Ambtenaren in oorlogstijd
Vrijdag 25 Januari 2008
Majoors uit de verschillende onderdelen van de krijgsmacht.
Bij de marine heten ze dan ‘Luitenant ter zee der 1ste klasse.’
Het was de eerste keer dat ik voor legerofficieren optrad.
Ze droegen allemaal hun uniform in het klaslokaal.
Sommige uniformen leken een imitatie van het leger, zoals de harmonie-uniformen waartussen ik een aanzienlijk deel van mijn jeugd heb doorgebracht.
De hele dag werd ik met U aangesproken.
Aan het begin van de dag had ik gevraagd om elkaar te tutoyeren.
Dat was goed.
Maar gaandeweg de ochtend spraken ze me toch weer met U aan.
We hebben een bijzonder beleefd leger.
Elke pauze vroeg tenminste één officier of hij soms een kopje koffie voor me mee kon nemen.
Het is moeilijk om beleefdheid te associëren met het vermogen te doden.
Als we de Amerikanen mogen geloven doodt ons leger met een zekere tegenzin.
Tijdens de lunch vroeg ik mijn chaperonne, een Luitenant ter zee der 1ste klasse uit de onderzeedienst, of ze onderling nog hadden gesproken over de kritiek van Gates op de Nederlandse troepen in Uruzgan.
Hij schudde zijn hoofd.
Oninteressant.
Ik vroeg waar ze dan wel over hadden gesproken.
Hij veerde op en vertelde hoe ze de avond ervoor een flesje wijn hadden opengemaakt en uitgebreid hadden gesproken over het boek dat ik had voorgeschreven voor de cursus.
Daar had je tenminste iets aan.
Het boek ging over het functioneren van overheidsbureaucratieën.
zes reacties
In mijn diensttijd ('93) viel me op hoe weinig militaristisch het Nederlandse leger is. Alle poespas (militair groeten, e.d.) is tot een minimum gereduceerd. Op geen enkele manier heb ik meegemaakt dat er verheerlijkend gesproken werd over geweld of oorlogvoering. Terwijl dat toch het vak van de militair is. Zelfs het schieten was niet erg populair bij de dienstplichtigen. Nu zat ik bij de geneeskundige troepen, een legeronderdeel met een toch al vrij softe cultuur. Opvallend veel vrouwelijke sergeanten.
Toen ik twee weken in dienst was heb vroeg ik mijn luitenant in een vlaag van verstandsverbijstering of ik niet naar Joegoslaviƫ kon. Hij wist dat op een slimme manier af te wimpelen, (achteraf ben ik hem daar erg dankbaar voor).


Het is ook een opvallend vaak voorkomend thema onder de Nederlandse beschouwers, sinds Srebrenica, zo valt me op. Betekent die driehonderd jaar vrede hier, op die ene uitzondering na, dat gewelddadig gedrag er niet meer inzit? Dat is enerzijds heuglijk, maar maakt het uitzenden van troepen nogal onzinnig.
ijsbrand () (URL) - 25-01-’08 20:32Gates' kritiek toont overigens vooral aan dat het oorlogvoeren in Afghanistan hier verkocht moest worden, en dat daarvoor oneiglijke argumenten zijn gebruikt.
De Amerikaanse houding tegenover oorlog is alleen al anders omdat het land nooit meer door buitenlandse mogendheden is aangevallen, sinds de onafhankelijkheid. En omdat de samenleving er gewelddadiger is, volgens weer dezelfde beschouwers. [Onder wie er geeneen was die ik kan aanbevelen. Abram de Swaan komt een eind in Bakens in Niemandsland, maar dat is dan weer een merkwaardig zwak boek in zijn oeuvre.]