Leermomentje

Meest gestelde vraag: Hoe is het nu om vader te zijn?
Moeilijke vraag. De enige vraag die me nog moeilijker lijkt is als je een touretappe wint en Mart Smeets wacht je op bij de finish met de klassieker: ?Wat gaat er nu door je heen??

Voordat we naar ADO-Feyenoord gingen, kwam de meneer van het ministerie nog even bij me langs.
?Naar de kleine kijken,? zei hij. ?Hebben we dat ook meteen gehad.?
Resultaatgerichtheid staat hoog in het vaandel op het ministerie.
Hij kneep even in de wang van Vera en vroeg mij hoe het ging verder, zo als vader.
Ik begon aan een antwoord. ?Ja, goed.?
Terwijl ik nadacht wat er op ?Ja, goed? kon volgen, stelde hij me gerust. ?Ja, nee, na een jaar wordt het wel leuk.?

Ik noteerde als leermomentje dat ik wellicht een cursus goednieuwsgesprekken moest overwegen.




Ons Geprezen Haagse Huwelijk

De gemeente Den Haag had een prijs ontvangen, las ik op Webwereld. Ze hadden iets met open source en open standaarden gemaakt en nu werden ze geprezen als de ?organisatie die het meest open is.? Een plens Haagse trots welde op. Even daarvoor had ik al gehoord dat Erwin Koeman bang was voor ADO. De dag kon niet meer stuk.

Tot ik bij het einde van de eerste alinea uitkwam. Daar stond: ?Helemaal trots is Den Haag op het online aanvragen van een huwelijk, waarbij de burger de ambtenaar, locatie en tijd kan selecteren.?

Ik twijfelde even of dat echt ging over het stukje klantervaring dat ik eerder dit jaar heb mogen, euh, ervaren. De samenvatting van dat stukje is: de website werkte niet. Geen hinderlijke foutjes, geen ontbrekende functionaliteit, maar totaal en onverdund falen. De gemeente faalde zelfs in het stopzetten van de website. Op het laatst, na mijn zoveelste bug report, kreeg ik een mailtje van de gemeente dat de website uit de lucht gehaald was. Toen ik op de link klikte, stond de site nog gewoon online. Stopzetten was het beste, volgens het mailtje. ?We hopen op deze manier een aantal problemen in ?Ons Haagse Huwelijk? op te lossen, zonder u daar last van heeft.?
    Als iets er niet mee is, kun je er ook geen last van hebben ? de ijzeren logica van de dienstverlening was indrukwekkend. Het duurde toch zeker vijf seconden voor ik besefte dat als de VIHB er niet meer zou zijn, ik in alle waarschijnlijkheid toch een wat minder bevredigende klantervaring zou hebben van het product ?huwelijk.? (Op de Haagse website heet alles een product. Ik zag ooit een pagina over het product ?Dodenherdenking.?)

Volgens het artikel in Webwereld was projectleider John Spierenburg erg ingenomen met de prijs. Hij deed een oproep aan andere overheden om hun successen ?vaker en harder van de daken te schreeuwen.? Daarna stond een zinnetje dat een van de bezoekers wel had opgemerkt dat de OZB-belasting alleen met Internet Explorer kon worden berekend. Dat is dan niet goed, openstandaardentechnisch.
    Dat probleempje was ik ook tegen het lijf gelopen ? alleen ging het bij mij niet om het berekenen van de OZB-belasting, maar om zo?n beetje de hele de website van Ons Haagse Huwelijk. Toen ik een mailtje aan de gemeente schreef dat veel zaken niet werkten met FireFox, kreeg ik als antwoord dat ze die browser niet ondersteunden.

In gelul kun je niet wonen, zei een Amsterdamse wethouder ooit. Wonen misschien niet, maar een carrière kun je er wel mee bouwen. Wat me echter dwars zit is dit: wat betekent dit voor ADO, komende zondag?




Pasfoto

Ik zette bijna mijn voet op Mohammed B. Hij lag op de grond, net voor de eerste trede naar de treindeur.
    Ik ging op het klapstoeltje naast hem zitten.
    We keken even naar elkaar, Mohammed en ik, zoals forensen elkaar bekijken ?  niet onvriendelijk, maar direct oogcontact vermijdend.
    Er liep iemand langs die ook bijna op Mohammed ging staan.
    Ik raapte hem op. Het was een foto uit de Spits. Het uitgescheurde stukje papier had de vorm van een ei, maar de randen waren netjes omgevouwen, zodat er een pasfotootje overbleef. Het soort pasfotootje dat middelbareschoolmeisjes meedragen van hun vriendje.
    Mohammed keek ontspannen en een tikje mysterieus in de camera. Een meisje zou er goede sier mee kunnen maken op het schoolplein. De meeste pasfoto?s van vriendjes zijn slechter. De jongens kijken of hun laatste uur geslagen heeft ? vooral als ze lachen. Of het flitslicht accentueert het hagelschot aan rode punten waar het vet er niet in slaagt hun huid te doorbreken. Of hun voorhoofd glimt feller dan een spiegel.
    Nee, dan Mohammed. Het is mijn type verder niet, maar ik hou nou eenmaal niet van baarden.
    Een meisje had hem gezien in de Spits en hem even gekoesterd als pasfoto. En daarna gebeurde wat met de meeste vriendjes gebeurde. Ze werden achtergelaten en onder de voet gelopen.




Omgeknaagd

Een bever werd verpletterd onder een boom die hij zelf had omgeknaagd, stond op pagina drie van de krant. Het was een van de twee bevers in het beverobservatorium in de Biesbosch.

De twee bevers zaten al vijftien jaar in observatie. Als het mensen waren geweest zou je spreken van een huwelijk. Het Biesboschcentrum werkte aan plannen om het beverobservatorium voor het publiek ?nog leuker en spannender? te maken. Een huwelijk is een instituut dat in een gebrek aan spanning een aanleiding voor planvorming ziet.

Een foto toonde een plomp beverkontje dat uitstak onder een reusachtige boomstam. Het leek me iets voor een tegelwijsheid. Het leven is een boom die je verplettert, nadat je ?m zelf hebt omgeknaagd.




Battlefield Zwei

Ik besloot alleen nog maar op Duitse Battlefield servers te spelen.

Op de Britse servers werd het intercomsysteem vooral voor de mededeling: You fuckin’ wanker. Dat was blijkbaar tactisch belangrijke informatie.

Op de Franse servers werd uitgebreid overlegd, maar ik verstond alleen maar: Merde. En: Con. Met Supermarktfrans kom je niet zo ver als je probeert samen te werken in een squad van zes soldaten. De squad leider hoorde ik af en toe roepen: Kluuk? Allo Kluuk?
Dan tikte ik: Yes.
Ik heet KlukKluk, vandaar.
Mijn antwoord was meteen het einde van de conversatie.
Op gezette tijden was er iemand die riep: Raciste!
Je kan niet verwachten dat mensen het verschil lezen tussen KlukKluk en KluKlux als de kogels je om de oren vliegen.
Bovendien vermoed ik dat Pipo de Clown nooit in het Frans is nagesynchroniseerd.
Voor de geldigheid van de beschuldiging maakt het verder niet uit. Een indiaan met een spraakgebrek – ‘Even denken met de hoofd’ – zou het waarschijnlijk niet redden tegen Pim Fortuyn als grootste Nederlander aller tijden. Al weet je het nooit zeker.

Ik kon zo snel geen Nederlandse server vinden waar goed werd samengewerkt in het uitmoorden van de tegenstander. We hebben een kritische, individualistische cultuur. Het schijnt een groot goed te zijn. Misschien dat we daarom de logistiek mogen regelen in Irak.

Toen kwam ik op een Duitse server.
Ik meldde me aan bij een willekeurige squad.
Aan het begin van de ronde, vroeg de squad leader of iedereen hem kon verstaan.
De andere squadleden zeiden: Kein Problem. Of: Alles okay.
Ik zei niks, want ik heb geen microfoon.
Ik tikte: Loud and clear. Maar hij zag het niet.
Toen iedereen behalve ik zich had gemeld, zei de squad leader: And ouwer Dutch men?
Want voluit heet ik KlukKluk[NL], vandaar.
Do you haf ei maik?
Sorry, no mike, tikte ik.
Do you understent better English or German?
German is fine, tikte ik.
Ow, okay, zei hij. In zijn stem lag iets meer teleurstelling dan verbazing.

We speelden Wake Island. Wij waren de Chinezen. De eerste ronde versloegen we de Amerikanen verpletterend. Gute Arbeit, Jungs, besloot de squad leader.

De tweede ronde begon. Flughafen, zei de leider. We spawnden op de luchthaven. Het is de post die het verst van de frontlinie af ligt. Maar wel de meest cruciale post op het eiland. De andere 25 Chinezen in ons team spoedden zich naar het front en begonnen punten te scoren. Ik sprong in de tank van de squad leader en bemande het machinegeweer op de koepel.

We reden een paar rondjes over het vliegveld. De vier anderen liepen wat doelloos rond. Er was geen Amerikaan te zien. Af en toe vloog een straaljager over die probeerde ons te bombarderen.

De squad leader hoopte dat we het hem niet übel namen, maar hij vond dat we hier onze verdediging moesten opzetten. Het was immers de belangrijkste post.
We reden nog wat rondjes.
Als we een paar meter buiten de post kwamen, draaide hij de tank weer om en reed terug.

Een paar minuten stopte hij de tank en zei: Lass uns dass mal demokratisch machen. Hij vroeg wie er voor was om het vliegveld te blijven verdedigen. Als jij dat een goed idee vindt, dat bewaken we het vliegveld, zei een van de squadleden. De rest viel bij. Dit was het meest gedisciplineerde squad dat ik ooit had meegemaakt. Vijf vreemdelingen die een vreemde leider volgen.

We reden enkele rondjes.

Toen brak de hel los. Een Black Hawk en een tank waren door de frontlinie geglipt. Een paar Amerikanen parachuteerden uit de helicopter en namen posities in rond de vlag. De stem van de squad leader klonk iets nerveuzer, maar toch kalm. Een voor een noemde hij de posities waar hij Amerikanen zag. Hij hield de tank buiten bereik van de anti-tankraketten. Wij renden er op af. Ik was een hospik en reanimeerde mijn gevallen kameraden. Die bedankten me dan steevast, ook al zaten we midden in een hektisch vuurgevecht. Ik kreeg warme gevoelens in de buikstreek.

Na een minuut of vijf hadden we de aanval afgeslagen. De rest van de ronde kregen de Amerikanen geen poot meer aan de grond.

Gute Arbeit, Jungs, zei de squad leader.
Ik selecteerde de uitspraak ‘Zeer goed’ in het menu.
Mijn karakter zei: Hen Hao!
We waren immers de Chinezen.
Ik wilde nooit meer weg van deze server.

Toen tikte de VIHB op mijn schouder dat de pannenkoeken klaar waren.
Het werd een emotioneel afscheid.
Sie joe, Kloek. Biss bald.




Niek (slot)

Eerder: zie gisteren.

De dochter van Niek haalde adem en begon zacht een briefje voor te lezen. Een teder stemgeluid vulde het schemerige kerklichaam. Voor het eerst tijdens de mis praatte iemand als een normaal mens. Tot dan toe hadden de sprekers elke lettergreep apart moeten benadrukken om boven de galm uit te komen van hun eigen luide voordracht.

Ze vertelde over het leven van haar vader. Terwijl ik naar haar luisterde, huiverde ik bij de gedachte aan het moment waarop ik mijn eigen vader moet gedenken. Ik moet ook altijd de stukjes maken voor familiebruiloften. Die worden vervolgens door enkele dronken ooms uitgevoerd. De stukjes zijn zonder uitzondering waardeloos. Ik probeer steeds te weigeren, maar de ooms zijn nogal gehecht aan de stukjes. Van het stukje dat ik voorlas bij mijn eigen bruiloft ben ik na afloop drie dagen humeurig geweest. Te gekunsteld. Te lichtvoetig. Te nietszeggend. Weken later beweerde iemand dat bij mijn vader, die tijdens het voorlezen achter me zat, de tranen over de wangen liepen.

Ik wachtte gespannen op de dramatische wending in het verhaal, maar de dochter van Niek hield het eenvoudig. Een chronologie, meer niet. Een keer stokte haar stem. Ze nam een slok water. Weer stokte haar stem. Ze zuchtte. En toen ging het verhaal weer verder, haar stem kalm alsof ze het stukje voor de spiegel aan het oefenen was. Ik kreeg enorme behoefte om te huilen. Het leek nog het meest op jeuk op een plaats waar ik niet bij kon.

Toen was ze klaar en verliet ze het altaar. Ik zuchtte van opluchting en ging even verzitten. In de kerk gingen tientallen mensen even verzitten.

Iedereen pakte het blaadje en keek bij welk gebed in comic sans we gebleven waren.
    Het laatste deel van de mis besteedde ik aan de vraag wat ik zo meteen moest zeggen tegen de dochter van Niek. Een van de beslispunten was of ik me eerst nog moest verontschuldigen voor het niet terugbellen, of dat het er niet toe deed. In bepaalde opzichten zijn schuldgevoelens en megalomanie erg verwant.

En dan was er nog de rest van het gezin. Vroeger ben ik een paar keer bij hen langs geweest. Daarom leek ?gecondoleerd? me toch echt te mager ? dat past alleen bij onbekenden. Bovendien lijkt ?gecondoleerd? te veel op ?gefeliciteerd.? Het zijn allebei rare woorden ? een voltooid deelwoord zonder hulpwerkwoord en in een vorm waaraan geen 'ik' aan voorafgaat.

De mevrouw die de mis leidde zei dat tot slot ook nog een collega van Niek iets zou zeggen. Een man beklom het altaar en knoopte zijn colbertje dicht. Er volgde iets over dat Niek een fijne collega was geweest. Hij besloot met de zin: ?Ik had Niek best iets meer gegund.?
    De onvriendelijkheid van de dood is soms een zwaktebod vergeleken met de vriendelijkheid van de levenden.

Daarna werd de mis besloten en riep een meneer met ferme stem diverse logistieke instructies aangaande het condoleren. Een van de instructies verbood het aanknopen van gesprekken met de nabestaanden. Een paar honderd mensen wachtten immers op hun beurt.

Na een half uur was ik vooraan in de rij. De dochter keek me verrast aan en zei dat het heel lief was dat ik gekomen was. Ik zei dat ik het heel mooi vond, wat ze had gezegd over haar vader.
    ?Dank je,? zei ze. ?Ja, jij hebt daar ervaring mee.?
    ?Ja,? zei ik. En vroeg me af wat ze bedoelde. Mijn bruiloft misschien. De logistieke instructies indachtig schuifelde ik glimlachend verder.

Ik kwam aan bij de moeder. Ze zat voorovergebogen op een stoeltje.
?Dag mevrouw,? zei ik.
Ze keek me even onderzoekend aan, sperde toen haar ogen wijd open en kwam moeizaam overeind.
?Mies,? zei ze. ?Wat leuk.?
?Op jou hadden we nou echt gehoopt,? zei haar andere dochter, die naast de moeder stond en me inmiddels ook had gezien.
Enige incoherente gedachten ontregelden mijn vermogen om zinnen te formuleren.
?Ja,? zei ik. Toen besefte ik hoe ongepast dat antwoord was.
Ik keek in twee glimlachende vrouwengezichten.
Even bleef het stil.
Toen schudde ik de hand van de moeder en zei: ?Gecondoleerd met uw man.?
Haar gezicht verstrakte.
Ik liet haar hand los.
We keken nog even naar elkaar en toen schuifelde ik verder.
Richting uitgang.




