De Borg

Er belde een meneer van een ministerie. Ik kende hem niet en hij mij ook niet - hij was doorverwezen tijdens zijn ideeënjacht voor een Europese ministersconferentie in het najaar.

Een paar keer begon hij een zin met “En wat ik nu van U wilde weten...” Ik vroeg me afwat voor beeld hij had van me. Als je mij ooit gezien hebt, zeg je geen U meer. Sommige vrienden kunnen me niet in een duur pak voorstellen.

Het was zo’n gesprek waarin iemand zegt iets van je te willen weten, om vervolgens verder te praten over wat henzelf bezig houdt. Hij zat nogal in zijn maag met de ministersconferentie. Hij zocht een idee dat tegelijkertijd interessant en ongevaarlijk was – dat is zoiets als zoeken naar een Zwitserse loopkever in vervuild havenslib. Tot ieders verrassing is er laatst een gevonden.

Ik klikte ondertussen wat langs mijn vaste weblogs en zei af en toe “Aha.” Of: “Daar kan ik me iets bij voorstellen.” Medeleven veinzen gaat me gemakkelijk af – een geschenk dat ik heb gekocht met de spaarzegels van enkele lang volgehouden liefdesrelaties.

Het gesprek duurde inmiddels een kwartier. Ik haalde adem en startte een monoloog over allerlei onderwerpen waarmee ik me bezighoud. Een deel van mijn hersenen – een klein deel, denk ik – luisterde nauwkeurig naar elk kuchje of hummetje aan de andere kant van de lijn.

Het werkt als dat peuterspelletje waar je blokjes door het juiste gat moet duwen. Ik ging lukraak langs mijn blokjes, wachtend op een signaal. Mijn hand tekende figuurtjes op de papieren naast de telefoon. Veel scherpe punten, zag ik.

Ik was aangekomen bij een verhaal over zelforganiserende systemen, waarin individuele elementen zelf beslissingen mogen nemen op basis van eenvoudige beslisregels. Collectief leidt dat dan tot complex intelligent gedrag. “Net als een zwerm vogels, U weet wel.” Ik hield ook maar de U-vorm aan.

- “Aaah, ja, dat is net als, eeuh. Ik weet niet of U die televisieserie kent, Star Trek?”
- “Ja,” zei ik. Ik hield op met mijn onderbroek uit mijn kruis te trekken. Sommige broeken worden nogal broeierig aan het einde van de dag.
- “Nou, in Star Trek heb je een volk, en dat werkt als een collectief dat…”
- “De Borg,” zei ik.
- “Precies!”
Ik wachtte tot hij verder ging, maar het bleef stil.
- “Nou ja, daar deed het me aan denken,” zei hij toen.
- “Daar kan ik me iets bij voorstellen,” zei ik.

Toen ging ik verder naar het volgende stukje. In gedachten zag ik me in mijn grijze gebouw en hem in zijn grijze gebouw. Om ons heen waren hokjes met dezelfde bureaus en mannetjes. De Borg, daar deed het me aan denken.