Het lettertype van God

Inmiddels is het te laat.
Er was iets met de overlijdensadvertentie onder mijn ontbijtbordje.
Ik begon aan een stukje.
Na een paar alinea’s vond ik het genoeg voor die dag.
Ik tikte ‘Morgen verder.’
Dat was vorige week dinsdag.
Inmiddels weet ik niet meer wat ik daarover wilde zeggen.
Weblogstukjes zijn zelden memorabel.
Niet geschreven weblogstukjes zijn nooit memorabel.

Het enige dat ik me herinner is de aanleiding.
Ik lees nooit de overlijdensadvertenties, maar deze was me opgevallen.
Hij oogde vrolijk.
Als de aankondiging van een verjaarspartijtje.

Ik keek preciezer en zag dat de advertentie was opgesteld in Comic Sans.

Ik scande snel de rest van de pagina, maar alle andere advertenties waren opgemaakt in het gebruikelijke schreefloze lettertype. Arial of iets dergelijks. Als het persoonlijk werd, werd er wel eens uitgepakt met cursief. Maar verder was het sober en uniform. De enige variatie bestond uit de dikte van de zwarte lijn die de advertentie omlijste.

Zo niet deze advertentie. De familie had bedongen – of op zijn minst verzocht – of de advertentie in Comic Sans kon. Wellicht niet in die termen. Misschien hadden ze gevraagd om een ‘persoonlijk tintje’ of om een ‘warmer lettertype.’ Warmer was zeker. Het broeide zowat in dat zwarte kadertje.

Ik had het gesprek graag gehoord. De medewerker van de advertentieverkoop had het familielid even in de wacht gezet, terwijl ze de meerprijs navroeg voor een warmer lettertype. Het familielid wist al dat hij ging instemmen. Rondom de dood ga je niet op koopjesjacht.
Ik was het vrolijk krullende lettertype al eerder tegengekomen rond de dood, bij een begrafenis van de vader van een vriendin.
“Comic Sans is het font van GOD” – reageerde Klaus toen.
Hij heeft gelijk.

Al heeft God strikt genomen niet het intellectueel eigendom van Comic Sans.
Dat ligt bij Microsoft, blijkt.
Een medewerker van Microsoft ontwierp het lettertype als imitatie van de handgeschreven woorden in de tekstballonnen van stripverhalen.
Ik denk niet dat mensen de dood met een stripverhaal verwarren.
Maar misschien willen we graag dat de dood handgeschreven herdacht wordt.
Als we iets graag willen, maar het zelf niet kunnen opbrengen, dan is er technologie.
Beter kunnen we het niet maken, wel makkelijker.

Het is de gedachte die telt – dat is de boodschap van Comic Sans.




Familiebericht

Mijn ontbijtbordje stond op de opengeslagen krant. Op de pagina met overlijdensadvertenties, om precies te zijn. ‘Familieberichten’ heet die pagina in de NRC. Dat doet niet helemaal recht aan de inhoud – alsof je de bijbel aanduidt als ‘een verzameling teksten.’ Een overlijdensadvertentie is geen bericht, van familiaire noch andere aard, maar een kleinschalige vorm van performance art over de dood, omkaderd door een dun zwart lijntje.

Rouwen vind ik persoonlijk een van de mooiste kunstvormen, maar die mening wordt niet gedeeld door de subsidieverstrekkers.

Als het werkelijk ‘familieberichten’ waren, zouden de meeste inzendingen over ziekte handelen. “Ze hebben geprobeerd alles weg te snijden, maar je weet het niet, hè?” Ziekte heeft cliffhangers, de dood niet. De enige spanning in overlijdensadvertentie draait om timing: De gestorvene overleed onverwacht, dan wel na lang lijden. (Die twee omschrijvingen kunnen prima tegelijk van toepassing zijn, maar je treft ze zelden in dezelfde advertentie aan. Als je onverwacht dood gaat, is de vermelding van de lijdensweg niet meer relevant – zoals in een goedkope thriller het ook alleen om de ontknoping gaat. Bovendien worden overlijdensadvertenties per woord afgerekend.)