Niek

Niek was dood gegaan. Dat stond op de in vieren gevouwen kaart die ik zojuist had opengemaakt. Achter het tekstje in Times Roman schemerde een korrelig plaatje van een grijs winterlandschap.
    Enige paniek overviel me. De volgende vijftien minuten besteedde ik aan het doorrekenen van mijn tekortkomingen. De dochter van Niek is een vriendin van mij. Enkele weken eerder had ze aan de VIHB gemeld dat het niet goed ging met haar vader. Haar vader was al lange tijd ziek en nu nog zieker geworden.
    Ik had niet teruggebeld. Een van mijn rekenopdrachten probeerde te kwantificeren hoeveel procent schuldaftrek ik mocht opvoeren voor het feit dat ze niet had gevraagd of ik wilde terugbellen. Een katholiek schuldgevoel doet wonderen voor je rekenvermogen.

Niek was ook katholiek. Ik reed met een leenauto naar een gehucht in Noord-Holland waar een mis aan hem werd opgedragen. De kerk zat vol. Het was koud en mensen hielden hun jassen dicht. Ik kon de voorste rij niet zien, maar vermoedde daar de vriendin, haar broer en zus en hun moeder.

Ik las de teksten op het blaadje dat bij de ingang werd uitgedeeld. In comic sans waren enkele liederen en gebeden afgedrukt. Helemaal voorin de kerk begon een mevrouw lang zaam in een mie ko ro foon te spreken. Iets over dat Niek er niet meer is, maar toch nog bij ons is. En over uitdovende kaarsen. Pijnloze metaforen.
    Na tweeduizend jaar generale repetities voor de dood, zou je denken dat de katholieke kerk de begrafenismis tot een ritueel meesterwerk had weten te maken. Ergens is het fout gegaan. Eerst werd het Latijn losgelaten. Daarna werd comic sans uitgevonden. En weer later ging het voetvolk zelf teksten maken. Wat is overgebleven lijkt nog het meest op commerciële televisie. Een doe-het-zelf requiem.

En toen kwam mijn vriendin. Ze besteeg het altaar en keek de kerk in. Een beetje regisseur zou nu inzoemen, wachtend op de eerste traan.

?Hier sta ik dan,? zei ze. Haar stem klonk zacht, maar vast. Een lange stilte volgde. De kabbelende routine van de doodsmis was doorbroken.

(Morgen verder.)




Opvoeden

De televisie ging een avond lang over opvoeden. We besloten te kijken naar wat ons te wachten staat.

Opvoeden bleek een zorgelijke zaak. Violen zaagden mineurakkoorden tussen de filmpjes over ouders die het naar eigen zeggen erg moeilijk vonden op te voeden. Enkele ouders hadden zich opgegeven voor een cursus waar ze konden oefenen met honden. Onder een van de filmpjes was de muziek gemonteerd van Requiem for a Dream.

Er werd niet gelachen. Eigenlijk ging het niet over opvoeden, maar over Het Grote Zelfmedelijdentm ? en dat is niet alleen mijn preoccupatie. De eerste vraag die ik tegenwoordig krijg is: ?En? Hou je het nog een beetje vol??
    Drie uur lang keken ouders in de camera, de ogen smeekend om begrip en erkenning voor hun geploeter. Het viel allemaal niet mee, wilden ze maar zeggen. Wie ooit beloofd had dat het allemaal mee zou vallen, werd niet duidelijk.

De VIHB en ik keken zwijgend. Totdat er een fronsende meneer met warrig grijsblond haar in beeld verscheen. Hij debiteerde met grote ernst zorgelijke gedachten over de jeugd. De gebruikelijke riedel. Op een bruilof klampte me laatst iemand aan met een vergelijkbaar betoog. Het laveerde tussen woede en paniek. Af en toe veegde ik zo onopvallend mogelijk zijn speeksel van mijn wang en oorschelp.

Onder het hoofd van de fronsende meneer verscheen een titel: ?Thomas Rosenboom ? Schrijver.? De VIHB en ik doorbraken ons stilzwijgen om ons tegelijk af te vragen waarom meneer Rosenboom in een uitzending over opvoeden moest. Het leek me een nogal kinderloos figuur. Maar als schrijver ga je over de wereld en omstreken ? de arbeidsspecialisatie staat nog in de kinderschoenen in dat vak. Misschien moest er nog een intellectueel in het programma. Het was de VPRO, tenslotte.

Volgens de website zat meneer Rosenboom in het programma omdat hij iets heeft geschreven over dat Nederlanders onbeschoft zijn. Ojajoh? Ik herinnerde me hoe ooit ik vastgelopen was in Publieke Werken wegens zijn neiging om trivialiteiten te vermommen als belangwekkende observaties.

Pas bij de aftiteling viel er iets te lachen. In een zwartwit filmpje vroeg een o-ver-dre-ven articulerende mevrouw aan een professor in de kinderpsychiatrie of hij het acceptabel achtte dat kinderen een karbonaadje helemaal afkluiven. De professor zei dat het allemaal hoorde bij het spelend leren.
    ?Dus de vetvlekken op de kleding en in de haren en dergelijke moeten we maar op de koop toe nemen,? concludeerde de mevrouw met zichtbare tegenzin.
    Ik vroeg me af welke koop ze toch zou bedoelen.




Causaal model der zelfdoding

Dikke machinist: ?We rijden niet verder, want er is iemand voor de trein gesprongen.?
Grijze man: ?O ja? Gebeurt dat vaker??
Grijze vrouw: ?Dat komt door het weer, hè.?
Dikke machinist: ?Ongeveer drie keer per week.?
Grijze man: ?Sjongejonge.?
Grijze vrouw: ?Ja, het is weer herfst, hè. Dan krijg je dat.?




Groupie

Na tien minuten wist ik dat ik een groupie had op de derde rij. Je ziet het aan de ogen. Ik wist dat de groupie zo meteen zou opstaan en me een vraag zou stellen. In de pauze na mijn presentatie zou de groupie naar me toe komen en een monoloog houden. Mijn groupies houden graag monologen.

De VIHB legde me ooit uit dat ze verliefd op me werd omdat ik nerderig en sexy tegelijk was.
Er is een groep mensen die daar ook erg gevoelig voor is: ingenieurs rond de pensioengerechtigde leeftijd ? dat zijn mannen die zich tot hun dood blijven voorstellen door te vertellen wat ze gestudeerd hebben.

De man op de derde rij stak zijn hand op. Het halogeenlicht van de seminarzaal maakte zijn strak gekamde grijze haar bijna wit. Hij tuitte even zijn lippen.
    ?Ja,? zei ik. Ik knikte naar de man.
    ?Mijn naam is Van Puffelen,? zei de man. ?Ik heb oorspronkelijk elektrotechniek gestudeerd in Delft en werk bij de directie Strategische Capaciteitsplanning van het ministerie van Belangwekkende Zaken. Het valt me op dat er vandaag zo weinig aandacht is voor de techniek. U bent de eerste die daar iets over zegt.?
    Aan de andere kant van de zaal riep iemand: ?Ik vind juist dat we teveel over techniek praten.? Dat was een econoom.
    De ingenieur hoorde hem niet. Of hij had op het ministerie geleerd net te doen alsof je economen niet hoorde. De ingenieur leefde waarschijnlijk aan de onderkant van de bureaucratische voedselketen en dan is negeren een onontbeerlijke overlevingsstrategie. Hij ging verder: ?Er is de laatste jaren veel te weinig aandacht voor de technologische ontwikkelingen op dit terrein. In het buitenland zijn ze daar al veel verder mee. Daar gaat het heel hard. Wij lopen de boot enorm mis, als we niet oppassen.?
    Persoonlijk vind ik het een geruststellend idee ? dat we elke dag allerlei boten missen, lopend of anderszins. Ik blijf liever thuis.
    ?Wat is uw vraag precies?? interrumpeerde de voorzitter.
    ?Nou, ik wil graag weten of de spreker ook vindt dat er veel te weinig wordt geïnvesteerd in onderzoek en technologische ontwikkelingen.?
    Ik krijg altijd dezelfde vraag van mijn groupies: een verzoek om in te stemmen met iets wat ze al vinden. Ik antwoordde dat je niet aan een wetenschapper moet vragen of er genoeg onderzoek wordt gedaan.
    De zaal gniffelde.
    
In de pauze liep ik naar het toilet. Toen ik de deur van de toiletruimte losliet, werd deze opgevangen door de groupie.
    Ik glimlachte even naar hem, ging voor een urinoir staan en ritste mijn broek open.
    ?U had een heel scherp verhaal, zojuist,? zei de groupie, terwijl hij zijn broek openritste. Hij keek naar me over het kleine zwarte schotje tussen ons.
    ?Dank u,? zei ik.
    Ik concentreerde me op mijn urinebuis.
    Enkele seconden lang stonden we met onze geslachten in de hand te wachten op urine.
    Toen de urine was gearriveerd, zette de man zijn betoog voort. Het ging langs me heen. Ik kan niet multi-tasken rondom ontlasting. Een beetje lezen lukt nog net.
 
Toen we weer naar buiten liepen sprak hij weer, of nog steeds, over de snelle technologische ontwikkelingen in het buitenland. ?De techniek verandert zo snel en wij hebben nog steeds dezelfde spullen staan als vijftig jaar geleden.?
    Ik vroeg wat de meest veelbelovende nieuwe ontwikkelingen waren.
    Zonder een moment te twijfelen antwoordde hij: ?Kabels.?
    ?Aha,? zei ik.
    De man knikte.
    Het bleef even stil.
    Ook voor mij is negeren onontbeerlijke overlevingsstrategie. Ik keek om me heen naar mensen die ik kon aanklampen.




Punt van overlap

Ik zei dus dat ik een boek aan het schrijven was. ?Net als een miljoen andere Nederlanders,? moet je daar tegenwoordig achteraan zeggen ? maar mijn vader kent dit getal niet, dus indekken was niet nodig.
?Kijk, er zit hier een ophaalbrug in de snelweg. Da?s raar,? zei mijn vader.
We reden over de ophaalbrug in de snelweg.
In de weilanden rechts van ons lag een frietfabriek.

Mijn vader vroeg of dit hetzelfde boek was waar ik in Berlijn aan had geschreven.
Ik zei dat het een ander boek was. In Berlijn had ik aan een wetenschappelijk boek geschreven, maar nu was ik aan een roman begonnen.
?O ja?? zei mijn vader.
En toen: ?Hm.?
Mijn moeder vroeg vanaf de achterbank of iemand nog een broodje wilde.

?Waar gaat het boek over? Het romantische boek, bedoel ik.?
    Ik dacht even na en zei toen dat ik een autobiografisch gegeven als uitgangspunt had genomen. ?Net als alle andere Nederlandse debuutromans,? moet je daar tegenwoordig achteraan zeggen ? maar mijn vader leest nooit debuutromans, dus indekken was niet nodig.
    De enige twee boeken in het huis van mijn ouders gaan over fietsreparaties en tropische aquariumvissen. Dat eerste boek heb ik ooit gegeven met Sinterklaas. Vroeger stond er in de kast nog een encyclopedie van onduidelijke makelij ? hemelblauw met vaalgouden opdruk. Maar ook die is verdwenen. Er staat nu een extra servies. Van een tante die zelf een nieuw servies had gekocht.

Ik vertelde welk autobiografisch gegeven ik had gebruikt.
?O ja?? zei mijn vader.
En toen: ?Wat grappig.?
Mijn moeder zweeg vanaf de achterbank.

?Even kijken,? zei mijn vader.
Hij keek even en nam toen de juiste afslag.

?Is het klaar?? vroeg hij even later.
Ik zei dat het voorlopig nog niet klaar was. Dat ik ongeveer op de helft zat.
?Hoe lang duurt het dan nog voor het klaar is??
Ik zei dat het er van af hing.
?Ja,? verzuchtte hij medelevend.
Dat is een punt van overlap tussen onze levens. Dat dingen van andere dingen afhangen.

Ik dacht er aan dat ik het blog moest stilleggen, anders zou het niet opschieten.
Maar een roman èn een blog, dat leek me wat veel voor een conversatie.
Ik heb zo mijn beperkingen.




Kwestie van voorbereiding

De meneer van het ministerie feliciteerde me met ?de dochter.? Ik ben er voor om bezittelijke voornaamwoorden weg te laten, maar wat overbleef klonk als een stuk tuingereedschap dat ?s nachts via Tel Sell verkocht wordt.

?Nu gaan we voorlopig niet naar ADO,? concludeerde hij zelf.
Ik zei dat ik hoopte dat we binnenkort weer eens zouden gaan.
Hij vroeg of dat wel kon, zo snel.
?Een kwestie van voorbereiding,? zei ik.




Het nieuwe kozen

Mijn koosnaampjes zijn op.
Eén vrouw kon ik nog net bolwerken.
Maar nu zeg ik ook tegen Vera ?meis.?
Koosnamen delen, dat is vragen om problemen.
Het schijnt belangrijk te zijn om je vrouw en je kind uiteen te kunnen houden.
De VIHB klaagt niet. Nu zijn we nog een heilige drie-eenheid, maar ik durf nergens op te rekenen.
Dat is mijn antwoord op alle vragen.
?Hoe gaat het met Vera??
?Nachtrust??
?Vermoeidheid??
?De VIHB??
En dan zeg ik: ?Goed, maar ik durf nergens op te rekenen.?
Misschien lees ik teveel Grunberg.

De laatste paar dagen zeg ik ?poepie.? Tegen Vera, ja.
Dat is zoiets als ?helikopterpilootje? zeggen tegen een helikopterpiloot.
Bovendien is het scatologische genre niet helemaal geoptimaliseerd, liefde-expressietechnisch gezien.
In de trein stond ik naast een binnensmonds reppende Marokkaan. Ik verstond alleen de rijmwoorden, die hij benadrukte. Weetje, spleetje, scheetje.
Dat dus.

De koosnaampjes die me wel bevallen, zijn te weinig specifiek.
Ik zeg graag ?liefje,? maar dan zou ik dat exclusief moeten toewijzen aan een van beide. En consequent alleen nog maar voor haar gebruiken.
Het kan best. Een kwestie van concentratie en gewenning.
Ik zal mijn liefde uiten met de spontaniteit van gewapend beton.




Chocolade boeket

Ik schreef: ?Een soort chocolade droogboeket.? Gelukkig vroeg Irene wat dat is, want de we zijn nog steeds een beetje van in de war van dit, euh, ding.
?Is het de bedoeling dat we dit opeten?? vroeg de VIHB.
Het congreslogo, dat ik om mij moverende redenen bepixeld heb, helpt ook al niet.

Er moet een beter benaming voor dit, euh, ding te bedenken zijn dan chocolade droogboeket. Iets dat meer de ontreddering uitdrukt die over je komt als je oog in oog met dit, euh, ding staat.

Ik reken op u.




Het Grote Omhoogvallen (slot)

Eerder: zie gisteren.
 
Binnen een minuut kwam er een antwoord. ?Specifieke kennis van dingen is niet nodig,? stelde de meneer van de organisatie. Die zin liet ik even tot me doordringen.

Ik zag mezelf in mijn slechtst zittende colbertje achter een tafel.
    De voorzitter: ?De laatste jaren horen we steeds meer alarmerende berichten over de hoeveelheid ondingen op rijksniveau. Is er sprake van een crisis? Of is dit een overschat probleem?
    Ik: ?Een interessante vraag, voorzitter. De toonzetting van de berichten over de hoeveelheid ondingen is aan het verschuiven de afgelopen twee, drie jaren, maar ook al daarvoor. De berichten zijn duidelijk zorgelijker ? of om het preciezer te zeggen: alarmerender. Dat roept natuurlijk de vraag op hoe erg het nou werkelijk is. Voorzitter, afgaande op de berichten zou ik haast zeggen, we hebben met een crisis te maken. Maar aan de andere kant moet we ook oppassen de zaak niet te overschatten.?

