Omgeknaagd

Een bever werd verpletterd onder een boom die hij zelf had omgeknaagd, stond op pagina drie van de krant. Het was een van de twee bevers in het beverobservatorium in de Biesbosch.

De twee bevers zaten al vijftien jaar in observatie. Als het mensen waren geweest zou je spreken van een huwelijk. Het Biesboschcentrum werkte aan plannen om het beverobservatorium voor het publiek ?nog leuker en spannender? te maken. Een huwelijk is een instituut dat in een gebrek aan spanning een aanleiding voor planvorming ziet.

Een foto toonde een plomp beverkontje dat uitstak onder een reusachtige boomstam. Het leek me iets voor een tegelwijsheid. Het leven is een boom die je verplettert, nadat je ?m zelf hebt omgeknaagd.




Battlefield Zwei

Ik besloot alleen nog maar op Duitse Battlefield servers te spelen.

Op de Britse servers werd het intercomsysteem vooral voor de mededeling: You fuckin’ wanker. Dat was blijkbaar tactisch belangrijke informatie.

Op de Franse servers werd uitgebreid overlegd, maar ik verstond alleen maar: Merde. En: Con. Met Supermarktfrans kom je niet zo ver als je probeert samen te werken in een squad van zes soldaten. De squad leider hoorde ik af en toe roepen: Kluuk? Allo Kluuk?
Dan tikte ik: Yes.
Ik heet KlukKluk, vandaar.
Mijn antwoord was meteen het einde van de conversatie.
Op gezette tijden was er iemand die riep: Raciste!
Je kan niet verwachten dat mensen het verschil lezen tussen KlukKluk en KluKlux als de kogels je om de oren vliegen.
Bovendien vermoed ik dat Pipo de Clown nooit in het Frans is nagesynchroniseerd.
Voor de geldigheid van de beschuldiging maakt het verder niet uit. Een indiaan met een spraakgebrek – ‘Even denken met de hoofd’ – zou het waarschijnlijk niet redden tegen Pim Fortuyn als grootste Nederlander aller tijden. Al weet je het nooit zeker.

Ik kon zo snel geen Nederlandse server vinden waar goed werd samengewerkt in het uitmoorden van de tegenstander. We hebben een kritische, individualistische cultuur. Het schijnt een groot goed te zijn. Misschien dat we daarom de logistiek mogen regelen in Irak.

Toen kwam ik op een Duitse server.
Ik meldde me aan bij een willekeurige squad.
Aan het begin van de ronde, vroeg de squad leader of iedereen hem kon verstaan.
De andere squadleden zeiden: Kein Problem. Of: Alles okay.
Ik zei niks, want ik heb geen microfoon.
Ik tikte: Loud and clear. Maar hij zag het niet.
Toen iedereen behalve ik zich had gemeld, zei de squad leader: And ouwer Dutch men?
Want voluit heet ik KlukKluk[NL], vandaar.
Do you haf ei maik?
Sorry, no mike, tikte ik.
Do you understent better English or German?
German is fine, tikte ik.
Ow, okay, zei hij. In zijn stem lag iets meer teleurstelling dan verbazing.

We speelden Wake Island. Wij waren de Chinezen. De eerste ronde versloegen we de Amerikanen verpletterend. Gute Arbeit, Jungs, besloot de squad leader.

De tweede ronde begon. Flughafen, zei de leider. We spawnden op de luchthaven. Het is de post die het verst van de frontlinie af ligt. Maar wel de meest cruciale post op het eiland. De andere 25 Chinezen in ons team spoedden zich naar het front en begonnen punten te scoren. Ik sprong in de tank van de squad leader en bemande het machinegeweer op de koepel.

We reden een paar rondjes over het vliegveld. De vier anderen liepen wat doelloos rond. Er was geen Amerikaan te zien. Af en toe vloog een straaljager over die probeerde ons te bombarderen.

De squad leader hoopte dat we het hem niet übel namen, maar hij vond dat we hier onze verdediging moesten opzetten. Het was immers de belangrijkste post.
We reden nog wat rondjes.
Als we een paar meter buiten de post kwamen, draaide hij de tank weer om en reed terug.