Op mijn ontbijtbordje lag een boterham met plantaardige leverworst. Niet voor mezelf, maar voor Vera. Af en toe eet mijn vrouw ook van die sojaworst. Als je zelf deelt in de ellende die je veroorzaakt, heet het geen onrecht meer, maar solidariteit.

Ik had nog niet gezien welke advertentie bedekt werd door het ontbijtbordje. Toen trok ik het bordje dichterbij om de boterham in hapklare brokjes te snijden.

(Morgen verder.)




Wormgat

Een paar avonden geleden zei ik het voor het eerst hardop: Ik ben verliefd op Arnon Grunberg.
Acceptatie is de eerste stap op weg naar genezing.

Ooit was ik gewoon fan. Maar het ging mis toen Arnon menselijk werd. Zijn gestuntel in RAM. Zijn weblogstukjes die verdacht veel lijken op weblogstukjes. Zijn toeschietelijke meelachen als een interviewer een grapje maakt dat niet echt grappig is.

Een paar weken geleden kreeg ik de genadeklap. Ik keek gebiologeerd naar een televisie-interview met Arnon, toen ik enige misselijkheid voelde opkomen. Een zwijgzaam deel van mijn bewustzijn dat niet door Arnon bevangen was probeerde zich te herinneren wat ik ook alweer gegeten had. Tot ik merkte dat de misselijkheid meegolfde met Arnons antwoorden. Het was geen misselijkheid, het waren vlinders.

Dat was niet bevorderlijk voor mijn zelfbeeld, maar de werkelijke klap moest nog komen. Ergens halverwege de uitzending vroeg de interviewer of Arnon zichzelf een dagelijks quotum oplegde als hij aan een roman werkte. Dat was inderdaad zo. Hij moest elke ochtend 1200 woorden schrijven, daarna mocht hij andere dingen doen.

Een lichte duizeligheid overviel me. Terwijl het interview verder ging, opende ik mijn manuscript en selecteerde 1200 woorden. Het bleek iets meer dan twee pagina’s. Als ik tijd had om te schrijven, haalde ik ook wel eens 1200 woorden op een ochtend. Of op een dag.

Het zijn natuurlijk 1200 woorden die tot een ander universum behoren, maar toch. Ik had een wormgat gevonden. Te klein om door te kruipen, maar theoretisch was er nu een verbinding tussen mij en Arnon. Dat idee veroorzaakte de nodige consternatie. Fantaseren is niet goed voor me. Het getal 1200 zong nog dagen rond in mijn hoofd.

Het duurde niet lang.
Sinds die uitzending schreef ik zelf geen woord meer aan het manuscript, laat staan 1200 per ochtend.
Langzaam sloot het wormgat zich.
Arnon is weer ver weg.
En misselijkheid is weer gewoon vanwege het eten.




Maand twaalf

Vera, je bent vandaag een jaar geworden.
‘Gaat snel, hè?’ zeggen mensen.
‘Het gaat snel,’ zeg ik dan.
En voel me een tikje ongemakkelijk.
Een sluimerende vorm van paniek.
Alles wat snel gaat wijst vooruit naar de dood.
Dat komt omdat je vader zesendertig is. Dood hoort bij die leeftijd, zoals borsten bij de puberteit – ongrijpbare fenomenen die langzaam binnen handbereik lijken te komen.

Het regent. Een paar honderd meter hier vandaan, in het kinderdagverblijf, word je in een kring gezet en zingen twee meisjes een liedje voor je. Een kinderdagverblijf is een plek met een gecertificeerde procedure voor verjaardagen.