Ik zou praten en praten en een slokje water nemen en verder praten. Mijn stem zou iets te hoog zijn. Mijn ogen zouden de zaal vragen van me te houden. Af en toe zou ik mijn wenkbrauwen verontschuldigend optrekken. ?Specifieke kennis van dingen was niet nodig.?

Toen de huivering was weggetrokken, zag ik dat de mail van de meneer van de organisatie nog verder ging. Hij noemde de drie andere panelleden. Hele Grote Namen.

Terwijl ik me vastklamp aan anonimiteit en onkunde belijd, probeert iemand me uit alle macht omhoog te trekken. Een mysterie. Omhoog komen betekent ellebogen, bruinwerken ? of als alles tegen zit: iets presteren. Zegt men. Ik had helaas nog geen kans gehad om mezelf bruin te werken. En toch begon ik omhoog te vallen. Ik voelde het. Een mysterieuze kracht trok aan me. Alsof ik het kleine meisje was uit Poltergeist, zoog het licht aan me. Go into the light, klonk het.

Ik zei ja.
Ze zouden me van te voren de stellingen van het debat sturen. Dat was geruststellend. Een van mijn talenten is het parasiteren op de ideeën van anderen.

Vanochtend zat ik met drie Hele Grote Namen achter een te kleine tafel tegenover tweehonderdvijftig rijksambtenaren die belast zijn met dingen. Ik had mijn trouwpak aangetrokken, maar geen tijd meer gehad om mijn haar te wassen.

Toen ik ergens halverwege het uitzuigen van de eerste stelling was, keek ik opzij. Aan weerzijden van het podium stonden grote projectieschermen met een powerpointslide waarop de stelling stond.

Alleen stond de stelling er niet meer. Ik zag een enorm hoofd van een meneer met warrig haar die opzij keek.

Na afloop kreeg ik, samen met de Grote Namen, een soort chocolade droogboeket. Het was nauwelijks te bevatten.




Het Grote Omhoogvallen

Het Grote Omhoogvallen is begonnen.
Er kwam een mail binnen met een logo van een Rijksdienst met een gewichtige naam. Waar ik nog nooit van had gehoord. Laten we zeggen dat het de Rijksdienst voor Dingen was. Zonder dingen komt alles tot stilstand, dus het is duidelijk dat hier een overheidstaak ligt.

‘Geachte heer Mies,’ stond er onder het logo. ‘Binnenkort organiseren wij ons jaarlijks congres Over De Dingen (RDIO-ODD). Op ODD 2005 komen de mensen uit de rijksoverheid bijeen die belast zijn met Dingen. Na de toespraak van de minister en de staatssecretaris, organiseren we een debat tussen Top-Dingologen. Daarin zullen vragen centraal staan als: Wat is het optimale aantal dingen op rijksniveau? Hoe bewaken we de balans tussen dingen en ondingen? Dingbeheersystemen: Een achterhaalde modegril?’

Er volgde een witregel. En toen: ‘Wij willen u vragen of u zou willen participeren in dit debat.’

Gelukkig was ik net naar de kapper geweest.
Maar misschien was dat niet genoeg.
Ik dacht even na.
Na vijf minuten had ik nog steeds geen mening over dingen.
Dat kon liggen aan het feit dat ik verder niks weet over dingen.
Ik doe nooit onderzoek naar dingen.
Meer naar, euh, iets anders.

Ik mailde terug dat ik vereerd was met de uitnodiging.
En verrast, omdat ik geen enkele track record had op het gebied van dingen. Een track record is het overzicht van de ballast die aan je blijft kleven gedurende je loopbaan.
‘Diverse vakgenoten verkeren in een betere positie om een substantiële bijdrage te leveren aan uw debat,’ mailde ik.
‘De meest professionele afweging lijkt me dan ook om u te bedanken voor de uitnodiging, maar deze niet aan te nemen.’

Maar dat feest ging mooi niet door.

(Vervolg.)




Een hele bevalling

Ik zei dat ik nog onverwerkte emoties had.
Toen ik hoorde wat ik had zojuist gezegd, grijnsde ik voor de zekerheid.
D. en W. knikten ernstig.
Als je net vader bent geworden, is niemand geïnteresseerd in ironie.
Bovendien had ik echt onverwerkte emoties. Al weet ik niet precies wat onverwerkt betekent. Laten we zeggen dat ik emoties had. Ik bedoel maar.
Mijn wijsvinger krabde even aan het logo op het bierglas. Het liet niet los.

De eerste keer was nadat de VIHB een uur of zes hevige weeën had doorgeslikt. Ze zei niets, maar haar blik zakte weg. Ze keek me aan alsof ze onder water glipte en niemand haar vasthield. Er verzamelde zich vocht in mijn ogen. Ik keek naar de VIHB. Ze huilde niet. Dus ik ook niet. We kunnen niet huilen als het er op aan komt.
    Gelukkig zijn er drugs.
    In de zes uur weeën die volgde na de drugs, keek ik een stuk of tien afleveringen van Friends op de laptop. De VIHB wilde niet meekijken.
    ?Nee, bedankt,? zei ze. Ze staarde dromerig naar de witte muur tegenover het bed.
    Op de achtergrond tokte zachtjes de hartslag van Vera ? 150 bpm.

De tweede keer was toen ik door een smal raampje keek hoe de VIHB werd opgebaard op een operatietafel. Er kwamen acht draden uit diverse delen van haar lijf. Een mevrouw in een groen pakje en een monddoekje was bezig een stukje schaamhaar weg te scheren. Een andere mevrouw in een groen pakje en een monddoekje stond een groot deel van het onderlijf in te soppen met jodium.
    Er waren tien mensen in groene pakjes. Plus ik. Plus een mevrouw van de kraamafdeling die zich speciaal met mij bezighield. Ze stond naast me achter het raampje en vertelde wat iedereen deed. Een van de groenepakjesdragers heette de Achtervang. Ik vergat te vragen welke opleiding je daar voor moest doen.
    Het was een angstaanjagend mooi gezicht ? tien mensen in groene pakjes rondom het helverlichte lijf waar ik van hou.
    Een man zette met een viltstift een paar kruisjes en een streep op de buik van de VIHB.

De derde keer was toen ik met Vera terugkwam in de operatiekamer. Ik was meegelopen met de verpleegster die Vera naar de kinderarts bracht in het kamertje ernaast.
    Ik had de navelstreng doorgeknipt. Dat kwam zo: Er werd me een schaar in de handen gedrukt.
    De kinderarts keurde alles goed en ik mocht met Vera terug naar de VIHB.
    Ik boog voorover en toonde het pakketje aan het hoofdeinde van de operatietafel.
    ?Hier is ze,? zei ik.
    ?Ja,? zei de VIHB.
    Het zou een goed moment zijn geweest om te huilen.
    Maar ja.

Een half uurtje later zat ik alleen met Vera in een schemerig kamertje. De VIHB moest nog dichtgenaaid worden. En dan nog een keer dichtgenaaid. En dan nog een keer. Daarna ging ze naar de intensive care.
    Het was stil, in het kamertje waar Vera en ik zaten. Af en toe zei ik wat tegen haar. Het werd ter kennisgeving aangenomen.
    Ik bedacht dat het nu, zonder publiek, met goede afloop, een fijn moment zou zijn om eens wat oogvocht af te voeren. Maar ja.
    Een uur of twee, drie later werd de VIHB het kamertje ingereden waar Vera en ik zaten. Daarna moest ik naar huis. Ik had het gevoel door God en iedereen verlaten te zijn. Nou was God al een poosje weg, maar het werd nu pas vervelend.

De dag erna nam de logistiek alles over. Dat was fijn.
    De VIHB herstelde snel.
    Ze zei dat ik het goed had gedaan.
    ?Hm,? zei ik. ?Een paar massages en een paar seizoenen Friends.?
    ?Ja, het was heel goed dat je die bij je had.?
    ?Echt? Je hebt geen enkele aflevering gekeken.? Mijn plan om de VIHB suf te amuseren gedurende de eerste uren had ongeveer vijftien minuten stand gehouden. Nadat ze voor de vierde keer de zelfde vijf pagina?s van Harry Potter had gelezen, werd het amusementsprogramma voor onbepaalde tijd opgeschort.
    ?Nee, maar jij hebt ze gekeken,? zei ze. ?En dat was fijn. Jij zat daar rustig te kijken, ik hoefde me niet druk te maken om jou.?
    Dames en Heren, mijn bijdrage aan de bevalling van mijn Vrouw: ik keek tien afleveringen Friends.

W. en D. sms?ten vanuit de kroeg. Als ik wilde kon ik nog aanschuiven. In het ziekenhuis liep het bezoekuur voor partners ten einde. Ik zei tegen de VIHB dat ik nog even naar de kroeg wilde. Misschien dat alcohol zou helpen. Maar nee.




Vaderschap

Enfin. Zeventig reacties later moet ik constateren dat vaderschap een vorm van monomanie is ? en helaas geen onderhoudend soort monomanie. Tunnelvisie. Het maakt het leven klein en spannend. Maar het laat zich niet generaliseren. Voor toeschouwers blijft een tunnel een tunnel.

Ik had me voorgenomen om zo snel mogelijk weer over iets anders dan voortplanting te schrijven. Zo snel mogelijk blijkt langer dan een week.




Vera

Alles is goed.
Letterlijk: alles.

Vera - 9 augustus 2005 - 22.21u




Aan mijn amoebe (slot)

Eerder: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7.

Dit is de laatste dag van mijn leven dat ik niet vader ben. Of de een na laatste dag ? in het licht van de dertienduizend voorafgaande dagen wil ik daar vanaf wezen.

Wat ik bedoel is: dit is de tijd van onomkeerbaarheid. Jij bent de eerste mens die ons alleen zal kennen als vader en moeder. Drie vreemden, vastgeketend aan een idee. En een bloedband, zeggen sommige mensen dan ? maar dat is hetzelfde.

Soms ketenen milieuvrienden zich uit overtuiging vast aan een spoorlijn, bijvoorbeeld om een trein met radioactief afval tegen te houden. Maar even overtuigd gaat iedereen om vijf uur weer naar huis. Of iets later, als een van de milieuvrienden zich verslapen had of de cameraploeg niet op tijd was. Een overtuiging is mooi, maar het moet wel praktisch blijven.

Ik realiseer me nu pas dat wij drieën het domein van het praktische definitief hebben verlaten. Het is onwennig. Ik heb geen aanleg voor het onbekende.
    Mijn moeder, jouw oma, vertelt nog steeds het verhaal hoe ik als jongetje niet verder mocht dan de hoek van de straat. Ik ging nooit voorbij die hoek. Mijn iets jongere broer ging af en toe voorbij de hoek en moest dan teruggeroepen worden uit de volgende straat. En mijn jongste broer was regelmatig halve dagen zoek. Ze hebben hem wel eens in een ander dorp moeten ophalen.

Soms zie je iets maandenlang, een leven lang, aankomen ? en ben je toch verrast als het zo ver is. Voor iemand die soms bang is nooit meer verrast te worden, is dat goed nieuws.

Tot zo.




Onderscheidend en herkenbaar

Op de hoek van de straat stond een groepje kaalgeschoren en gemillimeterde jongens. Zwarte bomberjacks, zwarte militaire broeken, zwart schoeisel. Op de rug van het jack was een witte slogan geborduurd, maar ik was nog te ver om ?m te lezen.

Eentje stond te gebaren ? de rest keek. Een paar hadden de handen in de zakken, de heupen schuin, op een been leunend. De gebarende jongen zwaaide van links naar rechts met een opengesperde hand ? daaro moest iets gebeuren. De anderen keken. Hij leek te zwaaien naar het conservatoriumgebouw. Veel geestdrift zat er niet in. Een donker meisje met een cello liep langs hen, geconcentreerd pratend in een mobieltje.

Ik remde vlak voor het groepje, om af te slaan naar het ministerie. Toen pas kon ik het borduursel op de rug van de aanvoerder lezen. In een zwierig lettertype stond: De Glazenwasser.

Ergens op kantoor had een marketingfiguur met behulp van powerpoint betoogd dat een huisstijl onderscheidend en toch herkenbaar moest zijn. Hij kon tevreden zijn.




Optimalisatievraagstuk

De wereld is een antwoordbaak, sinds de VIHB zwanger is. Mensen leveren zelf bijbehorende vraag.

?Waar jij naar ziekenhuis gaan?? vroeg onze Indiase schoonmaakster.
De VIHB zei dat we bij het Westeinde zaten.
?Waarom jij niet bij Bronovo? Veel beter. Westeinde is niet goed.?
?Wat is er mis met het Westeinde??
?Daar zijn viel te viel buitenlanders.?

Vrouwen leveren ervaringen en meningen, mannen leveren logistiek advies. Hoe je wanneer wat moet doen.
    Ooit dachten mensen dat de filosofie de grote levensvragen zou beantwoorden, maar het blijkt de logistiek te zijn. In ieder geval voor dertigers.

Logistiek is het antwoord op het grote zelfmedelijden. Een baan, een gezin, de matige prestaties van de favoriete voetbalclub. Wat moet ik, wat wil ik. Ik moet nog hinkstapspringen op de maan. En nog wat jatten van een Italiaan.
    Als er zoveel te doen is, wordt efficiëntie een synoniem voor zingeving. Ik zie vrienden opbloeien als ze kunnen vertellen hoe slim ze nu weer iets hebben geregeld.

Ik doe het zelf ook. Alles wordt een optimalisatievraagstuk. Aangeboden informatie wordt gescand en onmiddellijk van een advies of oplossing voorzien. Als de informatie te langzaam doorkomt of er herhaling in zit, dwaal ik af. Ga ik in gedachten andere dingen optimaliseren. Als je een hamer hebt, ziet de hele wereld er uit als een spijker ? dat is een van de nuttigste uitdrukkingen die ik van mijn studie heb overgehouden.

De VIHB was vandaag gedetineerd in het Westeinde. Ze belde op dat de medische staf overwoog om haar op te nemen en morgen de bevalling in te leiden. Het duurde even voor ik die informatie verwerkt had. Daarna begon ik uit te rekenen hoelang het zou duren om twee seizoenen van Friends op de laptop te zetten die meegaat naar het ziekenhuis. Ik heb me voorgenomen de VIHB ongans te amuseren gedurende de weeën. Tijdwinst is alles. Harry Potter deel zes zit ook al in de ziekenhuistas.

Maar het bleek loos alarm. Toen er na drie uur eindelijk een echte dokter aan te pas kwam ? die zijn schaars in het Westeinde, maar ik kan zo snel geen causaal verband leggen met het aantal buitenlanders ? vond deze dat we nog wel even konden wachten.

Daarover moesten we natuurlijk praten, na afloop. De VIHB zag me al afdwalen. De informatie was bekend, de benodigde handelingen bepaald. De optimalisatiemachine maalde verder over iets anders. Ik geloof op de bobbel die in de houten vloer was ontstaan.
De VIHB zei dat er na de geboorte wellicht een poos lang over de bevalling gepraat moest worden.
Ik knikte.
Ze zei dat het er dan niet toe zou doen of we het er al over hadden gehad.
Ik knikte en lachte en zuchtte.
Ze had het uitknopje gevonden.




Homo

Iemand schreef dat hij haast zou zeggen: homo. En dat zijn moeder helaas nooit had gezegd 'wat je begint, moet je afmaken.' Want dat zou nu toch verdomd toepasselijk zijn geweest.

