Geen chocopasta

De ochtend van de grootste ramp uit de universitaire geschiedenis wilde mijn dochter geen chocopasta. Daarmee kwam een eind aan een lange reeks van boterhammen met chocopasta bij het ontbijt.
Ik prentte mezelf in dat ik dit aan mijn vrouw moest vertellen.
Ik ben geen aanhanger van de theorie dat een relatie draait om communicatie, maar totdat ik weet waar een relatie dan wel om draait, zie ik het als mijn verantwoordelijkheid om gespreksstof aan te leveren.

Er kwam een cryptisch mailtje binnen van L. over de brandverzekering van de TU Delft. L. werkt bij een verzekeringsbedrijf. Enkele jaren geleden had hij me verteld hoe hij de TU Delft, mijn werkgever, van een brandverzekering had voorzien.
Ik begreep niet waarom hij daar nu over mailde.
‘Pappa, op vakantie opzetten,’ riep mijn dochter vanuit de achtertuin.
Als ik in de buurt kom van de computer is dat een aanleiding om verzoeknummers in te dienen. De computer is tevens muziekinstallatie.
Ik zette Op Vakantie op.
‘Nee, pappa, van de schilpad.’
Ik klikte vooruit naar het zevende nummer.

Mijn vrouw belde.
Ze klonk opgewonden.
‘Erg hè?’ zei ze.
Ik vroeg wat er erg was.
Toen bleek de universiteit in de brand te staan.
‘O ja?’ zei ik
Ik liep met de telefoon naar de achtertuin en keek in de richting van de campus.
Het was onbewolkt.
‘Ik zie niks,’ zei ik.

In de loop van de dag belde ze nog een paar keer met nieuwe informatie. Bijvoorbeeld dat de brand was ontstaan door kortsluiting van een koffiezetapparaat.
Ze vroeg of ik nog ging kijken.
Ik zei dat ik de groentetas nog moest halen. En een bedzeiltje bij de Hema.
Toen constateerde ze dat ik er niet erg van onder de indruk leek.
Ik had kunnen zeggen dat ik apathisch ben. Niet uit principe, maar uit efficiëntie-overwegingen. Maar dat wist ze al. Dus ik zei dat de brand een nogal abstracte gebeurtenis was, vooralsnog.

Bij het avondeten was ze namens mij teleurgesteld dat niemand me gebeld had om te vragen of ik wel in orde was.
Ik vroeg me af of ik meer emoties kon uitbesteden.
Als iemand anders die tegen lagere kosten kan produceren, dan moet je niet om sentimentele redenen de vooruitgang belemmeren.

De volgende ochtend ging ik weer naar mijn kantoor, een meter of 500 van het inmiddels ingestorte gebouw.
Ik vroeg aan een collega of hij een dag eerder de brand had meegekregen.
Hij zei dat hij af en toe op Nu.nl had gekeken.
Een andere collega had ook op Nu.nl gekeken.
Niemand was naar buiten gegaan.

Ik vroeg of er nog verbroedering had plaatsgevonden tussen mensen die in de wandelgangen nieuws hadden uitgewisseld.
Ja, dat was zo.
Alleen ging het niet over de brand.
Het gespreksonderwerp van de dag was dat iedereen die ochtend per email was ontslagen.
Die email had ik ook gehad.
Een computer van onze personeelsafdeling had die nacht iedereen zijn ontslag aangezegd.
Ik voelde een zekere teleurstelling toen meteen daarna het bericht binnenkwam waarin het hoofd van de personeelsafdeling mededeelde dat niemand was ontslagen en dat er geen reden was voor paniek.

Het was enigszins geruststellend dat ik niet alleen was in mijn apathie, maar de afwezigheid van iemand die enige opwinding wist te voelen maakte het geheel nogal bloedeloos. Met schouderophalen ben je na een paar minuten wel klaar.

’s Avonds las ik dat de NRC de brand belangwekkend genoeg vond om een deel van de voorpagina en een groot deel van de derde pagina er aan te wijden.
Misschien branden er minder vaak gebouwen af dan ik dacht.
Eigenlijk is elke ramp een vorm van goed nieuws.
Een ramp is per definitie een uitzondering.
Toen de aanslagen van 11 september 2001 hadden plaatsgevonden was het goede nieuws dat het niet veel vaker gebeurde.
Met alle respect voor hardwerkende terroristen, maar het lijkt me een sector waar je ook met een bescheiden vooropleiding best aardige resultaten kunt boeken.

Vanmiddag kreeg iedereen een mail dat de medewerkers van het bedrijf dat de koffieautomaten op de campus onderhoudt vijandig werden bejegend door studenten en medewerkers.
Niet iedereen haalt zijn schouders op over uitbesteding.

Her en der doken prachtige foto’s op van het vervallen gebouw.
Ik weet niet precies waarom, maar kijkend naar die foto's voelde ik iets dat je hoop zou kunnen noemen.

Uitgebrande Bouwkundegebouw TU Delft