Een paar minuten stopte hij de tank en zei: Lass uns dass mal demokratisch machen. Hij vroeg wie er voor was om het vliegveld te blijven verdedigen. Als jij dat een goed idee vindt, dat bewaken we het vliegveld, zei een van de squadleden. De rest viel bij. Dit was het meest gedisciplineerde squad dat ik ooit had meegemaakt. Vijf vreemdelingen die een vreemde leider volgen.

We reden enkele rondjes.

Toen brak de hel los. Een Black Hawk en een tank waren door de frontlinie geglipt. Een paar Amerikanen parachuteerden uit de helicopter en namen posities in rond de vlag. De stem van de squad leader klonk iets nerveuzer, maar toch kalm. Een voor een noemde hij de posities waar hij Amerikanen zag. Hij hield de tank buiten bereik van de anti-tankraketten. Wij renden er op af. Ik was een hospik en reanimeerde mijn gevallen kameraden. Die bedankten me dan steevast, ook al zaten we midden in een hektisch vuurgevecht. Ik kreeg warme gevoelens in de buikstreek.

Na een minuut of vijf hadden we de aanval afgeslagen. De rest van de ronde kregen de Amerikanen geen poot meer aan de grond.

Gute Arbeit, Jungs, zei de squad leader.
Ik selecteerde de uitspraak ‘Zeer goed’ in het menu.
Mijn karakter zei: Hen Hao!
We waren immers de Chinezen.
Ik wilde nooit meer weg van deze server.

Toen tikte de VIHB op mijn schouder dat de pannenkoeken klaar waren.
Het werd een emotioneel afscheid.
Sie joe, Kloek. Biss bald.




Niek (slot)

Eerder: zie gisteren.

De dochter van Niek haalde adem en begon zacht een briefje voor te lezen. Een teder stemgeluid vulde het schemerige kerklichaam. Voor het eerst tijdens de mis praatte iemand als een normaal mens. Tot dan toe hadden de sprekers elke lettergreep apart moeten benadrukken om boven de galm uit te komen van hun eigen luide voordracht.

Ze vertelde over het leven van haar vader. Terwijl ik naar haar luisterde, huiverde ik bij de gedachte aan het moment waarop ik mijn eigen vader moet gedenken. Ik moet ook altijd de stukjes maken voor familiebruiloften. Die worden vervolgens door enkele dronken ooms uitgevoerd. De stukjes zijn zonder uitzondering waardeloos. Ik probeer steeds te weigeren, maar de ooms zijn nogal gehecht aan de stukjes. Van het stukje dat ik voorlas bij mijn eigen bruiloft ben ik na afloop drie dagen humeurig geweest. Te gekunsteld. Te lichtvoetig. Te nietszeggend. Weken later beweerde iemand dat bij mijn vader, die tijdens het voorlezen achter me zat, de tranen over de wangen liepen.

Ik wachtte gespannen op de dramatische wending in het verhaal, maar de dochter van Niek hield het eenvoudig. Een chronologie, meer niet. Een keer stokte haar stem. Ze nam een slok water. Weer stokte haar stem. Ze zuchtte. En toen ging het verhaal weer verder, haar stem kalm alsof ze het stukje voor de spiegel aan het oefenen was. Ik kreeg enorme behoefte om te huilen. Het leek nog het meest op jeuk op een plaats waar ik niet bij kon.

Toen was ze klaar en verliet ze het altaar. Ik zuchtte van opluchting en ging even verzitten. In de kerk gingen tientallen mensen even verzitten.

Iedereen pakte het blaadje en keek bij welk gebed in comic sans we gebleven waren.
    Het laatste deel van de mis besteedde ik aan de vraag wat ik zo meteen moest zeggen tegen de dochter van Niek. Een van de beslispunten was of ik me eerst nog moest verontschuldigen voor het niet terugbellen, of dat het er niet toe deed. In bepaalde opzichten zijn schuldgevoelens en megalomanie erg verwant.

En dan was er nog de rest van het gezin. Vroeger ben ik een paar keer bij hen langs geweest. Daarom leek ?gecondoleerd? me toch echt te mager ? dat past alleen bij onbekenden. Bovendien lijkt ?gecondoleerd? te veel op ?gefeliciteerd.? Het zijn allebei rare woorden ? een voltooid deelwoord zonder hulpwerkwoord en in een vorm waaraan geen 'ik' aan voorafgaat.