Dit is precies het soort retoriek waar ik gevoelig voor ben. Dus speciaal voor L.: de integrale versie van Zoet donker bier.




Please make it stop

Ik selecteerde een passage voor de volgende aflevering van Zoet donker bier. In de passage kwamen de woorden ?bier? en ?lachen? vaak voor. Herhaling schijnt ook een stijlfiguur te zijn.

Maar mij verveelde het vooral. Zoet donker bier is een tamelijk vervelend verhaal, blijkt. Er zit nog een aardig slot aan, met een tragische vaderfiguur, maar ik had geen zin meer om door te lezen. Dus dat ga ik ook niet van u vragen.

Morgen weer een gewoon stukje. Over voortplanting of daaromtrent.
(Is het al zo ver? Nee, het is nog niet zo ver.)




Zoet donker bier 2

Eerder: 1.

Maar dit jaar wilde ik niet meelachen, godverdomme.
Drinken hielp, had ik gemerkt. Dus ik dronk. Meestal had ik steeds minder zin in bier als het later werd. Op het eind van de avond nam ik nog amper glazen van de dienbladen bier die langskwamen. Ik zag hoe de jongens juist sneller gingen drinken. Sommigen kotsten halverwege de avond en dronken dan weer verder. Dat was wilskracht. Dit jaar ging ik niet zeiken en doordrinken.

Vandaag was de optocht. We dronken al twee dagen en het hielp.
Normaal liepen we mee in de optocht met een carnavalswagen. Maar we hadden deze keer geen zin gehad om er een te bouwen. Iemand riep dat we gewoon allemaal vuilnis op de wagen moesten gooien. Dat vonden we een gaaf idee. Pas daarna kwam Ron met het motto: er rijdt steeds meer troep mee in de optocht. Je moest een motto hebben en dit was een goed motto.
Vuilnis op de wagen – het klonk makkelijker dan het was. De eerste vuilniszakken die we van thuis meenamen lagen als een molshoopje in het midden van de carnavalswagen. Toen we vorig jaar met de groep op de wagen hadden gestaan, was me niet opgevallen hoe uitgestrekt tien bij drie meter is. Uiteindelijk reed Har met het busje van het schildersbedrijf waar hij werkte een paar keer naar een vuilnisbelt bij Stokkem, aan de overkant van de Maas. Daarna had Har ook nog het motto geschilderd op de grote houten platen die aan de zijkant van de wagen hingen.

Vanochtend verzamelden we bij café Tilly. Frank had de tractor bij zich. Nadat die aan de wagen was gekoppeld, gingen we bij Tilly aan de bar zitten. Eerst koffie, daarna weer bier. De schlagermuziek stond nog zacht.
Har en Frank waren bezig het optochtnummer voorop de tractor te bevestigen met ijzerdraad. We hadden nummer 14. Vroeger hadden we wel eens een nummer in de veertig gehad, maar de optocht werd elk jaar korter.

Om half twee vertrokken we naar de opstelplaats. Iedereen had armgaten en een hals in een vuilniszak geknipt en de zak over zijn jas aangetrokken. Sommigen hadden een tweede vuilniszak als een soort tulband om het hoofd gedraaid en vastgeplakt. We liepen met de wagen mee.
Bij de opstelplaats werd het eerste krat aangebroken. Na een kwartiertje kwam de optocht schuifelend in beweging. Dat was nog het meest vermoeiend: anderhalf, twee uur lang schuifelen. Als je zou kunnen doorlopen stelde het niks voor.
Het publiek langs de kant applaudisseerde lauw. Er waren maar weinig wagens dit jaar, dus zelfs onze wagen kreeg applaus.
Langzaam kwamen we in de stemming. De vermoeidheid van de vorige avonden zakte weg en we werden melig van het geklap en geschuifel. Na een uur waren de drie kratten bier op de wagen leeg. Ik had voor de zekerheid nog snel twee flesjes in mijn jas gestopt, ook al was het flesje in mijn hand nog bijna vol. Bert rende vooruit, om een paar kratten van zijn ouders te pakken. De optocht kwam halverwege de route door zijn straat.

Frank en Ron renden rond met een opengescheurde vuilniszak en dreigden die op mensen in het publiek te gooien. Dat had succes. Het applaus werd wat voller.
Af en toe keek ik naar de toeschouwers en probeerde te zien waar mijn vader stond. Maar ik wist niet wat hij aanhad. Gisteren was hij als viking de cafés afgegaan. Vandaag was ik te vroeg weggegaan om te zien wat hij had aangetrokken. Ik zou hem nog wel tegenkomen vandaag. Zoals ik met de jongens op stap ging, ging hij mee met “de mannen,” zoals hij het zei.
Frank en Ron gingen op de wagen zitten. Even gebeurde er niks. De toeschouwers keken naar ons en wij naar hen.

(Wordt vervolgd.)




Zoet donker bier

(Een herschreven versie van een oud stukje, bedoeld voor een tijdschrift, maar niet literair genoeg bevonden omdat het 'urgentie mist' en te 'anekdotisch' is. Dat kan kloppen. Dus nu als mini-serie op bijzinnen.com.)

Ik wilde ook lachen dit jaar. Zoals Misjel, Frank, Peet, Har, Lei lachten.
    Zelfs zoals Bert, die bijna stikte in het lachen toen hij met zijn middelvinger het konijn van zijn zus tussen de achterbenen kriebelde. We zaten met zijn allen in carnavalskleding in de woonkamer van zijn ouders te wachten tot we compleet waren. Het konijn begon tegen Berts hand aan te rijden en kwam klaar in seconden. Dan zei Bert gadverdamme en moest hij hoesten van het lachen. Zijn linkerhand hield hij voor zijn hoestende mond, zoals het hoort, terwijl hij de rechter, nat met konijnenzaad, dreigde af te vegen aan een van ons. We stoven uiteen. Schreeuwend en lachend. Vooral schreeuwend.
    Of zoals Ron, die zijn broek openmaakte terwijl we in de rij bij de kassa stonden van het gemeenschapshuis waar het vrijdagavondbal was. Dat was de tweede avond van carnaval, vorig jaar. Ron zei dat hij ontzettend moest zeiken. Niemand reageerde. Toen deed hij zijn broek open en begon te zeiken. Hij raakte de achterkant van Peets badjas ? Peet ging elk jaar naar carnaval in dezelfde badjas, vijf dagen lang. Peet sprong weg, schreeuwend. Ron achtervolgde hem, zeikend. Hij rende met zijn heupen naar voren gedrukt, piemel in de hand en een gouden straal voor hem uit. Hij kwam adem tekort om te rennen, pissen en lachen tegelijkertijd. Na een paar seconden liet hij Peet gaan en begon hij iedereen te achtervolgen. Op de betontegels kon je precies zijn spoor volgen. De rij bij de kassa rende alle kanten op. Ik wist te ontkomen, net als de meeste van ons. Toen zijn straal eindelijk verslapte, kwam het laatste restje op zijn eigen benen. We lachten tot we voorbij de kassa waren.

Dat was vorig jaar. Of eigenlijk elk jaar.
    Ik lachte mee. Vond het ook grappig. Maar de jongens lachten niet mee, ze lachten zelf, met alles wat ze hadden, konden het niet tegenhouden. Het was groter dan henzelf. Ik had altijd het gevoel dat zij iets wisten dat ik niet wist, waardoor ik net teveel moest nadenken waarom iets grappig was. Dan bleef alleen meelachen over.
    Ik kon de grappen zelf niet bedenken. Soms hield ik mezelf een minuut afzijdig en probeerde iets lolligs te verzinnen, maar dit waren geen grappen die bedacht konden worden. Een grap maken leek meer op de vloeiende beweging waarmee Frank kippen de nek omdraaide bij hem in de garage ? iets ambachtelijks, dat met routine en overtuiging te maken had, niet met creativiteit.
    Har liet zich gisteravond voor verschillende meisjes op de knieën vallen en drukte zijn gezicht in hun kruis. Hij schreeuwde iets over naar het kattenoog kijken. De meisjes renden gillend weg. Dat was bijvoorbeeld grappig. Het zou niet in me opkomen.
    Ik wist niet zo goed waarom ze me meevroegen. Misschien had Peet gezegd dat ze mij ook wel mee konden vragen ? Peet was aardig. En dan ging ik mee. Meelachen.

(Wordt vervolgd.)




Afstrepen

Niemand zit er op te wachten, maar toch: meer eenregelige recensies over de stapel op mijn nachtkastje. In het kader van ?Een mening, best belangrijk.?

Saturday, Ian McEwan
Uiterst bekwaam geschreven boek met teveel mooie zinnen die maar op twee punten wisten te boeien: ironische observaties over de demonstraties tegen de Irak-oorlog en een langgerekte beschrijving van een potje squash.

De wereld als markt en strijd, Michel Houellebecq
Onbegrijpelijkerwijs als ?verontrustend? ervaren boekje met grappige theorettes over menselijk paargedrag.

Nooit meer slapen, W.F. Hermans
Tweede helft van het boek is fijn wanhopig, maar eerste helft beschrijft de trivialiteit der wetenschap en is qua scherpte achterhaald door Onder professoren en Het bureau.

Franny and Zooey, J.D. Salinger
Boek dat leest als toneelstuk, met langgerekte dialogen over zingeving die af en toe citeerbaar zijn.

Een hand kan niet klapt, Kees Beekmans

Geen roman, maar desalniettemin subtiel geschreven boek vol fantastisch fout Nederlands en typeringen van leerlingen op zwarte scholen.

Ik had het boek van Beekmans bij me op Buitenkunst. Verschillende malen per dag citeerden L., T., en ik het volgende Sinterklaasgedicht van Marokkaanse afkomst:

Wat viese meisje ben jij en ik hou
Heelemaal niet van jouw.
Het spijt me!
Sorry en bedankt

We ontdekten dat het gedicht zich eenvoudig liet aanpassen voor andere gelegenheden met onaangename mensen. Sorry en bedankt.




Aan mijn amoebe 7

Eerder: 1, 2, 3, 4, 5, 6.

Je moeder en ik hebben een verstandshuwelijk. Gelukkig. In De geschiedenis van mijn kaalheid fluistert een man in het oor van zijn zoon: ?De beste huwelijken zijn verstandshuwelijken. Passie is iets voor hysterische vrouwen.?
    En loopbaancoaches ? zou ik daaraan willen toevoegen.
    De ernst waarmee veel mensen praten over passie, lijkt nog het meest op een geloofsbelijdenis. Het geloof in een beter leven. De meeste kerken waren zo verstandig om de dood als praktische barrière op te werpen tussen nu en het betere leven. Dat vermindert de kans op ontevreden klanten die verhaal komen halen.
    De coach en de gecoachte hebben dus een andere barrière moeten aanleggen. ?Ben ik echt gelukkig in mijn werk?? dienen mensen zich af te vragen. Zolang het antwoord is
?Nee,?
of
?Ik mis toch een stukje bezieling,?
of
?Soms droom ik ervan om de ruimtelijke ordening de rug toe te keren en een kruidentuin te beginnen,?
blijft de belofte op een beter leven gehandhaafd. Die barrière blijkt even effectief als de dood.

Een verstandshuwelijk werkt als volgt.
Ik las de krant.
Je moeder las de krant.
Ze zei: ?Het is in orde als je straks de navelstreng niet wilt doorknippen.?
?Sorry?? zei ik.
?Het is in orde als je straks de navelstreng niet wil doorknippen.?
Het was voor het eerst dat ik me voorstelde wat het doorknippen van een navelstreng inhield. Ik maakte me enigszins bezorgd over de scherpte van de schaar. Navelstrengen leken me vlezige koorden die bij daadwerkelijke doorknipping onverwacht taai bleken ? als de riblapjes die mijn moeder, jouw oma, vroeger te lang liet pruttelen, omdat pap en de kinderen niet tegelijk thuiskwamen, maar het wel fijn was als het eten klaar stond.
?Oké,? zei ik uiteindelijk.
?Dat je je niet schuldig voelt, als je daar staat en gevraagd wordt om het door te knippen.?
?Oké.?
Toen las ze weer verder in de krant.
Ik dacht nog even na, of er nog dingen waren die ik tegen je moeder moest zeggen. Of afspraken die ik haar via Outlook moet toesturen.
Er was niks.
Ja, jouw aankomst. Maar jij hebt nog geen Outlook. Dat is het eerste wat we gaan regelen, binnenkort.




En passant 17

- Maar verder voel ik me helemaal geen rock-ster.
- En wie is daarvoor verantwoordelijk?


(Bleek meisje met gaaf gebit en grote billen tegen tegen ernstig kijkende jongen met krullen, perron 6, Den Haag HS.)




Onvoldoende rechten

Is het al begonnen?
Nee, het is nog niet begonnen.
Het grote aftellen, dat is begonnen.

Soms denk ik er uren niet aan.
Dan schrik ik zachtjes, dat ik het even vergeten ben.
Alles is onder controle en zonder nieuwe informatie blijf ik niet bij de les. Er moet een positieve typering zijn van die eigenschap, maar die schiet me nu niet te binnen.

Niet iedereen heeft dat probleem. Gisteravond had ik per ongeluk mijn telefoon niet bij me. Toen ik thuiskwam werd me de les gelezen door de VIHB. Het was de eerste les tot dusver. Hij was duidelijk en didactisch verantwoord. Veel herhaling en hapklare brokken ? voor mensen met een korte aandachtsboog, zoals ik.

Sinds ik getrouwd ben heb ik trouwens ook ontdekt dat de VIHB in allerlei kabels kleine knoopjes legt. Eerst was het de kabel van de koptelefoon. Daarin zaten zoveel knoopjes dat het een soort dropveterbal was geworden. Daarna vond ik de gewurgde oplaadkabel van de telefoon, de gemacraméde voedingskabel van de laptop en de verwarde stroomkabel van de staafmixer. Als ik haar erop wijs, kijkt ze net zo verbouwereerd als ik.

O, en sinds ik getrouwd ben, win ik met squash.
Nee, echt.
Drie overwinningen op rij, van zowel D. als W.
Terwijl ik jarenlang nooit won. Letterlijk nooit, ja.
Het is geen trendbreuk, maar een herziening van de natuurwetten.

Mijn haar zit trouwens ook veel beter.

Het enige minpuntje is dat ik ben gedegradeerd op mijn werk. Ik was stiekem admin voor mijn pc, maar nu ben ik een gewone, rechteloze user ? het plankton van de systeembeheerdershabitat.
Ik belde de centrale help desk, of ik een desktop search tool mocht installeren.
?Dan maak ik even een call voor u aan,? zei de jongen.
?Fijn,? zei ik.
Later belde er iemand anders terug.
?U wilt Google Desktop?? zei de man.
?Nee, Copernic,? zei ik.
?Dat kennen we niet.?
?O. Maar het is veel beter dan Google Desktop?
?Maar we kennen het niet.?
?O.?
?Dus u wil Google Desktop.?
?Ja, graag.?

Ik dacht: als hij nou langskomt, dan maak ik even een nerd grapje en laat ?m dan Copernic zien. Als we een beetje nerdig kunnen bonden, installeert hij Copernic en laat de adminrechten voor mijn pc staan.

?Wanneer komt u langs?? vroeg ik.
?Ik kom niet langs. U mag even op ?accepteren? drukken.?
Er verscheen een venstertje op mijn desktop. Ik klikte op accepteren.
?Ik heb nu even uw computer overgenomen.?
Mijn muispijltje bewoog magisch over het scherm. Het was bijna ontroerend.

