik zal er eens naar kijken.’

Er zijn andere mensen die helpen bij het maken van Pivot.
    Op het forum waar eenvoudige gebruikers als ik met hun problemen komen, woont ene Hans.
    Een Noor, als ik me niet vergis.
    Hans programmeert, maar beantwoordt ook domme vragen. Tientallen domme vragen per jaar, als het er geen honderden zijn.
    De meeste antwoorden beginnen met de mededeling dat het antwoord al elders op het forum te vinden was, of anders wel in de handleiding.
    Een beetje nerd volstaat in zo’n situatie met vier letters: RTFM.
    Read the fucking manual.
    Niet Hans. Zijn toon verraadt soms dat hij heeft gezucht voordat hij het antwoord tikte, maar daar blijft het bij. Hij noemt de link naar de betreffende informatie en vertaalt het in een hapklare brok voor de vragensteller.

Bob, Hans en anderen, ze maken prachtige software die ze gratis weggeven en ze helpen de mensen voor wie gratis nog niet genoeg is.

Ik vroeg Bob of hij nog een wensenlijst had.
Ooit had hij zo’n lijst bij Amazon en zo kon ik na een hulpactie hem iets toesturen.
Maar hij heeft geen wensenlijst meer.
Hij had alles al, beweerde hij.
Dat is mooi, natuurlijk.
Mensen die genereus hulp verstrekken zijn wellicht niet zulke goede ontvangers.
Hij suggereerde dat ik dan maar wat zendingswerk moest doen: het wonder dat PivotX heet te verspreiden.
Bij dezen.

Miesepies | Maandag 12 Januari 2009 - 10:56 pm | | Tekst | Vier reacties

Welcome to PivotX - 2.0.0: beta 12d

If you can read this, you have successfully installed . Yay!! To help you further on your way, the following links might be of use to you:

And, of course: Have fun with PivotX!

(lees verder)

PivotX team | Zondag 11 Januari 2009 - 6:16 pm | | Tekst | Eén reactie
Gebruikte Tags: ,

Maand eenenveertig

Lieve Vera,

Het was de maand van de lichtjesavond.
We liepen samen in de steenkoude binnenstad.
Je trok me aan een hand door de mensenmassa. Soms nam ik je op de arm om te kunnen kijken naar het vermaak dat in de straten rondom de markt was georganiseerd ? een verzameling kitsch zoals alleen de middenstand die bijeen kan brengen. (De middenstand, dat is een groep winkeleigenaren die zich niet verontschuldigen voor hun smaak. Verkoop werkt bevrijdend, zoveel is duidelijk.)

Je keek ernaar met open mond.
En ik keek naar jou.

Bij het betreden van de markt werd ons een kaars in de handen gedrukt. Van Amnesty International. Vlammen voor de vrijheid, stond op een sticker.
In verschillende interviews rondom het boek wordt me gevraagd mijn ongemak ten aanzien van engagement te verklaren. Dat behoeft blijkbaar verklaring.
Vlammen voor de vrijheid.
Straks zouden duizenden mensen een kaars aansteken.
Voor de vrijheid.
Iemand zou een podium beklimmen en iets zeggen over de opgesloten medemens.
Er zou applaus volgen en daarna was het tijd voor een glaasje glühwein.
Of om nog even terug te lopen naar het kraampje waar ze die antieke dekschaal hadden. Hij was wat aan de prijzige kant, maar soms moet je jezelf verwennen. Met sombere westerlingen schieten de politiek gevangenen ook niets op.

Jij wilde de kaars vasthouden.

Aan de andere kant van de markt speelde een harmoniekapel trage kerstmuziek. We liepen naar het dranghek voor het podium. Jij klom erop en ik ging achter tegen je aan staan, mijn wang naast de jouwe.

De blazers waren ingepakt in dikke winterjassen, op enkele trompettisten na. Die keken triomfantelijk om zich heen, hun uniformjasje open en de vlinderdas onberispelijk recht. De klarinettisten hadden de vingertoppen uit hun handschoenen geknipt.
Ergens op de zolder van mijn ouders heb ik ook nog zo?n paar liggen.

Langgerekte akkoorden gleden over ons heen.
Onzuivere intervallen. De koude klarinetten te laag, de fluiten te hoog, het koper alle kanten op.
Precies als mijn harmonie.
Ze hadden het meeste slagwerk thuisgelaten, waardoor het geluid ongewoon sober was.
Ik sloeg mijn armen om je heen.
Je keek om en zei: ?Heel erg mooi prachtig, hè pappa??
Ik knikte en keek naar de opwinding in je ogen.
Je draaide je weer naar het podium.
Ik kon mijn ogen niet van je losmaken.
Tranen borrelden op.
Ik dacht: Toe maar, laat maar gaan.
Misschien wilde ik bewijzen dat ik nog leefde.
Het was donker om ons heen, niemand zou me zien.
Ik drukte mijn wang weer tegen de jouwe.
De tranen zetten niet door.

Ik sloot mijn ogen, voelde jouw warme adem en de pap in mijn benen.
Voor zover ik leef, leef ik door jou.
Via jou.
Dat lijkt me een recept voor een ramp.
Maar ik ben niet meer zo bang voor rampen.
Dat is ook een vorm van vooruitgang, ja.

Ik heb je moeder dit nog niet verteld.
Terwijl ik tijdens het wegslikken van de tranen nog dacht: ik moet dit vertellen.
Om haar te laten zien dat ik nog leef.
Maar ik ben het vergeten.
Ik heb vooral over jou verteld.

Miesepies | Vrijdag 09 Januari 2009 - 2:34 pm | | Tekst | Twaalf reacties
Gebruikte Tags: ,