De mevrouw die de mis leidde zei dat tot slot ook nog een collega van Niek iets zou zeggen. Een man beklom het altaar en knoopte zijn colbertje dicht. Er volgde iets over dat Niek een fijne collega was geweest. Hij besloot met de zin: ?Ik had Niek best iets meer gegund.?
    De onvriendelijkheid van de dood is soms een zwaktebod vergeleken met de vriendelijkheid van de levenden.

Daarna werd de mis besloten en riep een meneer met ferme stem diverse logistieke instructies aangaande het condoleren. Een van de instructies verbood het aanknopen van gesprekken met de nabestaanden. Een paar honderd mensen wachtten immers op hun beurt.

Na een half uur was ik vooraan in de rij. De dochter keek me verrast aan en zei dat het heel lief was dat ik gekomen was. Ik zei dat ik het heel mooi vond, wat ze had gezegd over haar vader.
    ?Dank je,? zei ze. ?Ja, jij hebt daar ervaring mee.?
    ?Ja,? zei ik. En vroeg me af wat ze bedoelde. Mijn bruiloft misschien. De logistieke instructies indachtig schuifelde ik glimlachend verder.

Ik kwam aan bij de moeder. Ze zat voorovergebogen op een stoeltje.
?Dag mevrouw,? zei ik.
Ze keek me even onderzoekend aan, sperde toen haar ogen wijd open en kwam moeizaam overeind.
?Mies,? zei ze. ?Wat leuk.?
?Op jou hadden we nou echt gehoopt,? zei haar andere dochter, die naast de moeder stond en me inmiddels ook had gezien.
Enige incoherente gedachten ontregelden mijn vermogen om zinnen te formuleren.
?Ja,? zei ik. Toen besefte ik hoe ongepast dat antwoord was.
Ik keek in twee glimlachende vrouwengezichten.
Even bleef het stil.
Toen schudde ik de hand van de moeder en zei: ?Gecondoleerd met uw man.?
Haar gezicht verstrakte.
Ik liet haar hand los.
We keken nog even naar elkaar en toen schuifelde ik verder.
Richting uitgang.




Niek

Niek was dood gegaan. Dat stond op de in vieren gevouwen kaart die ik zojuist had opengemaakt. Achter het tekstje in Times Roman schemerde een korrelig plaatje van een grijs winterlandschap.
    Enige paniek overviel me. De volgende vijftien minuten besteedde ik aan het doorrekenen van mijn tekortkomingen. De dochter van Niek is een vriendin van mij. Enkele weken eerder had ze aan de VIHB gemeld dat het niet goed ging met haar vader. Haar vader was al lange tijd ziek en nu nog zieker geworden.
    Ik had niet teruggebeld. Een van mijn rekenopdrachten probeerde te kwantificeren hoeveel procent schuldaftrek ik mocht opvoeren voor het feit dat ze niet had gevraagd of ik wilde terugbellen. Een katholiek schuldgevoel doet wonderen voor je rekenvermogen.

Niek was ook katholiek. Ik reed met een leenauto naar een gehucht in Noord-Holland waar een mis aan hem werd opgedragen. De kerk zat vol. Het was koud en mensen hielden hun jassen dicht. Ik kon de voorste rij niet zien, maar vermoedde daar de vriendin, haar broer en zus en hun moeder.

Ik las de teksten op het blaadje dat bij de ingang werd uitgedeeld. In comic sans waren enkele liederen en gebeden afgedrukt. Helemaal voorin de kerk begon een mevrouw lang zaam in een mie ko ro foon te spreken. Iets over dat Niek er niet meer is, maar toch nog bij ons is. En over uitdovende kaarsen. Pijnloze metaforen.
    Na tweeduizend jaar generale repetities voor de dood, zou je denken dat de katholieke kerk de begrafenismis tot een ritueel meesterwerk had weten te maken. Ergens is het fout gegaan. Eerst werd het Latijn losgelaten. Daarna werd comic sans uitgevonden. En weer later ging het voetvolk zelf teksten maken. Wat is overgebleven lijkt nog het meest op commerciële televisie. Een doe-het-zelf requiem.

En toen kwam mijn vriendin. Ze besteeg het altaar en keek de kerk in. Een beetje regisseur zou nu inzoemen, wachtend op de eerste traan.

?Hier sta ik dan,? zei ze. Haar stem klonk zacht, maar vast. Een lange stilte volgde. De kabbelende routine van de doodsmis was doorbroken.

(Morgen verder.)