Om Google Desktop te kunnen installeren gaf hij mijn username adminrechten.
Ik maakte een praatje over hoeveel passwords hij op een dag moest intikken.
?O, best wel veel.?
De installatie was klaar. Hij nam me de adminrechten weer af.
Via de telefoon ben ik niet zo goed in bonden.
We hingen op.
Ik probeerde een extensie voor Firefox te installeren. Er verscheen een uitroepteken.
?U heeft onvoldoende rechten om deze handeling te voltooien.?

Ik kan dus binnenkort wel een kind verneuken, maar mijn pc is veilig.




De verbrande stekker (slot)

(Met excuses voor de vertraging.)

Nu was de meneer op de linker kruk aan de beurt. Hij had een porseleinen dingetje in zijn hand, ter grootte van twee dobbelstenen. Er zaten een stuk of zes gaten in, van diverse grootte.
    ?Heb je die nog?? vroeg hij.
    ?Nee,? zei de man achter de toonbank.
    Zijn intonatie verraadde dat het gesprek hiermee nog niet was afgerond.
    De meneer op de linker kruk woelde met een hand door zijn grijze baardje.
    Ondertussen knikte de meneer achter de toonbank kort naar mij en naar de stekker. ?Die heb ik liggen, hoor.? Ter geruststelling. Als het koffiezetapparaat niet stuk was geweest had hij ongetwijfeld een kopje aangeboden. In een wit plastic bekertje. Dankbaar knikte ik terug.

?Dus je hebt ze niet?? zei de meneer op de linker kruk, na enig woelen.
    ?Nee. Niet in porselein. Nooit gehad, ook.?
    ?Nooit gehad??
    ?Nee.?
    ?Is er geen vraag naar??
    ?Ik heb in de tien jaar dat ik hier werk nog nooit iemand gehad die er naar vroeg, volgens mij.? Hij pakte het voorwerp weer even van de toonbank, draaide het rond tussen zijn vingers en legde het weer terug.
    ?O.? De man woelde weer even.
    ?Kijk, ik heb wel twee losse liggen, van zes over vier, je weet wel. Eigenlijk een banaanchasis, maar dan gegoten in kunststof. Ik weet niet waar je het voor nodig hebt??
    ?Dus niet in porselein??
    De man achter de toonbank schudde nadenkend het hoofd, alsof het bij nader inzien toch vreemd was dat dit voorwerp niet in groten getale op voorraad lag. ?Nee, niet in porselein.?
    ?Maar je hebt wel twee losse??
    ?In kunststof wel ja.?
    ?Hm.?
    ?Waar heb je ?m voor nodig? Bij wat voor bedrijf werk je??
    ?Het is voor een glasoven,? zei de man. Zijn ogen werden wat doffer. Het bleek weer eens een eenzaam bestaan, glasovens met porseleinen dingetjes.
    ?Sja.? De man achter de toonbank kneep even zijn mond samen.
    Het was even stil.
    De man op de linkerkruk pakte het porseleinen dingetje weer van de toonbank en stond op. Hij zette een stap achteruit, naar de deur. ?Nou, dan euh.?
    ?Misschien even bij Kontakt vragen, tegenover de Mediamarkt.?
    ?Ja.?
    Geen van beiden geloofden dat Kontakt het zou hebben of dat de man daar zou gaan vragen.
    Hij stopte het poseleinen dingetje in zijn korte spijkerbroek en draaide zich om naar de deur.
    ?Misschien kan ik ?m wel bestellen. Ik weet niet hoe snel je ?m moet hebben? Ik wil wel even voor je bellen,? zei de man achter de toonbank.
    De andere man draaide zich om. Zijn ogen leefden op. ?Ja? Nou, als je dat euh.?
    De man achter de toonbank pakte de telefoon en draaide uit zijn hoofd een nummer. ?Dag Yvonne, met je stille aanbidder ... Nee, niet Paul. Met Fred ... Ja, precies. Zeg Yvonne, mag ik Henk even van jou? ... O, doe dan maar Rob ... Ook al niet? Nou, geef me dan maar het magazijn .... Ja, dat geloof je toch niet. Is er überhaupt iemand bereikbaar bij jullie? ... Is niet goed, hè, Yvonne? ... Nee, dat dacht ik ook. Wil je vragen of een van de heren me terugbelt, als ze weer eens beschikbaar zijn? ... Dank je wel. Dag Yvonne.?
    Hij hing op. ?Ze bellen zo terug.?
    De man bij de deur knikte. Hij liep weer terug naar zijn kruk en ging er op zitten.

Nu waren wij aan de beurt. Ik gaf de stekker aan de man achter de toonbank.
    ?Zo, de heren. Deze stekker??
    ?Ja, en de bijbehorende vijfaderige kabel.?
    ?Dit is anders drie-aderig, hoor.? Hij toonde ons het stukje kabel dat nog aan de verbrande stekker zat. Er zaten drie aders in.
    ?Dat is raar,? zei ik.
    ?Och, wat apart,? zei mijn vader.
    ?Maar doe toch maar een vijfaderige,? zei ik.
    ?Prima.? De man verdween in het magazijn.
    Even later legde hij de spullen voor ons neer. We rekenden af en liepen naar de deur.
    
?Dag,? zeiden de mannen op de barkrukjes.
    De man met de Crumbiaanse billen keek lachend over zijn schouder. Zijn tanden stonden in een opvallend perfecte rij. Na gebitscorrecties lijkt het vaak alsof de rij tanden te groot is geworden voor de bijbehorende kaak en lippen.
    ?Klus ze, heren.?
    We zwaaiden dat we gingen klussen en liepen naar buiten. Het duurde even voor we weer aan het zonlicht gewend waren.




De verbrande stekker

De man die het dichtst bij de deur zat wierp een blik op de verbrande vijfpolige stekker in mijn rechterhand.
     ?Zoho,? zei hij. En glimlachte.

Drie mannen zaten op barkrukjes voor een toonbank. Achter de toonbank zat een man met een dun ringbaardje te bellen. Hij zag ons ? mijn vader en ik en de stekker ? binnenkomen en kneep even zijn ogen dicht ter verwelkoming.

De man op het middelste krukje droeg een bonte korte broek, waarop Surf stond. Veel geel, paars en roze. Het was zo?n broek waarvan je niet weet welk mysterie groter is: dat hij gemaakt wordt of dat hij gekocht wordt. Aan de broek bungelden vier beduimelde magneetpassen en een enorme sleutelbos.

De broek zat strak gespannen om de billen en dijbenen van de man. De man had billen die Robert Crumb tekent voor vrouwen. Als kantoorwerker ken ik alleen laffe kantoorbillen, die aan een broek de vorm geven van een bijna leeg pakje shag.

Hij draaide zich om, keek even naar mij en toen naar de doorgebrande stekker. 
     ?Heren,? zei hij. En glimlachte.

Het was stil in de kamer, op de bellende meneer achter de toonbank na. Geen muzak. Zachtgele TL-verlichting. Een kapot koffiezetapparaat. Het enige dat verraadde dat we in een elektrogroothandel waren was een openstaande deur. Door het gat keken we in het magazijn.

Het bellen duurde erg lang. Iedereen keek rustig voor zich uit.

De man achter de balie was klaar met bellen. 
     ?Je ken het so ophalen,? zei hij.
     ?Des mooi,? zei de man op de middelste kruk. ?Doe me d?r dan ook effe een paar van die rechte hoeken bij ? je weet wel. Heb je die nog??
     Het was zo?n zaak waar je met de aanduiding ?van die? extreem nauwkeurig kon communiceren.
     ?Van die euh,? zei de man achter de balie. Zijn linkerhand draaide wat rondjes in de lucht, maar het woord schoot hem niet te binnen. ?Ja, die heb ik nog.? Hij verdween een minuutje in het magazijn. Toen hij de rechte hoeken op de toonbank legden, bij een stapel andere spullen, waren ze klaar. Toch bleef de man op de middelste kruk zitten. 
     Niemand wilde hier weg. Het was hier fijn.

(Morgen verder.)




Aan mijn amoebe 6

Eerder: 1, 2, 3, 4, 5.

Het regende toen ik je moeder belde. Ik stond onder het afdakje van een toiletblok. De camping was grotendeels donker.

Om me heen stonden tenten: een theatertent, een restauranttent en diverse zogenaamde werktenten. Daarin waren overdag mensen aan het werk ? vaak met meer overtuiging dan ze de rest van het jaar hadden getoond. Maar voor het werken op deze camping hadden ze dan ook betaald. Er is een categorie van economische goederen die gewilder worden naarmate mensen er meer voor moeten betalen.

Op deze camping heeft je vader twee jaar geleden je moeder het hof gemaakt. Na afloop van zijn inspanningen zei je moeder dat ze niet door had dat je vader haar leuk vond. Terugkijkend kunnen we vaststellen dat mijn versiertechniek niet wezenlijk verbeterd is sinds de zandbak. Meisjes plagen, kusjes vragen ? dat werk.

En het kusje kwam. Heel even. Toen bleef je vader letterlijk met open mond achter. Hij was er eens goed voor gaan staan. Maar je moeder liep alweer weg. Ze zag de open mond en zei dat je vader niet zo dramatisch moest doen. ?Nee, dat is een andere cursus,? zei ik na een kleine denkpauze. Je moeder deed dans en je vader deed muziek. Zo?n soort kamp was het. En zo?n soort ouders heb je dus.

Afijn, ik belde dus met je moeder. Die zat thuis, want met haar buik kan er niet meer gedanst worden. Of gekampeerd. In het ziekenhuis was er weer aan je gemeten en het was goed. Je moeder zei verder dat ze had besloten te stoppen met de zwangerschapsyoga en met de hypnobevallingscursus. Ja, het is waar: Ooit konden we over die twee activiteiten praten zonder in de lach te schieten. Of boos te worden. Nu was je moeder boos geworden. Ze had zich ontworsteld aan de terreur van de goede adviezen en alles afgeblazen.

Later, toen we dit vertelden aan de vrienden die haar naar die cursussen hadden gestuurd, bleek dat de betreffende vrienden ze zelf ook niet hadden afgemaakt. Er is een categorie van economische goederen die meer waard worden, naarmate meer mensen er een hebben ? zoals telefoons. Blijkbaar valt leed ook in deze categorie.

Ik feliciteerde haar met haar besluit.
Het viel even stil.
?Het is nu twee jaar geleden,? zei ze.
Dat klopte.
Ik keek naar de nachtgrijze contouren van de tentjes ? dezelfde waar ze me twee jaar geleden tussendoor had geloodst op weg naar haar tent, de nacht nadat ik met open mond was achtergebleven.
Kort daarna schreef ik voor het eerst over de VIHB ? de Vrouw In Het Bijzonder. En probeerde haar hartstochtelijk te vergeten.
Dat lukte niet.
En hoefde uiteindelijk ook niet.

Er kan veel kapot in twee jaar. Maar ook veel niet, blijkt.




Later

Laten we het maar even officieel maken: twee weken pauze.
Ik zie u weer op 11 juli.




Blauwe belegering

De demonstratie van vier agenten keek even naar de langsrijdende tram 1 ? de overvolle tram naar het strand.

Ze stonden niet bij elkaar, de vier agenten, maar willekeurig verdeeld. Even verderop stond een tentje met een leeg podium. Door de luidsprekers schalde Je loog tegen mij. Het geluid kaatste hol heen en weer tussen het stadhuis en het ministerie.

Ik heb een zwak voor mislukte demonstraties. Mislukte demonstraties zijn de enig verteerbare demonstraties. Stiekem hoop ik altijd dat ze mislukken. Lonen die nog verder worden ingekort. Pensioenen die op de lange baan worden geschoven. Vakantiegeldregelingen die uitgekleed worden. Misschien hebben mijn ouders niet genoeg geklaagd, vroeger, waardoor ik nu geen tolerantie heb voor klagen.

Iemand die bij het ministerie werkte zei dat ze geen last had van de demonstratie. Ze kon best begrijpen dat agenten demonstreerden. Bovendien deden ze het in hun vrije tijd.
Toen ik dat laatste hoorde, was de pret een beetje uit het verhaal.

Aan het einde van de middag kwamen we terug van het strand met tram 1. Er waren meer agenten. Twintig of daaromtrent. De meesten hingen keuvelend tegen de balustrade of rond hoge witte tafeltjes. Geef Nederlanders een paar hoge witte tafels om rond te hangen en ze hebben het gezellig.

Twee agenten tennisten met een stuiterballetje. De muziek stond een stuk zachter.




Gemiste kans (slot)

Eerder: 1.

We geloven er dus niet in, het romantische ideaal, maar helemaal zeker weten doen we het niet. Misschien ligt het aan ons, hebben wij een handicap ? een soort kleurenblindheid voor romantiek.

Ik bedoel: ik zat naast twee van mijn beste vrienden ? weldenkende mensen, beide hebben tien jaar wetenschappelijke opleiding op staatskosten achter de rug. En juist die mensen vonden het klatergoud uit 1 Korintiërs mooi. ?De liefde zal nooit vergaan.?
Ja, de liefde zal nooit vergaan, allemaal tot je dienst, maar van het concert des levens krijgt niemand een program. Nou jij weer.

Misschien zit het anders. Misschien doen ze alleen maar alsof ze romantisch zijn ? zijn het, net als wij, acteurs in een tweederangsfilm met een te klein budget voor special effects. Misschien volgen ze Grunbergs redenering. Ik citeer:

Verliefd spelen is beter dan verliefd zijn. Dood spelen is vaak te verkiezen boven dood zijn, en voor het leven geldt net zoiets.

Misschien is dat het. Misschien zijn wij slechte acteurs, die er niet in slagen te geloven in hun eigen rol.

Maar ook slechte acteurs zijn soms per ongeluk toch geloofwaardig. Gestuntel dat toevallig goed uitpakt ? een kwestie van kansberekening.

Misschien is dat wat er bij ons gebeurt. Want ik voel me soms per ongeluk romantisch bij jou. Je zou ook kunnen zeggen: Bij ons zijn de ongelukjes het meest romantisch.

Romantiek is dat we op Madeira zijn en dat ik je ten huwelijk wil vragen, maar niet weet waar ik dat moet doen. En de allerlaatste plek waar ik het kan doen, vlak voor dat we naar huis gaan, is: op de rand van een afgrond. Dat is romantiek.
Romantiek is dat ik op één knie wil gaan zitten om je te vragen, want ik wil het goed doen, en dat ik per ongeluk op twee knieën voor je ga zitten, omdat ik het spoor inmiddels bijster ben. Dat is romantiek.
Romantiek is dat ik je wil vragen om met me te trouwen, maar dat ik vervolgens zeg: ?Ik wil je vragen om met me te trouwen.? Ik wil je vragen om met me te trouwen ? dat is dus geen vraag. Maar wel romantiek.
Romantiek is dat jij daarop zegt: ?Ja.? Ook al was het geen vraag. En dat het dan even stil is. En dat je na die stilte zegt: ?Heel graag.?
Romantiek is dat we elkaar vervolgens omhelzen en er in mijn buikholte een knaagdier lijkt te zitten dat zich een weg naar buiten aan het banen is. Dat is romantiek.

De liefde zal nooit vergaan ? dat is onzin. En slecht geschreven onzin, dat is nog het ergste. Nee, dan liever dit gedichtje van Hans Teeuwen, waarin hij een geliefde toespreekt:

Je wilt samensmelten
- een onnozel idee -
maar ik ben romantisch
ik ga d?r in mee...
Kneed me en knecht me
wees lief en gemeen
gun me de plek
van het blok aan je been

En dat is het, Meis. Ik kan niet wachten tot je me de plek gunt van het blok aan je been. Een blok dat je gaat koesteren, zoals je gewend raakt een klein gebrek van jezelf, aan een onhebbelijkheid. Als je ja zegt, dan klamp ik me vast en laat ik niet meer los.