Straks, als ik klaar ben met de mensen van het ministerie, kom ik je halen, samen met opa en oma. Dan pakt een van de meisjes een schema erbij, glijdt met haar vinger langs de rijen tot ze bij jouw naam komt en vertelt vervolgens hoe jouw dag was geweest, hoeveel minuten je hebt geslapen en hoe het voedselinnameregime is afgewikkeld. Dat heet de overdrachtsprocedure.
Soms vergeet ik te vragen naar het schema. Soms vergeet ik zelfs te wachten. Dan loop ik met je naar de deur en roept een van de meisjes me na.
‘O ja,’ zeg ik dan. En loop terug naar het meisje.
Daar luister ik zo belangstellend mogelijk naar de opsomming van de cijfers. Het doet me denken aan de radio-uitzendingen waarin op sobere toon de waterstanden werden voorgelezen. Mystieke informatie, waarvan het voorlezen belangrijker leek dan de betekenis ervan.

Het meisje – het is steeds een ander, maar dankzij de gecertificeerde procedures zijn ze allemaal deel van hetzelfde wezen – eindigt steevast met de opmerking dat je zo lief bent geweest.
Dan knik ik. Je bent ook altijd lief.
Dat is natuurlijk niet waar, maar ik vergeet de uitzonderingen. Letterlijk. Ik kan die momenten niet terughalen – omdat ik je alles onmiddellijk vergeef, vermoed ik.
Vergevingsgezindheid blijkt een krachtige vorm van geheugenverlies.
Als we allemaal vergevingsgezinde Christenen zouden zijn, zouden we geen geschiedenis hebben. Ik weet niet of dat erg is, maar iets zegt me dat het goed is dat er moslims zijn.

Soms vervangt het kinderopvangwezen het woord ‘lief’ door het woord ‘makkelijk.’ Dat je zo makkelijk bent.
Dat past in het discours waarin kinderen obstakels zijn in een logistiek proces – al dan niet gecertificeerd.
Ik heb ook vrienden die in dat discours opereren. Hun belangstellende vragen naar hoe het met jou en mij gaat, staan in de toonaard van medelijden. De grondtoon is het gevoel dat alles zwaar is. Het is mooi, een kind, maar wel zwaar – dat is het gevoel dat men wil delen.
Maar ik vind het niet zwaar.
Dat zeg ik dan ook.
Daarop volgt altijd deze reactie: ‘O, dat komt nog wel.’ Eventueel afgerond met een omineus lachje.
Alsof ze steun vinden in de gedachte van een soort afgedwongen solidariteit.
Sommige mensen hopen op een links kabinet, met het oog op de solidariteit.
De vaders die ik ken putten meer hoop uit de gedachte aan gemeenschappelijk lijden.

Hoe dan ook, proficiat, mijn liefste obstakeltje.
Nog vele jaren.




Van onder de riolen

 ‘Mensen van boven de riolen,’ zei Jan Marijnissen op de radio. ‘Euh, rivieren.’

Ik genoot even van zijn verspreking die onbedoeld mensen van boven de riolen beledigde. Of misschien niet onbedoeld.

Maar twee seconden later begreep ik niet meer waarom ik dacht dat het een belediging was – nog afgezien van de vraag waarom het dan alleen de mensen erboven zou betreffen, en niet die eronder.
Ik dwaalde even af bij de gedachte dat het eigenlijk feitelijk correct was: Die rivieren functioneren als riolen.

En toen begreep ik waarom ik had genoten: Ik wil graag dat mensen van boven de riolen worden beledigd.
Ik ben zeventien jaar geleden naar het westen verhuisd, maar emotioneel heb ik Limburg nooit verlaten.
Ik kan me nog herinneren hoe gekleineerd ik me voelde toen ik als puber op de bank voor de televisie zag hoe Hollandse presentator op ironische toon aan een Limburgse man vroeg: ‘En dan moet u huilen?’
‘Ja-a,’ snikte de man zangerig. Hij kwam uit de buurt van Maastricht en moest huilen als hij ouderwetse Bugatti’s zag.
De presentator liet de man seconde of tien huilen, draaide zich toen tevreden naar de camera en sloot het programma af.
Het was weer een onderhoudende uitzending geweest.