Gemiste kans

Voor de VIHB vond ik het niet goed genoeg. Voor u wel. De gemiste kans, uitgesmeerd over twee dagen.

Het was afgelopen dinsdagavond. We hadden net besloten dat de bruiloft toch door zou gaan. We waren er nog een beetje beduusd van. Jij keek als iemand die in de rij stond bij de slager, zag dat haar nummertje aan de beurt was en zich ineens niet meer kon herinneren voor welk vlees ze gekomen was. Toen hadden we het volgende gesprek.

Jij zei: ?Dit weekend, hè??
?Ja?? zei ik. ?Na de bruiloft bedoel je??
?Ja. Zullen we dan iets romantisch gaan doen??

Ik schoot in de lach. Jij keek me wantrouwig aan. Wat was er zo grappig? Nou, wij gaan trouwen en jij vraagt of we dit weekend nog iets romantisch gaan doen.

Er schuilt een prachtig soort onbeholpenheid in. Een onbeholpenheid die we allebei hebben. Ik zou het zelf zo onhandig gevraagd kunnen hebben.
?Nee,? denk jij nu. ?Dat zou je helemaal niet zelf gevraagd kunnen hebben, want jij vraagt nooit of we iets romantisch gaan doen.?
Dan zou ik moeten zeggen: je hebt gelijk.

Wat ik probeer duidelijk te maken is dit: Meis, wij hebben geen aanleg voor romantiek.

Als we anderen mensen romantische dingen zien doen, worden we ongemakkelijk. Een tikje zenuwachtig zelfs.

Wanneer wij zelf iets romantisch doen, voelen we ons acteurs in een B-film die een slecht geschreven dialoog moeten oplepelen. Hoe romantischer, hoe slechter geschreven ? met die vuistregel zit je er zelden naast.

Een voorbeeld.
Een paar weken geleden zat ik te eten met M., W. en D. Het was gezellig. Jij lag thuis te wanhopen over ons kindje, ik zat bij vrienden. Dat was alvast niet romantisch. Een keer of vier werd me gevraagd of ik niet thuis moest zijn. Ik antwoordde dan steeds dat jij had gezegd dat het goed was, dat ik moest gaan. Dat antwoord werd ontvangen met een meewarige blik. Hij begrijpt nog steeds niks van de liefde ? zo?n blik.

Vraag me niet hoe we er op kwamen, maar W. en D. gingen elkaar een bijbeltekst voorlezen over de liefde. Uit 1 Korintiërs 13 kwam het. De heren vonden het prachtig. Och, och, het was zo mooi. Ik citeer:

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. De liefde zal nooit vergaan.

Zoals ik al zei, hoe romantischer, hoe slechter geschreven. ?De liefde zal nooit vergaan.? Kijk. Je hebt van die plastic zakjes die nooit vergaan. Daar raken dan weer hertjes in verstrikt. Maar verder vergaat alles. Ook de liefde. Hoe snel weet ik ook niet precies. Je hebt die plastic zakjes, dan komt radioactief afval en de hamburgerbakjes van McDonalds, dan een hele tijd niks, en dan komt de liefde. En nog wat andere dagelijkse zaken zoals antidepressiva en karnemelk.

Het punt is: het klopt gewoon niet. En wij, wij worden er ongemakkelijk van. ?Verstikkend romantisch,? noemde jij de achttiende-eeuwse trouwzaal in het oude stadhuis. Daar gingen we dus niet trouwen. Nee, wij trouwen in het IJspaleis ? zoals de Hagenezen dit gebouw liefkozend noemen.

(Morgen verder.)




Voltrekking (slot)

Eerder: 1, 2.

De trouwambtenaar zei dat hij begrepen had dat nu de bruid en bruidegom iets zouden zeggen. Ik haalde drie blaadjes uit mijn binnenzak. Dit was het moment dat ik accepteerde dat het ging tegenvallen. Er was nog maar een richting ? verder de fuik in.
    ?Vooraf klonk het eenvoudig, iets voorlezen op je eigen huwelijk,? zei ik.
    Toen rende er een huilend kind voorbij. En een ouder in een soort kippenpas er achteraan.
    ?Euh,? zei ik.
    We keken even naar de achtervolging. De vader nam zijn kind mee naar buiten.

Ik begon voor te lezen. De hand die de blaadjes vasthad trilde. Na de eerste alinea wist ik zeker dat ik het verkeerde stukje had geschreven. Die zekerheid gaf enige berusting.
    Er werd af en toe gegniffeld tijdens het voorlezen.
    Tegen het einde van het stukje zat een woordspeling op ?ongelukje.? Ik hield zelfs even stil na de woordspeling.
    ?Aah,? zei een vrouwenstem vertederd. Het was niet de VIHB.
    Ik maak nooit woordspelingen. Een bruiloft is niet het geëigende moment om daarmee te beginnen.

Toen was ik klaar. Een gemiste kans ? een non-entiteit voelde niet eerder zo tastbaar.

We luisterden naar de VIHB. Die had een serieus stukje, zoals aangekondigd. Ze zei dat ze het nog één keer zou zeggen: ze hield heel veel van me. De VIHB maakt van zuinigheid iets moois. Hier en daar klonk een snik. Ik durfde niet te kijken, maar ik vermoed dat er handen elkaar zochten, in het publiek.

De trouwambtenaar zei dat het nu tijd was voor het formele gedeelte.
We zeiden ja.
We zoenden.
We zoenden nog een keer, omdat W. naar onze zoen had gekeken, in plaats van een foto te maken.
De tweede zoen was het beste.
De VIHB had tevoren gevraagd wat ik per se wilde voorkomen tijdens de ceremonie.
?Een zuinig kusje,? had ik gezegd.
Ze was het niet vergeten.

Toen waren we klaar. De mevrouw met een soort politie-uniform leidde ons naar een ander zaaltje. We werden gefeliciteerd. Ik vroeg me af of ik uit mijn matige trouwstukje in ieder geval nog een blogje kon halen.

De VIHB en ik gingen even naar huis, voordat het grote diner zou beginnen. De VIHB probeerde een slaapje te doen. Ik speelde een paar rondjes Search and Destroy in Call of Duty.  
?I just got married,? schreef ik aan Flave, een van mijn medespelers. We waren allebei dood en dan kun je een gesprekje voeren tot de ronde voorbij is en je weer een nieuwe kans krijgt.
?You?re bullshitting me,? tikte Flave.
?Yeah, that too,? tikte ik.
Toen startte de nieuwe ronde.




Huh?

Klik: http://filmladder.nl/
Euh.
Deze dan?
Ben ik de enige die bij voorkeur www weglaat?

Overigens: het slot van de Voltrekking laat nog een dagje op zich wachten.

Naschrift: De link is schijnbaar gerepareerd.




Voltrekking 2

Eerder: 1.

Bovenaan de trap was het drukker. Ik glimlachte wat om me heen. Af en toe zei ik hallo tegen een kind. Als ik zenuwachtig ben, zoek ik contact met kinderen. Het is geen feilloze strategie. Ze keken verlegen weg, zonder iets terug te zeggen.

De mensen glimlachten terug en deinsden wat achteruit. Niemand zei iets. We waren de onaanspreekbaren.

Vlak bij de ingang van de trouwzaal zag ik eindelijk mijn ouders.
?Enne?? zei mijn vader.
?Daahaag,? zei mijn moeder.
Ze bleven op een afstandje staan.
Zo stonden we daar even. Toen kwam een vriendin van de VIHB naar ons toe en kuste ons.
?Ik dacht, ik ga gewoon even gedag zoenen,? zei ze. In de loop van de dag zou ze ons nog drie keer zoenen.

Een mevrouw van de gemeente kwam bij ons staan. Ze droeg een soort politie-uniform.
?Alles komt helemaal goed,? zei ze.
Ze zou ons komen halen, als alle gasten hun plaatsen hadden gevonden. De deuren gingen open en mensen schuifelden naar binnen, langs ons. Wij glimlachten, zij glimlachten. Af en toe trok iemand een wenkbrauw op ? een soort knipoog met haar.

De meneer die de voltrekking zou doen, kwam onze hand schudden en ging toen ook naar binnen.
We bleven alleen achter.
?Ja, meis,? zei ik.
?Ja,? zei de VIHB.
?Ze komt zo terug, hoor,? zei een andere mevrouw in een soort politie-uniform. Ze bedoelde haar collega.

Ik keek even naar de grote hal van het stadhuis. De Hagenezen noemen het moderne witte gebouw ?t IJspaleis. Halverwege de hal stonden enkele mensen in de rij om iets af te rekenen ? een paspoort of een uittreksel van het bevolkingsregister.

De mevrouw kwam terug en vroeg of we haar wilden volgen. We liepen het zaaltje binnen. Allemaal ogen. Ik probeerde te glimlachen. Ineens riep de mevrouw: ?Dames en heren, mag ik een hartelijk applaus voor het bruidspaar!? Dat deed even pijn. Gelukkig waren we bijna bij ons bankje.

De meneer die de voltrekking zou doen, had gezegd dat we onder een baldakijn zouden zitten. Dat woord kende ik niet. Het bleek een soort hemelbed, zonder het bed. Op een bankje lagen twee kussentjes. We zaten heel dicht op iedereen, de trouwambtenaar zat nog het verst. De zaal voelde warm. Mijn getuige zat wat voorovergebogen en keek erg nerveus. Dat bood enig houvast.

De eerste vijf minuten was ik vooral bezig met recht te zitten. De trouwambtenaar heette enkele mensen specifiek welkom, vertelde iets over het gebouw en had een paar grapjes paraat voor de kinderen. Het kon niet lang duren voor we zelf aan de beurt waren. Ik nam me voor om te zeggen dat het vooraf eenvoudig had geleken, iets voorlezen op je eigen huwelijk, maar dat het nu minder eenvoudig voelde.

(Morgen verder)




Voltrekking

Er zat schoensmeer op het manchet van mijn huwelijksoverhemd, toen de getuige aanbelde. Hij kwam binnen en vroeg of ik klaar was. Ik begon de schoenen glanzend te wrijven. ?Bijna,? zei ik. ?Alleen nog even mijn stukje afmaken en printen.?

De VIHB en ik hadden afgesproken dat we iets tegen elkaar zouden zeggen. Het begon als idee om een toespraak van de dienstdoende ambtenaar te omzeilen. Bij sommige vrienden lopen de rillingen nog steeds over de rug als ze terugdenken aan de toespraak die zij van staatswege ontvingen bij hun huwelijksvoltrekking. Veel metaforen over zeereizen ? woelige baren, in hetzelfde schuitje zitten, koers houden; dat werk. De VIHB vreesde vooral de ambtelijke humor ? kwinkslagen over ?moetjes? in het bijzonder.

Wij zouden dus zelf iets zeggen. De VIHB was eerst niet helemaal overtuigd, bang dat ze het na afloop bespottelijk zou vinden wat ze had gezegd. Maar zelf niets zeggen en ook geen ambtelijke toespraak toestaan, was geen optie. Zo?n half uur moet toch vol.

Ik verheugde me erop. Ik fantaseerde over opwellende tranen in de ogen van de VIHB en over ouders die elkaar zouden aankijken en over handen die elkaar zochten, overal in het publiek. Dat is de ijdelheid van het webloggen ? denken dat je naar believen emoties kan oproepen, omdat een paar mensen eens iets aardigs in de reacties hebben achtergelaten. Wat ik vergat, is dat emoties meestal een onverwacht bijproduct waren van een verhaal over iets anders. Fantaseren en vergeten zijn twee woorden voor hetzelfde.

Ik trok mijn glanzende schoenen aan en ging achter de computer zitten. Mijn getuige merkte op dat ik mooi op tijd was. Ik zei dat we pas over twintig minuten in het stadhuis hoefden te zijn.

Ik liep nog eens door het stukje heen. Het zat me niet helemaal lekker. Vooral het slot miste iets. Een snik of een opwellende traan. De getuige zei dat we nu toch echt moesten gaan. Zijn auto stond voor. Ik zei dat hij even stil moest zijn, omdat ik me moest concentreren.

Meer dan wat woorden schuiven zat er niet in. Ik stuurde de tekst naar de printer en trok mijn colbert aan. De VIHB was al klaar. Haar tekst had ze ?s ochtends vroeg geprint. Ze had aangekondigd dat het een serieus verhaal zou worden ? omdat ze nou eenmaal serieus is. Zoals zij het uitspreekt klinkt het als een tekortkoming.

We stapten in de auto, een kwartier voordat de plechtigheid zou starten. Het is maar een klein eindje naar het stadhuis ? op de fiets, tenminste. Met de auto was het dankzij twee verkeersovertredingen ook een klein eindje. Bleek. De getuige bleef rustig, voor zijn doen.

Om vijf voor twee kwamen we het stadhuis binnen. Naast de ingang stond een Aziatische familie romantische trouwportretten te maken. De fotograaf had speciale doeken meegenomen waarvoor mensen moesten poseren.

Een handvol mensen stond bij de trap. Ik vroeg me af of ik iedereen moest groeten, maar besloot te glimlachen en af en toe hallo te zeggen. Mijn maag meldde dat er inmiddels sprake was van nervositeit. Halverwege de trap wilde ik iets tegen de VIHB zeggen, maar die bleek nog aan het begin van de trap te zijn. Ik liep weer terug naar beneden en verontschuldigde me. Langzaam schreden wij naar boven.

(Morgen verder.)




Ze zei ja

En ik ook.
Toen fluisterde ze: ?Welke hand was het ook alweer??
?Euh,? zei ik.

Mams had vantevoren uitgelegd dat het rechts was, omdat het in de kerk links was. Of andersom.
?Euh. Rechts,? zei ik.




Memento

Het ging dus toch mis, het embargo. Op kleine schaal. Ergens in de late uurtjes van de bruiloft kregen twee collega?s een introductie op het fenomeen weblog. En het adres van deze webzijde.

Er is nog niets aan de hand. Collega?s die tot in de kleine uurtjes op je feest blijven, zijn goede collega?s ? dat is een veilige aanname. Het betekent echter wel dat ik de controle kwijt ben over wie dit leest ? voor zover ik die ooit had. Dat is genoeg aanleiding om de knoop door te hakken: ik heb 664 stukjes offline gehaald ? dat is alles tussen 25 februari 2003 en vandaag. Voordat het een keer echt mis gaat.

Vanaf vandaag begin ik overnieuw. Met veel minder bewegingsruimte. Daarvan heb ik het meest genoten tijdens de eerste 664 stukjes: de bewegingsruimte. Vanaf stukje 666 zal blijken wat er overblijft.

O ja. De bruiloft was vreemd en mooi. Daarover morgen meer.




Aan mijn amoebe 5

Eerder: 1, 2, 3, 4.

Ze hadden je gemeten. Een grafiekje toonde drie dunne lijntjes. Op de onderste lijn stond een stipje. Dat was jij. Je stond op de rand van de afgrond ? precies waar je vader je moeder ten huwelijk vroeg.

Vijfennegentig procent van de amoebes groeit harder dan jij, zei het lijntje. Als je onder het lijntje zakt, word je officieel abnormaal verklaard. Dat is de wet van de normaalverdeling. De normaalverdeling is een statistische uitvinding die het gemiddelde tot norm verheft. De grap van het gemiddelde is dat het uiteindelijk iedereen naar zich toe zuigt ? regression toward the mean heet dat. Het is een gezellige drukte, daar rond het gemiddelde.

Wij hebben onze hoop op die regressie gevestigd. Mocht je desondanks van het lijntje aflazeren, dan komt de medische machinerie in actie. Die machinerie is knap, onverschrokken en wat ruw ? zoiets als de Amerikaanse bezettingsmacht in Irak. Je vader wil niet teveel over het medische scenario nadenken. Je moeder kan niet anders dan teveel over dat scenario nadenken ? ze ligt gestrekt op bed.

We waren erg geschrokken, na de meting. Je vader schreef er een stukje over op zijn weblog. Een weblog, dat is zoiets als de monoloog van een van die verwarde personen die zich rond treinstations ophouden. Passanten luisteren er onwillekeurig toch naar. Er is iets geruststellends aan de waanzin van anderen ? en ook aan hun ijdelheid of domheid of aardigheid.

Het stukje was tamelijk vaag. Onbewust volgde je vader een oude weblogwet dat je dramatisch nieuws in vage termen moet introduceren. Achteraf las het een beetje als overacting. Toen kwamen de troostende woorden van vrienden.

Het was zo mooi, dat ik je haast een chronische ziekte zou toewensen. En dat heet dan weer: Munchausen by proxy. (Ja, het is mooi hoor, voor alles is al een naam bedacht. Je hoeft dus niet zo veel te doen in het leven, behalve je verzoenen met het einde ervan. Grunberg, een van onze Grote Schrijvers, zou wellicht iets zeggen in de trant van: Het leven is als een dinergerecht dat te koud arriveert ? als je maar genoeg honger hebt smaakt het heerlijk.)

Na een keer of vijf het verhaal over onze zorgen verteld te hebben, was de lol wel weer af van de Munchausen by proxy. Er is niet genoeg informatie om het interessant te houden. Op een gegeven moment voelde ik mezelf als de staatsomroep die verplicht urenlange televisie moest maken over een zojuist overleden hoogwaardigheidsbekleder.

Nu zitten we dus in een impasse. Te wachten op nieuwe informatie. Dan begint er weer een nieuwe ronde. Maandag word je weer gemeten en dinsdag gaat daar iemand iets deskundologisch over zeggen. Als je van het lijntje getuimeld bent, zal er geen bruiloft zijn. Iedereen vindt dat heel logisch.
    ?Ja, het is heel simpel, hè,? zei mijn paps. Hij was bij ons om te klussen aan jouw kamertje. ?Dit is belangrijker. En gewoon positief blijven denken. Verder kun je toch niks doen.?
    Toen stond hij op om de behangplaksel te mengen. Dat moest immers ook gebeuren.




Ernstige zaak (slot)

Eerder: 1.

Na de derde zonde was er even pauze. De loopbaanontwikkelingtrainer liep naar een tafeltje waarop een iPod stond, met twee boxen ernaast. Even later klonk er muziek van het type top-zoveel-aller-tijden. Ik hoopte op Stuck in the Middle with You (?Clowns to the left of me,
Jokers to the right, here I am?), maar het werd Baker Street.

?Draai je altijd muziek bij deze workshops?? vroeg een collega van me aan de loopbaanontwikkelingtrainer. De meeste van ons hebben ook wel eens getrainerd, dus we weten hoe het is om een pauze door te moeten komen. Ik maak zelf meestal een doelloos wandelingetje met een pseudo-vastberaden tempo en ditto blik. De organisaties die trainers inhuren hebben doorgaans voldoende ganglengte voor een paar loze rondjes.
    De trainer veerde op en zei dat hij altijd muziek draaide. Voor de sfeer. Meestal klassiek. O, en de tune van Radio Tour de France. Op dat laatste kwam geen toelichting en mijn collega vroeg niet door. Hij was alleen maar voor de aardigheid even bij de trainer komen staan.

In het toilet stond ik naast onze jongste promovendus. Het was me opgevallen dat de jongen oplettend had gekeken, aantekeningen had gemaakt, een vraag had gesteld en af en toe knikte of een wenkbrauw optrok ? iemand die reageert; de droom van elke trainer.
    ?Wat vind je ervan, tot dusver?? vroeg ik. Onze urine klaterde synchroon tegen het porselein.
    ?Ik vind de muziek het hoogtepunt van de ochtend,? antwoordde hij.

We gingen verder met Zonde 4: ?Wachten op de doorbraak.? Je kon natuurlijk wachten tot je een ons woog, je moest het zelf doen. Het duurde ongeveer een half uur om dat uit te leggen.
    Zonde 5 was: ?Doe niet waar je goed in bent.?
    ?Ja, dat klinkt misschien een beetje raar,? zei de loopbaanontwikkelingtrainer. ?Maar de meeste mensen doen wat ze goed kunnen, niet wat ze echt willen.?
    O ja. Wat we echt willen is heel belangrijk en daar moeten we nog meer over nadenken. Als we er nog iets harder over nadenken, kunnen we middelgrote voorwerpen laten zweven ? loopbanen, glijbanen, hondenbanen. Puur op concentratie.

De trainer flipte het blad over van de flipover. Daar stond Zonde 6 in viltstif geschreven: ?Er wordt voor mij gezorgd.? De onderste helft van het flipoverblad was met een stukje plakband dichtgevouwen.
    ?Nou, over deze zonde kan ik kort zijn,? zei de trainer. Hij wachtte even betekenisvol. Toen trok hij het plakbandje los. Op de onderste helft stonden ?Forget It!? in kleurige barbapapa-letters. Dat vereiste een toelichting van een kwartier ? relatief kort, inderdaad.

De laatste zonde was: ?Loopbaanontwikkeling is een ernstige zaak.? Ik las hem nog een keer. ?Loopbaanontwikkeling is een ernstige zaak.? Of de loopbaanontwikkelingtrainer nam ons allemaal te grazen met een paradox die onze gedweeë houding bekritiseerde; of hij kon niet formuleren.

Om half vijf was de pervertering van het zondebegrip compleet. We waren klaar. Iedereen ging weg met de indringende boodschap dat het zonde is als je niet genoeg aan jezelf en je loopbaan denkt. Het is een ernstige zaak, immers. Ik noteerde als zonde dat ik te laf was geweest om weg te gaan.




Ernstige zaak

Achterin het kleine boekje stond een copyright-tekentje gevolgd door acht puntjes.
     ?Op die puntjes kunnen jullie je eigen naam invullen,? zei de loopbaanontwikkelingtrainer. Hij knikte naar ons, als een vader die de sleutels van de BMW aan zijn zoon overhandigt. Toe maar.

Voorop het boekje stond: ?7 Zonden van je loopbaanontwikkeling TM?
De rest van het boekje was nagenoeg leeg. Op zeven pagina?s in het midden stond steeds het woord ?Zonde? met daaronder een groot cijfer. Op andere pagina?s waren kopjes gedrukt. ?De vraag.? Of: ?Het voornemen.? Of: ?De suggesties.?
Het zou een belangrijke dag worden.

We kregen een paar minuten om iets in te vullen onder het kopje: ?De vraag.? Iets waar we mee worstelden in onze loopbaan. Er schoot me geen vraag te binnen. Dat viel onder het kopje ?Weerstand,? vermoedde ik. Het was een beetje droevig. Ik vond mezelf te jong om geen vragen meer te hebben. Misschien was het toch te laat geworden, de voorafgaande nacht.

?Kijk,? zei de loopbaanontwikkelingtrainer. Hij hield zijn handen voor zijn borst, de vingertoppen tegen elkaar. ?Een deel van waar we het vandaag over gaan hebben, hebben jullie misschien al eens gehoord. Maar we staan er vaak niet bij stil. We nemen niet de tijd voor om eens rustig na te denken over waar we staan en wat we nu eigenlijk willen in onze loopbaan. Daarvoor is vandaag. Omdat het goed is om eens wat uitgebreider stil bij te staan bij dit soort vragen.?

Het grote zelfmedelijden was begonnen. We hebben het zo zwaar dat we niet eens meer aan onszelf denken.
Was het maar waar.
Iedereen die ik ken, mezelf incluis, doet niet anders dan nadenken over zichzelf en wat we nu eigenlijk willen. Lekker prevelen in de echoput van de eigen begeerte.

Ik zat nog steeds met mijn potloodje in de aanslag voor mijn vraag, in de hoop mezelf te verrassen. De loopbaantrainer zei dat we de eerste Zonde zouden gaan beginnen. Ik sloeg om naar het blaadje waarop stond Zonde 1.

Het klonk hoopvol. Met zonden kan ik beter uit de voeten.

(verder)




Aan mijn amoebe 4

Eerder: 1, 2, 3.

Je moeder heeft recent gedacht dat je het loodje had gelegd. Op dat moment zat je vader te zuipen in de Gevrey-Chambertin ? het wijngebied waar Napoleon zijn wijnen betrok voor de Russische campagne. Ik hoorde het relaas pas na terugkomst uit het wijngebied, maar dit soort zaken laat je sowieso over aan professionals.

Professionals, dat zijn mensen waaraan iets wordt overgelaten. Het zoeken van waarheid, bijvoorbeeld, dat wordt overgelaten aan je ouders en een boel andere wetenschappers. Evenals het opleiden van de diverse jeugdachtigen. Voor zover mogelijk.

De belangrijkste tactiek waarmee professionals hun status verwerven is door ergens een lapje grond af te bakenen en te monopoliseren. Wetenschappers hebben het monopolie op het begrip ?waarheid,? bijvoorbeeld. Ze gunnen een minderwaardig strookje waarheid aan de religieuze professionals, maar dat is meer uit desinteresse dan goedgeefsheid.

Ook diverse delen van jouw bestaan worden gemonopoliseerd door mensen die daarmee professionals willen zijn. Zo is er de aanstaande bevalling. Bevallen is de tamelijk gebrekkige manier waarmee jij ter wereld hoopt te komen ? ontworpen in een tijd dat moedersterfte niet hoog scoorde op de lijst van ontwerpeisen voor diersoorten. De Duitsers hebben er een beter woord voor: entbinden ? dat mag je inderdaad lezen als ontbinden.

Er waren eens mensen zonder opleiding en status. Hun belangrijkste verdienste in het leven was dat ze zich wel eens ontbonden hadden. Toen vonden ze het woord ?ervaringsdeskundige? uit en besloten dat hun ontbinding genoeg was om zichzelf professional te noemen. Je moeder viel afgelopen week in handen van zo iemand. Ze gaf een cursus zwangerschapsyoga.

Op de eerste bijeenkomst wilde je moeder een paar dingen vragen. Dat bleek echter niet de bedoeling. Na een paar vragen had de mevrouw het professionele oordeel over je moeder gereed: ze toonde weerstand. Een beetje professional heeft twee of drie oordelen die altijd van toepassing zijn ? om zonder overmatige inspanning de niet-professionals uit te schakelen. De zwangerschapsyogamevrouw had er alvast één, dus ze was een flink stuk op weg. Overigens toont je moeder inderdaad stevige weerstand. Ik mag hopen dat dat zo blijft.

Aan het einde van de proefles gaf je moeder aan dat ze misschien toch afzag van de cursus. Ze zou nadenken en dan nog contact opnemen. Een paar dagen later liet ze een beleefd bericht achter bij de mevrouw dat ze inderdaad afzag van de cursus. De mevrouw belde je moeder boos terug en zei dat ze weerstand toonde, dat ze bang was voor de bevalling en dat het echt niet hielp om het hoofd in het zand te steken.

Je moeder zei dat ze in een prenatale depressie was geschoten. ?Bestaat dat?? vroeg ik. Je moeder wist zeker dat ze met Google hits zou vinden op die term. En inderdaad. Met dank aan diverse ervaringsdeskundigen.

Een voordeel van dit soort ervaringen is dat je vader veel beter in contact komt met zijn agressiviteit. Dat kon hij vroeger moeilijk oproepen, boosheid en agressiviteit, maar zijn weerstand er tegen wordt gelukkig steeds minder.

Maar wat ik eigenlijk wilde vertellen: er ligt een fles Gevrey-Chambertin voor je klaar. Als je de drankgerechtigde leeftijd hebt bereikt is die magistraal op dronk.




Heimcomputer

Am Heimcomputer sitz? ich hier
Und programmier die Zukunft mir
(Kraftwerk, 1981)

De secretaresse van de vakgroep belde. Ze kreeg afschriften van rare afspraken in mijn elektronische agenda. Ze had er geen last van, zei ze, maar het leken haar persoonlijke zaken. Misschien was het niet helemaal de bedoeling dat ze die ontving.

De VIHB en ik hadden geregeld dat we via internet afspraken in elkaars agenda kunnen zetten. De ander krijgt hiervan een melding en kan de afspraak elektronisch afwijzen, aanpassen of accepteren. Er zijn drie categorieën: verplicht (denk: schoonouders), optioneel (denk: mensen die een van ons onder druk zetten om de ander mee te nemen, wegens gezellig) en ter kennisgeving (denk: er komen vrienden of vriendinnen langs en of je op de aangegeven uren jezelf schaars wil maken).

De categorieën zijn nog niet helemaal op alle contingenties ingericht, want het is een pilotsysteem. Later gaan we het op de markt gooien en als relatietherapeutisch concept verkopen. Binnen een paar jaar is praten helemaal uit en dan willen mensen weer iets anders.

Dat is een rode draad in onze relatie: niet hoeven praten. De VIHB heeft een paar eerdere relaties opgepraat en ik ook. Nachtenlang.

De vrouw met wie ik het langste ben samengeweest deed midden in de nacht het licht aan en maakte me dan wakker om te praten. Als zij niet kon slapen, dan ik ook niet. Dat heet dan bijvoorbeeld ?geven en nemen,? of ?gedeelde smart? of ?je moet er wel wat voor over hebben.?

Op een gegeven moment was ik zo goed afgericht dat ik me schuldig voelde als ik wilde doorslapen, in plaats van te investeren in de relatie. Dat is nog een reden waarom de VIHB en ik zo weinig mogelijk willen praten ? zodat we niet dingen gaan zeggen als ?investeren in de relatie.? Dan weet je dat het volgende gesprek gaat over dat de aandeelhouders het rendement vinden tegenvallen.

In plaats van praten geloven we nu in efficiëntie en zelforganisatie. Van de week lag de VIHB met de laptop op de bank en ik lag op de ligstoel naast mijn Heimcomputer. Via het draadloze netwerk doken er een aantal afspraken op in mijn agenda ? onder andere voor het kopen van de trouwringen. Ik klikte op ?Accepteren.? De toekomst was volgens mijn agenda grotendeels leeg.




Het Einde van Ons Haagse Huwelijk

Ik was op het stadhuis, om met mijn dossierbeheerder verscheidene burgerzaken te regelen.
?Ik heb geprobeerd om het online te regelen,? zei ik.
?Werkte niet, zeker,? zei mijn dossierbeheerder.
?Nee, het was een bende.?
?Ja. Ik ben altijd al tegen het nieuwe systeem geweest. Best leuk hoor, online je ondertrouw afhandelen, maar het werkt niet. Zodra er iets afwijkt, moet je alsnog hier langskomen. Het werkt alleen voor standaardgevallen, maar tegenwoordig is bijna niemand meer standaard.?
?Ik ben wel standaard, dus voor mij was het perfect geweest.?
?Ja, jij bent wel standaard.?

Toen ik thuiskwam, was er een reactie op mijn email van afgelopen week.
Beste gebruiker van "Ons Haagse Huwelijk",

Tot mijn grote spijt moet ik u mededelen dat de site van "Ons Haagse Huwelijk" tijdelijk uit de lucht wordt gehaald.

We hopen op deze manier een aantal  problemen in "Ons Haagse Huwelijk" op te lossen, zonder u daar last van heeft.

Vooralsnog kan ik niet aangeven hoeveel tijd dit in beslag zal nemen. Uw dossier blijft onder beheer van het bureau Huwelijken. Voor eventuele vragen kunt u daar altijd terecht: huwelijken@dbz.denhaag.nl .

Ik logde in en het systeem functioneerde nog steeds. Of non-functioneerde nog steeds. Mijn dossier gaf aan dat ik nog geen enkele van de bescheiden had ingeleverd. Terwijl ik alles al ingeleverd had.

Standaardgevalliger dan dit wordt het niet. Waar gaat het heen als IT-ers niet eens standaardgevallen kunnen afhandelen.




Ons Haagse Huwelijk

Eindelijk voel ik me burgerlijk, nu we gaan trouwen. Burgerlijk als in: lijkend op een burger. Tot nu toe heb ik nog nooit iets met de gemeente van doen gehad. Behalve mijn inschrijving als inwoner een paar jaar geleden. O, en wat acceptgiro?s waar mijn handtekening op moest.

Nu pas maak ik volledig gebruik van mijn burgerrechten ? en het is een feest. De procedure rondom het inschrijven van de VIHB op mijn adres. Het erkennen van de ongeboren vrucht. Het aanmelden van de intentie te trouwen. De procedure richting ondertrouw. En nog zo wat dingen. Het is prachtig, ik weet niet waarom ik dit niet eerder heb gedaan.

De ambtenaren zijn zonder uitzondering behulpzaam. Burgerrechtelijktechnisch mag ik bijvoorbeeld nog geen trouwzaalreservering maken. Maar de meneer aan de telefoon zei dat ik maar even een briefje moest sturen. Het mocht eigenlijk niet, maar hij ging iets regelen.

Ook is er een prachtige website. Onshaagsehuwelijk.denhaag.nl. Alleen al voor die domeinnaam moeten er prijzen worden uitgereikt. Ik heb een prachtige veilige gebruikersnaam toegewezen gekregen: 3EG46VHY67533X. Probeer die maar eens te kraken. Inmiddels heb ik ook een dossierbeheerder. Iedere keer denk ik: mooier dan dit kan het niet worden, maar dan krijg je ineens een dossierbeheerder toegewezen. Prachtig. Samen met de dossierbeheerder ga ik mijn dossier, euh, beheren. Ik zal hem of haar ook een uitnodiging sturen voor het huwelijk ? dat is wel het minste.

Uit pure dankbaarheid mail ik ook regelmatig naar de mensen achter de site. Af en toe werkt er iets niet en ik zie het als mijn burgerlijke plicht dat te melden. Aan mijn dossierbeheerder ligt het niet, er zit een commercieel bedrijf achter ? het heet Comites, geloof ik. Prachtige dingen doen ze daar. Lees maar:
Comites levert advies, programmamanagement en projectleiding. De focus ligt op vraagstukken rond het optimaal bedienen van klanten en het verbeteren van het bedrijfsresultaat door het op de juiste wijze inzetten van informatie technologie. Kernbegrippen zijn:
  • vraaggestuurde verkoopondersteuning en dienstverlening
  • besturing en innovatie
  • efficiëntie van ICT oplossingen
Ik heb echt een enorm zwak voor ?kernbegrippen.? Hoe vaak zeg ik niet tegen de VIHB; als mensen nou eens wat meer het begrip kernbegrip zouden omarmen, dan zou de BV Nederland er heel anders voor staan. Bij Comites hebben ze ongetwijfeld heel competente mensen in dienst ? want daar heerst de tucht van de markt, hè. Ik weet alleen niet waarin die mensen precies competent zijn. Niet in websites bouwen in ieder geval.

Van de, pak ?m beet, tien keer dat ik de agenda?s van de trouwlocaties raadpleegde, werkte het een keer. De eerste paar keren waren alle dagen op alle locaties volgeboekt ? tot en met juli 2006. Dat kan niet kloppen, zei ik tegen de VIHB, maar het lukte me niet haar gerust te stellen. Vandaag keek ik weer even, om te zien of onze geritselde reservering er in stond, en nu werkte de link naar de agenda niet meer.

Kom, dacht ik, tijd voor een mailtje. Je bent burger of je bent het niet. Toen ik toch bezig was meldde ik meteen maar even:
- dat mijn sofinummer niet werd geaccepteerd door de website
- dat het onmogelijk was om twee pdf?s met ?naamsverklaringen? te downloaden, ook niet als je op het knopje ?downloaden? klikte, hetgeen me toch een redelijke tactiek leek.
- dat ik graag wilde betalen (?op een eenvoudige en veilige wijze voor u te verzorgen?) voor twee uittreksels uit het GBA, waarna mij werd teruggemeld:
<%@ Page language="c#" Codebehind="wfWelkom.aspx.cs"
  AutoEventWireup="false" Inherits="OHH.Web.Candidate.ASPX.wfWelkom" %>

Ja, kijk, dat AutoEventWireup="false" had ik ook kunnen bedenken. Maar voor de rest ga ik toch maar even langs het gemeentehuis. Koffie drinken met mijn dossierbeheerder. Die regelt wel wat, ook al mag het eigenlijk niet.

Terwijl ik daarmee bezig ben, kunt u wellicht even adviseren welke trouwambtenaar we moeten aanvragen. De VIHB heeft een voorkeur voor Nimet, maar ik wil niet over een nacht ijs gaan.




Wat u kan afstrepen van uw te-lezen-lijst 1

Anna Karenina.
Kutboek.

Canon, schmanon.
In de tijd die u nu bespaart met het niet lezen van negenhonderd pagina's Tolstoi kunt u zeker twaalf keer Nederland - Armenië kijken.




Aan mijn amoebe 3

Eerder: 1, 2.

Pasen ging dit jaar onopgemerkt aan je vader voorbij. Totdat je moeder binnenkwam, op de avond van Tweede Paasdag. Die dag heeft niks met Pasen en alles met vakbonden te maken, maar het is goedbedoeld, dus we rekenen het even mee. Bijna alles in Nederland is goedbedoeld. Als er slachtoffers vallen in dit land, kun je er donder op zeggen dat ze uit goede bedoelingen voortkomen. Voor de afwisseling zeggen mensen soms dat ze iets niet zo bedoeld hebben ? dat is hetzelfde. Bedoelen is een ongelooflijk overbodig werkwoord, eigenlijk.
    Maar goed. Je moeder had een enorm paasei onder haar truitje, dat was wat ik wilde zeggen.

Over de telefoon had ze al aangekondigd dat het heel erg was. Dat zegt ze elke week, sinds we ons hebben voortgeplant. Je moeder is afscheid aan het nemen van haar lichaam. Naar haar verwachting zal jij een uitgewoonde bende achterlaten. Dat is een redelijke verwachting. Jij bent een Tokkie in een socialesectorwoning. Godzijdank zijn de Tokkies weer vergeten tegen de tijd dat je dit leest.

Je moeder heeft ? net als je vader ? er ongeveer dertig jaar over gedaan om tevreden te raken met het eigen lichaam. Nu is ze dertig en mag ze meteen weer afscheid nemen.

Ze nam het eerste afscheid van haar taille. Die taille was de spijker waaraan het hele tevredenheidsproject was opgehangen, dus dat deed extra pijn. Ik zag het niet zo, de verdwijnende taille, maar dat bleek niet relevant.

Eigenlijk begon het met haar borsten. Maar de teloorgang daarvan is fors aangekondigd, met twee luide cupmaten, maar nog niet uitgevoerd. Het is als met oude mensen die net voor ze sterven nog even verrassend energiek opleven.

Toen waren de billen aan de beurt en daarna haar buik. Vreemd genoeg kwam de buik het laatste. Geen wonder dat je moeder wat in de war raakt. (Je vader raakt vooral in de war als hem onverwacht te binnen schiet dat er iets in dat paasei zit.)

Je moeder haalt vaak die scène uit Alien aan, waar een soort aggressief kunstgebit zich een weg baant uit een opgebolde buik. Dit is voor het eerst dat ze een film citeert. Je vader houdt erg van films, dus dit komt de liefde zeer ten goede.

Verder vraagt ze soms of ik het niet erg vind dat ze zo onaantrekkelijk wordt. Natuurlijk ontken ik dat in de twee, drie toonaarden die ik beheers. Je vader heeft overwogen om vaker seks te initiëren, in het kader van ?daden spreken luider dan woorden.? Maar een mens moet zijn eigen beperkingen kennen.

Even voor de goede orde: we zitten nu ongeveer op de helft. Er is dus nog een boel om naar uit te kijken.

Tot later,
M.




Aan mijn amoebe 2

Je moeder belde vandaag. Er was weer zo?n slap en glad stukje papier met grijze vlekken gemaakt. En er heeft iemand iets aan je gemeten. Wen er maar vast aan, dat gaat zo nog een hele poos door. Je vader is van de week nog gemeten. Via de telefoon. Dat noemen ze een enquête. Dan beantwoord je wat vragen en uiteindelijk staat dan ergens een getal: 34,1% procent bijvoorbeeld.
    Pappa heeft dan wel eens het gevoel dat hij in een deeltjesversneller zit. Dat is groot apparaat dat hij ooit gezien heeft. Daarin stoppen ze een brokje van iets waaraan ze wat willen meten. Het brokje beschieten ze met een straal. Dan spat er van alles in het rond en dat noemen ze dan bijvoorbeeld subatomaire deeltjes. In het geval van je vader noemen ze het een mening.

Er is dus iets aan je gemeten en het was goed. Dat wil zeggen, de kans is nu één op de boelduizend dat je een bepaalde ziekte hebt. Heel klein dus. Die ziekte willen we graag uitsluiten. Uitsluiten, dat is als je denkt dat er iets niet gaat gebeuren.
    Je zal merken dat mensen het veel belangrijker vinden dat bepaalde dingen niet gebeuren, dan dat bepaalde dingen wel gebeuren. Daar wordt je oud mee, als er dingen niet gebeuren. O, en dat is min of meer het doel in het leven: oud worden. Voor het geval ik dat vergeet te zeggen.

Ik was niet bij de meting, want het zou maar een paar minuten duren. Maar achteraf voelde dat toch een beetje gek.
    Je moeder zei dat je nu op een buitenaards wezen lijkt. Eigenlijk is het andersom: de buitenaardse wezens lijken op jou. Want wij hebben ze verzonnen. Voor de film en zo. Meestal lijken ze op te vroeg geboren baby?s.
    Hoe dan ook, ik blijf je nog mijn amoebe noemen. Zolang ze je in millimeters blijven meten hou ik dat vol. En misschien daarna ook wel. Ik heb nog geen goed koosnaampje. (Ik dacht even aan ?pantoffeldiertje,? dat is een soort familie van de amoebe, maar bij die naam denk ik toch meer aan een grijze professor met een krant en een pijp. Of aan je opa, die houdt ook erg van zijn pantoffels. Je vader moet altijd aan je opa denken als hij pantoffels ruikt.)

Je moeder zag je woest spartelen. Dat heb je dan niet van ons, want je ouders zijn de rust zelve. Maar je moeder was er blij mee. Ze was al een paar dagen niet meer ziek en moe, en dan gaat ze zich zorgen maken. Dat klinkt raar, ik weet het, maar sinds jij bestaat zijn er wel meer dingen omgedraaid. We verheugen ons nu bijvoorbeeld op jaar vol slaaptekort.

Je moeder moest lang wachten in het ziekenhuis. De amoeben die voor je aan de beurt waren lagen nogal stil. En dan kunnen ze niet meten. Gelukkig spartelde jij meteen woest. We waren nu al een beetje trots op je. Het was je eerste prestatie. Papa zal de volgende keer uitleggen wat prestatiedruk is.

Tot later,
M.




Aan mijn amoebe

Nu ik vrienden over mijn voortplanting heb verteld ? over jou, zeg maar ? krijg ik vaak de vraag hoe ik het vind, mijn aanstaande vaderschap. ?Abstract,? zeg ik dan.

Het belangrijkste bewijs voor jouw bestaan zijn de klachten van je moeder dat ze dik wordt en een slap en glad stukje papier met grijze vlekken. Met haar wijsvinger wees je moeder je aan. Ik vond dat je er uit zag als een amoebe. Ze hoopte dat je die aanduiding nooit zou horen.

      amoe?be (de ~, ~n)
      1 eencellig, vaak parasiterend dier => slijmdiertje

Maar ze wist dat ik gelijk had. Behalve dan dat je meercellig bent ? ik weet niet precies hoeveelcellig.

Om kort te gaan: ik ken je alleen van horen zeggen. Er was een rozig streepje op een plastic stripje en sindsdien werd jij geacht te bestaan. In de wetenschap noemen we dat deductie. O ja: wetenschap, dat is wat je vader doet. Ik weet nog niet hoe ik dat aan je moet uitleggen.
    Je moeder heeft later iets van een hartslag gehoord, maar daar was ik niet bij. Ik weet ook niet of ik zo?n apparaat zou vertrouwen. Ik bedoel: vroeger was me verteld dat je de zee kon horen als je een hand tegen je oor hield. Maar je hoort alleen je eigen bloed, blijkt. Ook mooi, daar niet van.

Verder doen officiële mensen heel serieus over jouw bestaan. Van de week moesten we je naam al invullen op een formulier. Een formulier is een stuk papier waarmee je in het systeem wordt ingepast. Jij denkt waarschijnlijk dat je een geval apart bent, maar daar kunnen we natuurlijk niet aan beginnen. Iedereen vind zichzelf bijzonder.
    Gelukkig kijkt het systeem daar meedogenloos doorheen. Jij zal, hopelijk, geboren worden tegelijk met een boel anderen. Die op jou lijken. Inwisselbaar zijn, eigenlijk. In het ziekenhuis houden ze wel eens een loterij en dan krijgen de pappa?s en mamma?s een willekeurige baby mee naar huis. Niemand die het merkt. Ja, later, als er toevallig een DNA-test wordt gedaan ? omdat je crimineel bent geworden, bijvoorbeeld. Dan blijkt ineens dat je helegaar niet van je eigen pappa en mamma bent. DNA, dat is ook weer zo?n abstractie, net als die grijze vlekken.

Ik dwaal af. We moesten jouw naam invullen. Die weten we natuurlijk nog niet. We hebben al kleren voor je ? met bruine gansjes, bijvoorbeeld ? en we weten al op welke tijdstippen we jou gaan afleveren bij een huis hier twee straten verderop. Maar een naam hebben we nog niet.
    Het formulier dat jou moest inpassen in het systeem was eigenlijk niet zo goed opgezet, want hieraan hadden ze niet gedacht. Er had gewoon een hokje onder moeten staan dat je kon aankruisen als je nog geen naam had. Dan zou je een nummer krijgen. D3490-A12 bijvoorbeeld. Iedereen krijgt uiteindelijk toch een nummer ? ook de amoeben die wel al een naam hebben.

Uiteindelijk vulden we in: Jesus. Dat is een grapje dat we je later wel eens uitleggen. Dan zal pappa ook uitleggen wat katholiek is. Katholiek is bijvoorbeeld dat als er een wedstrijd is wie er het hardst kan fietsen, dat er dan een meneer in een zwarte jurk met een wc-borstel voor de fietsers gaat staan en met die borstel water over de fietsers gooit. Die gaan daar dan harder van fietsen.

Enfin, pappa moet nu aan het werk. Nog één ding: het klinkt misschien een beetje ongezellig, pappa?s gepraat over abstracties en amoeben. Maar wees gerust, als jij je straks een schreeuwende weg baant uit mamma, dan krijgt pappa een sloot dopamine in zijn kop. Helemaal vanzelf. En dan gaat hij vanzelf allemaal warme dingen voelen. Pappa voelt al allemaal warme dingen als hij een paar glazen wijn op heeft, dus door die dopamine zullen we heel gelukkig worden met zijn drieën.

Tot later.
M.